This page contains a Flash digital edition of a book.
Kunnen we de natuur inzetten om ons te beschermen tegen overstromingen? Volgens TU Delft hoogleraar Integrale Waterbouwkunde Bas Jonkman zijn daar zeker mogelijkheden voor, ook al staat de dynamiek van de natuur op gespannen voet met de zekerheid die wij voor onze veilig- heid verlangen. Om die reden vraagt hij ook aandacht voor traditionele ‘harde techniek’, al mag die best innovatief zijn.


Tekst: Joost Zonneveld


Hoe waterproof is Nederland? “Nederland is absoluut de best bevei- ligde delta ter wereld. Maar niet alle dij- ken voldoen momenteel aan de normen. Voor het versterken van onze dijken is de komende jaren een miljard per jaar beschikbaar en dan moet er nog een derde van onze keringen, bij elkaar 1200 kilometer aan dijken, aan de lijst toege- voegd worden. Het veilig houden van onze delta is nooit af. We krijgen bin- nenkort ook nog met een normverzwa- ring te maken en dan is er natuurlijk de zeespiegelstijging waar we rekening mee moeten houden.”


Er wordt al heel lang onderzoek naar dijken gedaan, waarom blijft dat nodig? “We zijn inderdaad sinds de waters- noodramp van 1953 serieus bezig met onderzoek naar dijken, maar de wer- kelijke sterkte en het gedrag van kerin- gen blijft veel vragen oproepen. Onder- zoek zal niet alleen nodig blijven om de faalkansen van dijken te beoordelen, er worden ook steeds nieuwe keringen ontwikkeld die weer anders reageren in verschillende situaties. Vroeger werden die van beton en staal gemaakt, nu is de eerste kunststof sluisdeur een feit.”


Waar richten die vragen zich met name op?


“Dijken schuiven af en water sijpelt on- der dijken door. Het blijft lastig te voor- spellen welk effect dat op een dijk heeft. We weten redelijk goed hoe we kerin- gen moeten ontwerpen, maar over de invloed van vegetatie, de aanwezigheid van kwelders en of die blijven liggen, is


nog weinig bekend. Al die omstandighe- den hebben invloed op de manier waar- op een dijk zich gedraagt.”


Hoe doet u daar onderzoek naar in Delft? “Dat doen we onder meer door situa- ties na te bootsen. Flood Proof Holland is een testterrein, een proefpolder, met mobiele waterkeringen. Het is een mo- dern alternatief voor een zandbak. De proefpolder kan nu getest worden met een hoogte van tweeënhalve meter wa- ter, en we willen straks door naar een ‘full scale’ dijk van vier tot vijf meter hoog. Daarmee kunnen we heel realis- tische situaties naspelen en nagaan hoe snel onder bepaalde omstandigheden een bres in een dijk geslagen wordt. En daarnaast testen we nieuwe soorten ke- ringen, maar ook beheersmaatregelen.”


Nieuwe soorten keringen? “Het gaat dan om slimme combinaties zoals een parkeergarage in Katwijk die ook als waterkering fungeert. Een ander voorbeeld daarvan is de opblaasbare kering die als een airbag werkt. Die heb- ben we tegenwoordig nabij Zwolle – de Ramspolkering. Op het moment dat het water te hoog komt, komt de kering te- voorschijn om het water tegen te hou- den. Dat soort keringen kan in stedelijke omgevingen ook van belang zijn. Je wilt in een stad die aan het water ligt niet te- gen een hoge muur aankijken. Dat soort oplossingen zijn ook nog eens lichter en goedkoper. Maar de effectiviteit is na- tuurlijk ook zeer belangrijk en die moet goed getest worden. Een mooi buiten- lands voorbeeld is dat men in Japan in-


derdaad hoge muren langs de kust wil- de bouwen om een volgende ramp met een tsunami te voorkomen. DSM, Delta- res en de TU Delft hebben een tijdelijke waterkering ontworpen die bij extreem hoog water uit de grond omhoog drijft, als een soort parachute.”


Er is steeds meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit?


“Dat is zeker het geval. Dat geldt voor steden, maar ook voor ons landschap. Denk maar aan het programma Ruimte voor de Rivier waar door het verbreden van de rivierbedding waterveiligheid en natuurontwikkeling samen opgaan.”


Ruimte voor de Rivier is een voorbeeldproject?


“Op het gebied van waterveiligheid is met de kennis van nu wel een kantte- kening te plaatsen. Doordat in de uiter- waarden gras, struiken en bomen gaan groeien, neemt de ruwheid van de rivier toe en dit leidt tot een toename van de waterstanden. Het was ook niet voor- zien dat de bomen in de uiterwaarden weer weggehaald zouden moeten wor- den. Dat gebeurt dan met eufemistische termen als ‘stroomlijnen’ of ‘cyclische verjonging’ omdat ecologisch unieke exemplaren eigenlijk niet zomaar ver- wijderd kunnen worden. En er zijn twij- fels ontstaan over piping, het water dat onder de dijken doorstroomt en de sta- biliteit van dijken in gevaar brengt. Het verlagen van het waterpeil helpt hier niet zoveel tegen en hier zijn mogelijk extra dijkversterkingen langs de rivieren no- dig.”


Nr.3 - 2016 OTAR O Nr.3 - 2016TAR 7


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48