search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Interview


‘Autoriteit moet wel verdiend worden. Ik had geen zin om lief te zijn tegen de pathologen’


academie af waarna ze als maatschappelijk werkster aan de slag ging. Op haar 28ste besloot ze alsnog geneeskunde te gaan studeren. Vervolgens werkte ze als arts-assistent en


Curriculum vitae Selma Eikelenboom- Schieveld (1954), geboren in Amsterdam


1972-1976 Sociale Academie De Aemstelhorn, Amsterdam 1982-1984 colloquium doctum wis-, natuur- en scheikunde, VU Amsterdam 1984-1992 geneeskunde, VU Amsterdam 1992-1993 assistentschap chirurgie, Gooi-Noord, Blaricum 1993-1997 ambulance- begeleider 1995-2001 assistent- schap interne geneeskunde, Prinsengracht Ziekenhuis, Amsterdam 1996-2001 eerstehulparts, OLVG en AMC Amsterdam 2000-2001 forensische geneeskunde, NSPH, Utrecht 2000-2001 schouwarts ggd, Amsterdam 2002-2003 NFI, Afdeling Biologie, Rijswijk 2003-heden forensisch me- disch onderzoeker, Medisch directeur IFS, Hulshorst 2010-heden medisch direc- teur Independent Forensic Services, Colorado, USA 2013 start Cytochroom P450 onderzoek


014 april 2016 ArtsenAuto


eerstehulparts op de ambulance en in zieken- huizen in onder meer Amsterdam. “In een heftige periode. De hiv-epidemie was op haar hoogtepunt, er waren zo veel hiv- en aidspatiën- ten, het was afschuwelijk.” Toen een van haar patiënten overleed, wilde ze weten waardoor. Zo kwam ze in contact met een schouwarts. “Collega’s hadden me al eerder gevraagd: is schouwarts niet iets voor jou? Blijkbaar herken- den ze in mij het type dat graag puzzelt.” En daar hadden ze gelijk in. “In de hele keten heeft de schouwarts geen status, maar inderdaad, het werk fascineerde me.”


Parttime schouwarts Ze ging forensische geneeskunde doen en werd parttime schouwarts bij de ggd in Amsterdam. In die periode belde ze ook naar de afdeling ernstige delicten van de politie met de vraag of ze kon meelopen. Onbetaald. “Ze lachten me uit. ‘We bellen je wel om drie uur ‘s nachts.’ Dat deden ze en ik stond er.” Als ze op een plaats de- lict was, belde ze geregeld voor hulp met iemand die ze op een cursus bloedsporenanalyse had leren kennen: Richard Eikelenboom. Hij werkte voor het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), waar hij als sporenonderzoeker de ‘high profile- zaken’ deed. Niet veel later werden ze een stel. Richard Eikelenboom haalde zijn geliefde


over om bij het NFI te komen werken. Ze kwam terecht op de Afdeling Biologie, maar veel liever stond ze op een plaats delict. “Met een groep achterhalen wat er is gebeurd, vind ik het boeiendste aspect van het vak.” Dat deed ze bij het NFI vrijwillig naast haar dagelijkse werk. “In een jaar tijd heb ik tachtig complexe PD’s gedaan: kindermoorden, meervoudige of complexe moordzaken, delicten met een hoop bloed.” Al gauw ontstond echter een probleem. Ze botste met de afdeling pathologie. “De patho- logen vonden me niet zo aardig. Ik nam vaak geen genoegen met hun conclusies. Dat waren ze niet gewend. Ze deden hun werk op hun manier. Tegen kritiek konden ze niet. Ik ben


niet tegen autoriteit, maar autoriteit moet wel verdiend worden. Ik had geen zin om lief te zijn tegen de pathologen.” Voor de forensisch arts was het reden om het


NFI vaarwel te zeggen en in 2003 met NFI-collega Hannie van der Meij voor zichzelf te begin- nen. Een jaar later voegde Richard zich bij hen. Met hun bedrijf Independent Forensic Services doorbraken zij het monopolie van het NFI. Over klandizie hadden ze van meet af aan niet te klagen. “In het begin hebben we veel voor het Openbaar Ministerie gewerkt. Daar kwam een einde aan omdat het NFI zijn monopoliepositie wilde handhaven. Maar voor de echt complexe zaken bleef het OM bij ons komen.” Dat is opvallend: hoe kan een klein team


wedijveren met een instituut waar honderden onderzoekers werken? “Bij ambtelijke instel- lingen gaat alles volgens procedures. Er is geen ruimte voor creativiteit. En dat is soms wel nodig. Er zijn zaken die je met een standaard- aanpak niet oplost. Bovendien kunnen wij meer tijd in zaken steken. We hoeven geen ‘omzet te draaien’ zoals het NFI. We houden de kosten laag. We hebben een oude boerderij omgebouwd tot lab, rijden geen grote auto’s, beperken de bewaking tot honden en camera’s en we hebben enthousiaste mensen in dienst, geen 9-to-5’ers.” Het belangrijkste verschil is volgens Selma


Eikelenboom dat hun bedrijf ‘geen deuren tus- sen de afdelingen heeft’. “Bij het NFI zitten veel specialisten. Ieder doet een onderdeel en dat leidt tot allemaal gescheiden rapportjes. Daar- mee los je complexe zaken niet op. Wij kunnen snel schakelen en we hebben generalisten aan boord.” Daaronder schaart de forensisch arts zichzelf ook. “Een mens wordt bepaald door de som van zijn ervaringen, dat is waar je vroeg of laat op teruggrijpt. Door mijn brede achtergrond kan ik het geheel overzien en de losse eindjes aan elkaar knopen. Zowel bij het NFI als in de zorg- sector werken in mijn ogen te veel specialisten en te weinig generalisten.”


Antidepressiva Overigens betekent dit niet dat IFS geen spe- cialistische expertise in huis heeft. Daarmee maakt het bedrijf juist furore. Richard is expert op het gebied van aanraaksporen; minuscule huiddeeltjes die daders achterlaten op een plaats delict. Selma doet, naast haar forensische werk, onderzoek naar de relatie tussen genen, medicijnen en agressie. “Met name moderne antidepressiva, de SSRI’s, zijn levensgevaarlijk”, stelt ze. “Vooral voor mensen die door een afwij- king in hun DNA een bepaald enzym missen.


<


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108