search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
hebben we de fiets nadrukkelijker op de agenda gezet als onderdeel van onze mobiliteit. De helft van de afstanden die we dagelijks afleggen is immers korter van 7,5 kilometer, dat is prima te doen met de fiets. Voor afstanden tot 15 kilo- meter is dat zelfs 60 procent. We willen ervoor zorgen dat nog meer mensen va- ker gebruik maken van de fiets. Dit is te- vens een prima manier om de filedruk te verminderen. Wat ook meespeelt is dat fietsen in verhouding tot auto’s minder ruime in beslag nemen; van belang want de ruimte in steden is zoals gezegd schaars. Al rijdend is deze verhouding 1 op 28, dus een rijdende auto neemt 28 keer meer ruimte in dan een rijden- de fiets. Geparkeerd is deze verhouding 1 op 10. Daardoor is de fiets een beet- je het geheime wapen tegen de drukte. Om het fietsen te propageren, investe- ren we daarom nadrukkelijk in facilitei- ten als fietspaden en fietsstallingen. En werken we samen met werkgevers om fietsen naar het werk zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Verder is fietsen na- tuurlijk goed voor het milieu, de lucht- kwaliteit en de eigen gezondheid. Dus ik zou tegen iedereen willen zeggen: stap eens wat vaker op de fiets!”


Hoe gaan al deze investeringen gefinan cierd worden? “We werken nu nog met het Infrastruc- tuurfonds, bestaand uit drie onderdelen:


voor wegen-, spoor- en vaarwegentra- jecten. Dit fonds zijn we aan het omvor- men tot een Mobiliteitsfonds: het uit- gangspunt is niet langer of het over een weg, een spoor of een vaarweg gaat, maar over wat de mobiliteitsvraag is in een bepaalde stad of regio. En daarvoor de beste investeringsoplossing zoeken. Maar we weten dat de benodigde bud- getten om dit allemaal tot stand te bren- gen op dit moment niet voldoende zijn. We moeten het stap voor stap uitvoe- ren. En we moeten op zoek naar externe bekostiging; onderzoeken of we in sa- menwerking met private partijen budget beschikbaar kunnen krijgen. Ook vol- gende kabinetten zullen weer geld moe- ten vrijmaken. En voor sommige plan- nen is ook geld uit Europa nodig.”


Aan welke externe investeringspartijen denkt u dan?


“In het buitenland gebeurt het zo: een stad of regio kan veel baat hebben bij de totstandkoming van een OV-knoop- punt, bijvoorbeeld omdat ze op die lo- catie woningen, winkels en kantoren kunnen bouwen. Dat heeft natuurlijk waarde voor de stad of regio. Een deel van die waarde zou weer gebruikt kun- nen worden voor investeringen in het openbaar vervoer. Een mooi voorbeeld hoe dat in de praktijk werkt zien we min of meer bij de ontwikkeling van het Beurskwartier in Utrecht, nabij het Cen-


‘PlasticRoad’ circulair fietspad in Zwolle


traal Station. Er komen daar nieuwe woningen in het hartje van de stad. Ze richten die wijk ook heel anders in. Niet meer gericht op de auto, maar op de fiets en het openbaar vervoer. Mensen die straks kiezen voor een woning in het Beurskwartier kiezen dan ook voor een woning zonder eigen parkeerplaats, maar met een deelautoconcept. Zodat je wel een auto kunt gebruiken als je het nodig hebt, maar dat is dan niet meer het basisvervoermiddel.”


Dus een locatie heeft een waarde die ge bruikt kan worden voor investeringen op andere vlakken, zoals het openbaar ver voer? “Inderdaad. Wat vroeger fout ging met de VINEX-wijken was de benadering: het uitgangspunt dat we veel wonin- gen nodig hadden, leidde ertoe dat we een weiland buiten de stad gingen vol- bouwen. Daar was het openbaar ver- voer vaak pas klaar als iedereen al ge- wend was aan een auto voor deur. Dat gaan we beter doen. Nu zien we dat we in Nederland voor een enorme wo- ningbouwopgave staan; er wordt nu op veel plekken gebouwd. Wat we nu als kabinet doen is heel nadrukkelijk zorgen voor een effectieve en efficiënte integra- le benadering: de planning van de wo- ningbouw goed afstemmen op de inves- teringen die we in het openbaar vervoer willen doen. Dus als je binnenstedelijk gaat bouwen, zorg ervoor dat het open- baar vervoer en de fiets de primaire ont- sluiting zijn voor zo’n nieuwe wijk. Laten we daar dan gezamenlijk in investeren omdat we zo de schaarse ruimte in ste- den het beste benutten. Want je wil ook meer groen in stad en plekken voor kin- deren om te spelen.”


Ander issue: wat is de taak van het kabi net op het gebied van circulair bouwen? “Onze taak is dat Nederland in 2050 een 100 procent circulaire economie moet zijn. Dat is nodig omdat de we- reldbevolking blijft groeien en tegelij- kertijd gemiddeld welvarender wordt. Dit heeft tot gevolg dat de vraag naar grondstoffen enorm toeneemt. Zo veel eigenlijk dat we drie aardbollen nodig hebben om aan deze vraag te voldoen. De vervolgvraag is daarom: hoe kunnen we de impact van deze groei op de aar- de veranderen? Dit is naar mijn idee al-


8 Nr.3 - 2019 OTAR


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48