search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
FOTO: KOOS GROENEWOLD


RUNDVEEHOUDERIJ Zwaarder maaien ‘Kuilgras bevat


vaak te veel eiwit omdat er voor een zwaardere snede is bemest dan er wordt geoogst’


De snelste weg, die wel enkele beperkingen kent, is om zwaarder te maaien. Dat geeft een verdunningseffect. Eiwit bevat een zesde deel stikstof. Dat betekent dat gras van elke kilo stikstof 6,25 kilo ruw eiwit kan maken. Bij een bemestingsniveau van 100 kilo zuivere stikstof is dat 625 kilo. Bij een opbrengst van 3 ton droge stof bevat het gras 20,8% ruweiwit. Bij 3,5 ton en 4 ton wordt dat percentage verdund tot respectievelijk 17,8% en 15,6%. Bij (nagenoeg) 100% grasrantsoenen zou er dus al snel op 4 ton drogestof opbrengst gemikt moeten worden. De Beer: “Daar kleeft echter wel een flink nadeel aan. Bij een zwaardere snede is het gras ouder en neemt het aandeel NDF (celwanden) toe.” Daardoor daalt de verteerbaarheid en de VEM, maar ook de voeropname door de koeien. Voordeel van iets later maaien is dat het DVE-gehalte toeneemt, zo geeft Eurofins Agro aan.


Melkveerantsoenen moeten liefst gemiddeld 1.000 VEM per kilo droge stof bevatten. Niet alleen voor de directe energievoorziening van de koe, maar


ook om het eiwit optimaal te benutten is een voldoende VEM-dichtheid nodig in de rantsoenen. Door de verla- ging van de VEM-waarde in gras bij zwaarder maaien, zijn er dus meer corrigerende, vaak aangekochte voeder- middelen nodig en dat knijpt met het streven naar 65% eigen eiwit.


Leo Tjoonk, kenninscoördinator ruwvoedergewassen bij Agrifirm, geeft aan dat de laatste jaren veel kuilen rond eind april al gemaakt worden. “Dan is het gras nog niet oud, maar staat er vaak ook niet meer dan ruwweg 3 ton droge stof. Dat er dan te veel eiwit inzit, komt vaak omdat er voor een zwaardere snede is bemest.”


Minder bemesten


De opmerking van Tjoonk is dan ook de tweede actie die het ruw eiwitpercentage kan verlagen. Stem het bemes- tingsniveau af op een niveau dat past bij het maaidoel. Voor de eerste snede zal dit advies nu te laat zijn. Op de meeste plaatsen ligt de mest en kunstmest er al op. Een goede verdeling in kleinere porties naar de volgende sne- den toe, kan wel helpen. De Beer: “Een minder intensie- ve bemesting betekent minder stikstofaanbod en zo ook een lagere eiwitvorming.”


Het is wel van belang om de overige meststoffen dan ook in verhouding goed te geven. Dus ook een iets lagere


Vijf jaar overzicht voederwaarde graskuilen


2019 420 2018 463 2017 442 2016 473 2015 467


Bron: Eurofins agro


Droge stof in g/kg; VEM per kg ds; totaal eiwit, DVE en OEB in g/kg ds droge stof VEM totaal eiwit DVE 904 901 908 899 910


182 193 184 169 170


61 65 63 63 64


OEB 58 64 58 44 44


zwavelbemesting bijvoorbeeld. Wel blijft dat element nodig voor de vorming van kwalitatief goed eiwit. Wie kiest voor een iets krappere bemesting moet dan niet wachten tot er weer een zware snede staat. Vlot maaien in een jonger stadium is dan het advies. Tjoonk geeft aan dat maaien rond eind april van de eerste snede ervoor zorgt dat de tweede snede rond eind mei gemaaid kan worden. “Dan zit je ook heel mooi voor de doorschietda- tum van de meeste grassen en dan kan het aandeel NDF nog relatief laag zijn en blijft de voederwaarde overeind. Ook kunnen koeien van kuilgras met een lager NDF-ge- halte meer opnemen.”


In dat licht zou er elke vier weken gemaaid moeten worden. Dus richting zes iets lichtere snedes per jaar in plaats van vier à vijf iets zwaardere. Het gras moet niet te oud worden om de verteerbaarheid en de VEM-waarde in de benen te houden.


Jong gras droog inkuilen


De Beer ervaart dat boeren vaak bang zijn om jonger te maaien, omdat dan de doorstroomsnelheid van het voer te groot wordt. De koeien schijten de muur er dan uit, wordt wel gezegd. “Dat gebeurt alleen als het eiwitrijke voer ook (te) nat is ingekuild. Dan vindt er al te veel voor- vertering plaats door de hogere zuurvorming en -concen-


Hoge oplosbaarheid verlaagt DVE


Verloop oplosbaarheid ruw eiwit (in %) en DVE gehalte (in g/kg ds) in graskuilen per jaar oplosbaar ruw eiwit


2019 64 2018 60 2017 62 2016 60 2015 61


Bron: Eurofins agro


DVE 61 65 63 63 64


R6


BOERDERIJ 105 — no. 30 (21 april 2020)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24