De klimaatdiscussie houdt Nederland behoorlijk in haar greep en werd een speerpunt van de laatste verkiezingen. Ondanks de waarschuwingen van we- tenschappers is lang niet iedereen overtuigd dat de mens verantwoordelijk is voor én in staat is om de opwarming te beperken. Voor de Stichting Urgenda is dat geen discussiepunt. Urgenda, een samentrekking van Urgente Agenda, is in 2007 opgericht door Jan Rotmans en Marjan Minnesma vanuit de Erasmus Uni- versiteit Rotterdam en DRIFT, het Dutch Research Institute for Transitions. OTAR is benieuwd welke impact de visie van Urgenda kan hebben voor de Infrabran- che. Een interview met Marjan Minnesma. Tekst: Jos van Maarschalkerweerd
U
rgenda streeft naar een circulai- re economie die draait op duur- zame energie en groene grond-
stoffen. De organisatie werkt vanuit een groot gevoel voor urgentie, om- dat grondstoffen schaarser worden en het klimaat veel te snel verandert. Dat het kán bewijst Urgenda in een studie, die vertaald is in een langetermijnvisie met een actieplan per jaar. Het is vol- gens Urgenda niet een kwestie van kun- nen, maar willen! Het rapport ‘Neder- land 100% duurzame energie in 2010. Het kan als je het wilt’ (te downloaden van de Urgenda-site) richt zich helemaal op de energievoorziening: hoe kunnen we binnen tien à vijftien jaar overstap- pen van fossiele brandstoffen op 100% duurzame energiebronnen?
“Mondiaal is het klimaatsysteem be- hoorlijk in de war en de verandering gaat sneller dan velen verwachtten. Op basis van wetenschappelijke kennis zijn in december 2015 bijna alle landen van
de wereld in Parijs overeengekomen dat we de aarde niet meer dan anderhalve graad (maximaal twee graden) kunnen laten opwarmen, omdat het daarboven catastrofaal wordt en niet meer in de hand te houden is. Het technische pro- bleem met de opwarming van de aarde is dat broeikasgassen zich ophopen in de atmosfeer, om daar pas na honder- den jaren langzaam uit te verdwijnen. Op dit moment komen er nog steeds meer broeikasgassen bij dan er verdwij- nen, waardoor de opwarming doorgaat. Met ongewijzigd beleid koersen we af op een temperatuurstijging deze eeuw van zeker 4 graden Celsius gemiddeld op aarde ten opzichte van 1850. Dat le- vert een onleefbare aarde op voor de volgende generatie. Onverantwoorde- lijk. De uitdaging is om zo snel moge- lijk de toename van broeikasgassen te stoppen, om daarna de hoeveelheid te verminderen.
De broeikasgassen bestaan uit kooldi- oxide (CO2), methaan, distikstofoxide en gefl uoreerde gassen. Die komen vrij
bij het verbranden van steenkool, olie en gas, bij de houtkap (ontbossing), de veeteelt en bij de toepassing van mest- stoffen. Naast oceanen, helpen ook bo- men bij het regelen van het klimaat door CO2 uit de atmosfeer te absorberen. Dus als bossen worden gekapt, gaat dat effect verloren en als we hout verbran- den, komt de koolstof in de bomen vrij in de atmosfeer als CO2, waardoor het broeikaseffect wordt versterkt.”
“Tot nu toe is de uitstoot van CO2 in Nederland niet gedaald sinds 1990. De overige broeikasgassen zijn met slechts 13% gedaald in bijna 30 jaar. Veel te weinig. Nederland toont zich daar- mee binnen de EU het slechtste jonge- tje van de klas. Op de gebieden duur- zame energie en biodiversiteit staan we onderaan. Nederland ziet zichzelf in de klimaatdiscussie als een klein landje met maar weinig impact op het klimaat. We vormen echter een energie-inten- sieve maatschappij. Alle huishoudens zijn aangesloten op aardgas, we heb-
Nr.3 - 2019 OTAR O Nr.3 - 2019TAR 21
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48