INFRASECTOR 50% ENERGIE BESPAREN DOOR ANDERE PRODUCTIEPROCESSEN.”
“IN 2030 KAN DE
windmolens te plaatsen. Het belang- rijkste voor nu is om zo snel mogelijk zoveel mogelijk duurzame energie op te wekken voor het reduceren van de CO2-uitstoot. Ik denk dan vooral aan daken van huizen, schuren en bedrijfs- hallen. Dat kan snel en goedkoop.
We moeten echter ook scenario’s on- der ogen gaan zien, waarbij de zeespie- gel veel sneller stijgt dan voorzien. Het maximum deze eeuw werd tien jaar ge- leden 1,2 meter geacht, inmiddels is dat bijgesteld naar misschien wel 2,5 à 3 meter, volgens het KNMI. Dat is een zor- gelijke ontwikkeling die nog onvoldoen- de in het nieuws komt. We moeten er rekening mee gaan houden dat we ons gaan wapenen tegen overstromingen. Dijken moeten zó worden ontworpen dat ze bestand zijn tegen overstromin- gen. Ze zullen soms breder worden, om wel overstroming toe te laten, maar niet te bezwijken. Het achterland moet reke- ning houden met af en toe natte voeten en wegen kunnen onder water komen te staan. Om het onderlopen van wo- ningen te voorkomen moeten we naar meer drijvende woningen of woningen op palen. Recent heeft er in Vrij Neder- land een essay gestaan van een aantal hoogleraren met de titel: De zeespiegel- stijging is een groter probleem dan we denken. En Nederland heeft geen plan
B! Eén van de scenario’s in dat essay gaat over het opgeven van gronden, die onder de zeespiegel liggen en het terug- trekken naar hoger gelegen delen. Voor- lopig lijkt dat nog ver weg als we de blik richten op 2030, maar toch wordt ook hier de urgentie van een snelle reduc- tie van broeikasgassen nogmaals bena- drukt.”
“Ik beschouw de infrasector als onder- deel van de industrie. De bijdrage van de industrie aan de CO2 -uitstoot van Nederland is meer dan 30%. In 2030 kan de sector 50% energie besparen door andere productieprocessen, o.a. met industriële warmtepompen en ge- bruik van groene waterstof in plaats van fossiele brand- en grondstoffen. Denk ook aan elektrifi catie van proces- sen die gebruik gaan maken van duur- zame stroom, naast de toepassing van geothermie voor bijvoorbeeld kassen en de papierindustrie. Fossiele gassen en biomassa komen dan te vervallen. De inspanningen die tot nu toe zijn ge- pleegd betroffen vooral het optimalise- ren van de huidige processen. Er zullen nu ingrijpende keuzes moeten worden gemaakt naar andere productieproces- sen, waarbij gas wordt vervangen door waterstof en afvalstoffen moeten wor-
den hergebruikt. Ook zal er meer indus- triële symbiose moeten komen, waar- bij afvalstoffen van de één bouwstoffen worden voor de ander. Overigens juich ik alle initiatieven, waarbij energie-inten- sieve producten worden vervangen door energie-neutrale oplossingen van harte toe.”
“Wil Nederland 100% duurzaam zijn in 2030, dan zullen er heel snel acties moeten worden ondernomen op het gebied van wonen, mobiliteit, voedsel, productie en energieopwekking. De re- gering moet nu gaan doen waarvoor ze ook is aangesteld, namelijk de burgers beschermen tegen de gevolgen van de opwarming van de aarde. Dat betekent in eerste instantie een energie-neutrale samenleving, waarbij de toename van broeikasgassen is gestopt en in tweede instantie de terugdringing van broeikas- gassen in de atmosfeer. Meer bomen en meer koolstof in de bodem horen daar- bij. Of het huidige klimaatakkoord vol- doende robuust is om de energie-neu- trale doelstelling van 2030 te halen is op dit moment nog maar de vraag.”
Meer informatie:
www.urgenda.nl Nr.3 - 2019 OTAR O Nr.3 - 2019TAR 23
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48