Tekst: Ronald Giphart Beeld: Marc Deurloo
Spiegel
Op deze plek verhalen schrijvers, journalisten en publicisten over een persoonlijke ervaring met de gezondheidszorg en houden ze (para)medici een spiegel voor.
Kleine gebaren
De nachtportier – het plankton van de medische wereld
Onlangs mocht ik tijdens een college een groep eerstejaars geneeskunde- studenten aan de Vrije Universiteit vertellen over ‘rituelen in de gezond- heidzorg’; ik neem aan omdat ik een paar romans heb geschreven waarin geneeskunde een grote rol speelt. Dat had ik ook niet bedacht toen ik als tweeëntwintigjarige besloot om romanschrijver te worden, maar de onder- werpen van mijn boeken volgden metterjaren grosso modo wat er speelde in mijn eigen leven. En dus schreef ik over een moeder die het gevecht met haar slopende hersenziekte een stap voor wilde zijn door zich te laten beëuthanasiasmeren (in Ik omhels je met duizend armen), over een baby die werd geboren met een insulinoom (IJsland) en over een beginnende schrijver die als nachtportier in een ziekenhuis werkte (Giph). Vijf jaar ben ik nachtportier geweest, jaren waarin ik alles heb gezien wat ik vanachter mijn schrijftafel met mijn beperkte voorstellingsvermogen niet had kunnen bedenken: ongeluk, zelfverlies, klein leed, groot leed, opluchting, blijdschap over nieuw leven en immens verdriet. De Engelse schrijver Martin Amis schreef in zijn roman De zwangere weduwe: ‘Vroeg of laat is elk mensenleven een tragedie, vroeg soms, laat altijd.’ Ik was begin twintig en zag ’s nachts de tragedies in de levens van anderen. Toch waren het niet alleen de grote uitingen van menselijk drama waarvan ik destijds diep onder de indruk was en waarover ik later heb geschreven. Ook kleine gebaren waren bepalend. Een van de dingen die ik de eerstejaars studenten van de Vrije Universiteit voorhield, was een les die ik in mijn portiersjaren leerde van een cardioloog genaamd Bergshoeff. In mijn eerste week in het ziekenhuis was ik ingewerkt door een collega-schrijver, want er werkten veel (aankomende) schrijvers in de nacht-
Ronald Giphart (1965) werd onder meer bekend door zijn romans Ik ook van jou, Phileine zegt sorry en Ik omhels je met duizend armen. Deze drie boeken zijn verfilmd. Vorig jaar verscheen zijn roman Harem.
dienst (een ideale baan voor wie rust zoekt om zijn gedachten te kunnen ordenen). Het gebeurde dat mijn collega en ik een medisch specialist in huis moesten roepen: de dienstdoende cardioloog. Veel specialisten probeerden onder een nachtelijk bezoek aan het ziekenhuis uit te komen, maar Bergshoeff arriveerde zonder enig protest. Toen hij de hal van het ziekenhuis binnenkwam, liep hij met uitgestrekte hand direct door naar onze balie. “Daaraan herken je een goede specialist”, zei mijn collega, toen de arts met de lift naar de afdeling was vertrokken. “Dat is iemand die zich ook aan een eenvoudige nachtportier komt voorstellen.” En dat bleek waar te zijn. Er werkten veel specialisten in mijn ziekenhuis, waarvan velen de nacht- portiers – oftewel het plankton van de medische wereld – geen blik waardig gunden. Ik herinner me van Bergshoeff dat hij, wanneer de medische plicht hem ’s nachts in het ziekenhuis hield, regelmatig een kop koffie kwam drinken in mijn portiersloge. Dat waren aangename gesprekken, waaraan ik veel later terugdacht toen mijn schoonvader een patiënt van Bergshoeff bleek te zijn. Wat ik destijds mijn schoonvader en later die aankomende artsen heb voorgehouden (een kleine les, maar niet onbelang- rijk): stel je altijd voor aan de mensen met wie je werkt. Je wordt daar niet per se een betere dokter door, maar wel een aangenamer mens.
ArtsenAuto april 2016 037
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108