Wie is Bas Jonkman?
Bas Jonkman (1976) is hoogleraar Integrale Waterbouwkunde aan de Technische Universiteit Delft (TU Delft). Zijn onderzoek richt zich onder andere op overstromingsrisi- co’s en het ontwerp van waterbouwkundige infrastructuren, zoals waterkeringen en stormvloedkeringen. Jonkman werkte eerder voor Rijkswaterstaat (2001-2007) en Royal HaskoningDHV (2007-2012), waar hij betrokken is geweest bij waterbouwkundige projec- ten in Nederland en andere landen, zoals Cambodja, Vietnam, Indonesië, Qatar, Thailand en de Verenigde Staten. Jonkman was betrokken bij advies- en onderzoeksac- tiviteiten na orkaan Katrina in New Orleans (2005). In 2011 was hij visiting scholar aan de University of California, Berkeley, waar hij onderzoek deed naar de risico’s van dijken en het falen van infrastructuur in de Sacramento San Joaquin rivierdelta in Californië. Naast zijn hoogleraarschap aan de TU Delft is Jonkman strategisch adviseur voor Rijkswaterstaat en is hij lid van het Expertise Netwerk Waterveiligheid (ENW) en de Adviescommissie Water.
Jonkman leidt momenteel een aantal nationale en internationale onderzoeksprojecten gericht op natuurlijke bescherming tegen hoogwater, en de ontwikkeling van innovaties voor overstromingsrisicobeheer.
U doet ook onderzoek naar natuurlijke vormen van waterkering. Zijn die realistisch? “Het is een heel interessant veld. Er bestaat wel een enigszins romantisch beeld van honderd procent natuurlijke oplossingen als waterkeringen en dat een door de mens opgeworpen barrière niet nodig zou hoeven zijn. Maar er kan geen kwelder op tegen een stormvloed met drie meter hoge golven. We hebben hoe dan ook nog een lange weg te gaan om de natuur zo vorm te geven dat na- tuurlijke oplossingen een relevante bij- drage kunnen leveren aan onze water- veiligheid. We weten wel dat de breedte van een kwelder en de vegetatie voor de kust golven kan breken en het is een mooie uitdaging omdat het een combi- natie kan zijn van waterveiligheid, natuur en recreatie, maar het lastige is dat de natuur dynamisch is terwijl waterveilig- heid robuustheid en stabiliteit vraagt. Ik geloof meer in een combinatie van ver- schillende maatregelen.”
Toch wordt op veel plekken ook simpelweg ingezet op dijkverzwaring, ongeacht het historische landschap. Is dat terecht?
“Bij het vaststellen van nieuwe normen 8 Nr.3 - 2016 OTAR
is de lat hoog gelegd. Het is een politie- ke afweging om weinig risico te nemen. Experts wijzen er ook op dat het niet nodig is overal enorme versterkingen aan te brengen. Ik ben het daar mee eens: het gaat er om onze veiligheid zo slim en effi ciënt mogelijk te organiseren. Want wat is eigenlijk de kracht en de stabiliteit van onze keringen? Het is ver- standig om, wat we de bewezen sterkte van een dijk noemen, mee te laten tel- len. Dit gebeurt langs het Markermeer. Voordat ergens een versterking plaats- vindt, is het ook verstandig eerst de lo- kale ondergrond heel gedetailleerd te onderzoeken. Ik denk dat we niet onno- dig conservatief moeten zijn waardoor we zwaardere versterkingen aanbren- gen dan nodig is. Samen met marktpar- tijen kunnen waterschappen nog veel stappen maken met slimme manieren van dijkversterking.”
Gebeurt er veel op dat vlak? “Dat denk ik wel. Denk bijvoorbeeld aan schermen van geotextiel in dijken om piping tegen te gaan of het versterken van de stabiliteit van dijken door mid- del van dijkvernageling. Het is daarbij ook van belang - zoals in het hoogwa- terbeschermingsprogramma ook wordt geprobeerd - om kennis uit te wisselen
en generieke oplossingen te delen. Die innovaties kunnen uiteindelijk grote im- pact hebben op waterveiligheid en zor- gen voor behoud van cultuurhistorisch landschap. Je ziet ook steeds vaker dat burgers die geconfronteerd worden met enorme dijkverzwaringen in hun leefom- geving daartegen in het verweer komen. Dat kan ook helpen om verder te inno- veren.”
U vindt het terecht dat burgers zich met waterveiligheid bemoeien?
“Het is van belang om ervoor te waken dat onze waterveiligheid niet vanzelf- sprekend is. Dat kan betekenen dat er ingrijpende maatregelen genomen wor- den die mensen in hun omgeving niet prettig vinden. Maar burgers zijn mon- diger geworden, laten zelf onderzoek doen en kunnen de media mobilise- ren. Daar lijkt mij in het geheel niets mis mee, zeker als dat leidt tot nieuwe in- zichten of het gebruik van nieuwe tech- nieken. Bijvoorbeeld inzichten die veel nauwkeuriger de bewezen sterkte van een dijk kunnen meten of technieken die de stabiliteit van een dijk kunnen ver- beteren waardoor de leefomgeving niet aangetast wordt en de veiligheid gega- randeerd wordt. Als omwonenden daar
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48