search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
44


Column


Majoor Mariola Goossens was als luitenant mee met het Provinciaal Reconstructie Team in Afghanistann (2007). Ze onderhield daar met haar collega’s de contacten met burgemeesters, stamoud- sten en politiecomman- danten. Momenteel werkt ze als landmachter bij de luchtmachtstaf om de instroom van nieuw personeel te verbeteren.


Mariola Goossens Beklemmend voorgevoel


D


Het klopt niet,


gevoel


fl uistert mijn


Nederlands Veteraneninstituut


e klok boven mij n hoofd tikt in oneindige vertraging de seconden weg. Ik voel de brandende


buizen van de verwarming tussen mij n schouderbladen terwij l ik me langzaam naar de grond laat glij den. Mij n rechterhand klemt met witte knokkels mij n mobiel vast, de linker in verbij stering voor mij n mond geslagen. Ik knij p mij n ogen dicht, alsof ik zo de waarheid buiten kan sluiten. De zachte stem aan de andere kant van de lij n praat verder, maar mij n oren weigeren de details door te laten dringen. Ik hoor alleen dat kleine stemmetje in mij : ‘Ik had gelij k.’


Eerder die dag trommel ik ongeduldig met mij n vingers op mij n bureau. Ik verschuif m’n mok met koud geworden koffie en kij k, voor zeker de tiende keer in een minuut, naar het lege bureau naast me. Het is nog net zo leeg als de voorgaande negen keer. Het klopt niet, fluistert mij n gevoel. Hij is niet een man die zij n chef laat wachten. Ik negeer de tinteling, maar bel toch nogmaals zij n nummer. Nog altij d geen gehoor.


De dag verloopt in een waas. Appen. Bellen. Zij n agenda nóg een keer checken. Het stemmetje begint steeds harder te praten. ‘Hou toch je mond, ik kan echt wel leidinggeven aan mij n team zónder jouw gezeur’, zeg ik hardop, geïrriteerd. Tot ik ’s avonds thuis, in een laatste poging, zij n telefoon direct naar de voicemail hoor schakelen. Nu is het klaar. Wat ongemakkelij k door de bij zondere vraag, maar zonder aarzeling, bel ik een collega die in de buurt woont. ‘Kun je alsjeblieft gaan kij ken? Mij n intuïtie schrééuwt inmiddels, dit is zó niets voor hem ...’


En nu zit ik hier, op mij n keukenvloer met mij n ogen dicht. ‘Het is te laat …’ had het zacht aan de andere kant van de lij n geklonken, ‘… we hebben hem net gevonden.’ Het stemmetje in mij buigt stilletjes haar hoofd. Een paar seconden lang zitten we daar samen en laten de waarheid tot ons doordringen. Dan pakt ze me zachtjes bij mij n schouder. ‘Kom chef,’ zegt ze vastberaden, ‘je hebt werk te doen.’ Ik knik en raap mezelf van de vloer, klaar voor wat gaat komen. Maar niet voordat ik haar beloof, dat ze nooit meer zal hoeven schreeuwen om gehoord te worden.


Paul Tolenaar


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76