search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Tekst: Anita Kaemingk Beeld: De Beeldredaktie/Annemiek Mommers


Gastcolumn OVER LEVEN


Anita Kaemingk (51) is neuropsycholoog, technisch wetenschappelijk vertaler en grafi sch ontwerper. Haar partner is cardioloog. Ze heeft


het Lynch syndroom, een familiaire genetische afwijking met een sterk verhoogde kans op darm- en gynaecologische kanker. In 2013 blijkt dat ze ondanks jaarlijkse screening een gemetastaseerd carcinoom heeft. In de serie columns ‘Over leven’ beschrijft zij haar ervaringen met de gezondheidszorg. Deze keer: Welwillend


“Kunt u het wel vinden?” De vrouw achter de desk knikt vriendelijk lachend naar me. “Uh, ja uh, ik heb een afspraak hier, maar ik denk dat ik in de verkeerde gang zit”, stamel ik verrast. “Zullen we dat dan even uitzoeken, wat is uw geboortedatum?” Van schrik laat ik mijn afsprakenbriefje vallen, zo veel welwillende hulpvaar- digheid ben ik niet gewend. Ik ben net begonnen met radiotherapie en val van de ene verbazing in de andere. Wat is het hier goed geregeld, ik hoef zelden te wachten. En wat zijn de medewerkers allemaal vriendelijk en behulpzaam. Hoe zwaar de behandeling ook is, in De Bestralingskliniek doen ze er alles aan om stress te verminderen. Een paar maanden later sta ik bij de


balie van de revalidatieafdeling. “We hebben liever niet dat u de auto hier zet, er is weinig plaats en die willen we openhouden voor echt gehandicapte mensen.” Beteuterd kijk ik naar mijn uitrijkaartje. “Oh dat wist ik niet, het staat ook nergens.” De baliemedewerk- ster pakt het kaartje en stempelt het af. “Deze keer zal ik het nog toelaten.” Boiing! Mijn beide voeten landen hard op de betonnen vloer: ik ben weer terug in Het Ziekenhuis, ik was vergeten hoe het er daar aan toegaat. In Het Ziekenhuis is van alles heel


erg belangrijk: planning, personeels- bezetting, koffi epauzes, DBC’s, behan- delmodules, alles behalve patiënten.


toen de MRI-laborant naar mij siste: “U staat níet op de lijst, we gaan u níet scannen.” Het was zondag- middag en ik was vervroegd en gealarmeerd teruggekomen van een


weekend weg. De labuitslag was ernstig en de gynaecoloog had in allerijl een MRI laten plannen. Ik bedoel maar te zeggen: een zie-


Ik was vergeten hoe het eraan toegaat in Het Ziekenhuis


Verbluft loop ik naar buiten. Allerlei herinneringen aan pijnlijke onwelwil- lendheid komen naar boven. Ik denk aan de paniek van S., een oude broze man, die met een briefje weggestuurd wordt. “Afspraken moet u zelf maken meneer, volgt u de borden maar.” Ik denk aan de tranen van mijn schoonmoeder als ze vertelt dat niemand haar wilde helpen met het bellen van een taxi. Ze was slecht ter been, slechtziend en ze kon de telefoon niet bedienen. “Dat is niet mijn taak mevrouw”, was het antwoord. Ik denk ook aan mijn eigen boosheid


kenhuisbezoek kan zomaar een klein trauma opleveren. Oud of jong, ziek of niet, patiënten zijn altijd onzeker en kwetsbaar. Gelukkig tref ik het met Het Oncologiecentrum. Hier heerst een an- dere dynamiek. De patiënt wordt bij de hand genomen, er is aandacht, diagnos- tiek wordt geregeld, de planning loopt soepel en je wordt vriendelijk te woord gestaan. Doelmatig, effi ciënt en vooral een zegen voor de patiënt. Maar het kan blijkbaar nog beter, dat laat De Bestra- lingskliniek zien. “Wat een bedrijf hè?” Professor J. komt


de wachtkamer van De Bestralingskli- niek binnen en gaat naast ons zitten. “Ongeloofl ijk hoe goed ze het hier gere- geld hebben.” J. kan het weten, hij heeft jarenlang succesvol leidinggegeven aan een grote afdeling in Het Ziekenhuis, nu is hij zelf patiënt. Ik knik instemmend: als je toch patiënt moet zijn, dan liever in deze kliniek. Het spreekuur van de radiotherapeut loopt uit, maar de koffi e staat klaar en iedereen is attent. Rustig, bijna ontspannen zelfs, wachten we tot we aan de beurt zijn. J. mag eerst.


ArtsenAuto april 2016 033


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108