search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
“ Ze kunnen kiezen uit verschillende modellen en dat vinden ze gewel- dig leuk en stoer”


Belonen met een klein ca- deau werkt.


GebitsGroeiBoekje In het voorjaar van 2025 wordt het GebitsGroeiBoekje uitgebracht. Dit


boekje is bedoeld voor ouders van heel jonge kinderen en staat boorde- vol informatie over de mond en de gebitsontwikkeling van kinderen van 0 tot 4,5 jaar en hun verzorging. Ook staan er per leeftijdsgroep contro- lekaarten in die ouders en mondzorgprofessionals kunnen gebruiken bij een consult. Het GebitsGroeiBoekje draagt zo bij aan uniforme informa- tievoorziening aan ouders. Daarnaast geeft het praktische handvatten om van gezond gedrag een goede gewoonte te maken. In drie regio’s zal het boekje bij wijze van pilot op het consultatiebureau worden uitge- reikt aan ouders met baby’s, net zoals de Groeigids. De bedoeling is dat ouders het boekje meenemen als ze met hun kind vanaf het doorbreken van het eerste element naar de mondzorgpraktijk gaan. De pilot zal in het voorjaar van start gaan in de GGD-regio’s Zaanstreek-Waterland, Brabant-Zuidoost en Hollands Midden. Tandartsen in die regio’s worden hierover tijdig geïnformeerd. Het GebitsGroeiBoekje is ontstaan uit een samenwerking tussen KNMT en NVM-mondhygiënisten, Ivoren Kruis, Ne- derlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde en Hogeschool Utrecht.


voorbereid op het kijken in de eigen mond. Het is daarbij handig aan de ouder te vragen hoe het kind in elkaar zit : is het een druktemaker of juist heel verlegen? Als behande- laar kun je hier in je benadering rekening mee houden.


Y Knee-to knee Als het moment van inspecteren van de mond is aange- broken, kan dat met het kind liggend in de behandelstoel. Tenminste, als het kind daaraan toe is. Op heel jonge leeftijd is dat meestal nog niet het geval, omdat het kind het nog lastig vindt in zijn eentje. In dat geval kan de ‘knee- to-knee’-methode worden gebruikt. Hierbij zitten ouder


32 NT DENTZ DECEMBER 2024


en mondzorgverlener met de knieën tegen elkaar, het kind ligt op de bovenbenen met het gezicht richting de ouder en met het hoofd op schoot van de mondzorgverlener. Zo houdt het oogcontact met de ouder en kan de mondzorg- verlener de mond makkelijk inspecteren. “Dit werkt beter dan het kind op de schoot van de ouder. Die kan dan geen oogcontact maken met het kind en de mondzorgverlener kan de mond moeilijk bekijken, omdat de positie van ouder én kind helemaal niet praktisch is”, aldus De Jong-Lenters. Dan breekt het moment aan dat een kind zelf in de grote behandelstoel mag gaan zitten. Soms heeft dat nog een zetje nodig. In de Leidse praktijk passen ze hiervoor een truc met zonnebrillen toe. Omdat veel kinderen last hebben van de felle lamp boven de stoel, mogen ze een zonnebril uitzoeken en opzetten. “Ze kunnen kiezen uit verschillende modellen en dat vinden ze geweldig leuk en stoer”, zegt Scholte-Scheepstra.


Y Geen verkleinwoordjes Centraal in de communicatie met ouder en kind moet ‘po- sitieve bekrachtiging’ staan, adviseert De Jong-Lenters: je zet ouders en kind op een positieve manier in hun kracht. De toon waarop je ze aanspreekt en de taal die je daar- bij gebruikt, spelen een belangrijke rol. De Jong-Lenters probeert met haar taalgebruik en woorden aan te sluiten bij het taalgebruik en niveau van ouder en kind zonder daarbij te bagatelliseren. “Ik gebruik bewust geen ver- kleinwoordjes als tandje, kiesje en mondje. Hiermee laat ik zien dat ik ze serieus neem, maar ook dat zij het gebit van hun kind serieus nemen, dat het de moeite waard is om goed te verzorgen.” Verder spreekt ze de ouders niet belerend toe, want dat voelt voor veel mensen als straf. Ze geeft vooral veel complimenten voor de zaken die goed gaan. En ze probeert ouders het gevoel te geven dat ze wat in te brengen hebben én dat er naar ze wordt geluisterd. Dus niet alleen maar zenden, maar ook luisteren en vragen stellen, aldus Scholte-Scheepstra.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76