search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
RUNDVEEHOUDERIJ


H


et stikstofdebat is door de coronacrisis behoorlijk naar de achtergrond geduwd. Dat betekent niet dat het daarmee van het toneel is verdwenen. De kans dat veehouders actie moeten gaan ondernemen op dat vlak is reëel. Door het Landbouw Collectief zijn drie opties genoemd om de stikstofuitstoot te verminderen. Verdunnen van mest bijvoorbeeld, wat leidt tot een hogere benutting van de stikstof. De tweede optie is meer weidegang, zodat er dan meer urine in de wei terechtkomt. De stikstof komt dan in de bodem en niet, of veel minder, in contact met mest waardoor er ook minder omzetting plaatsvindt van stikstof naar ammoniak. De derde optie is het verlagen van het ruweiwitgehalte in het rantsoen. Gedacht wordt aan waarden rond 155 gram ruw eiwit per kilo droge stof ofwel 15,5% in het rantsoen. Wat er niet in gaat, komt er ook niet uit. In het kader van beperking van de stikstof- emissie wil het Landbouw Collectief graag dat boeren kunnen kiezen uit een of enkele van de aangeboden maatregelen. Het ministerie denkt echter aan uitvoeren van alle drie de maatregelen. Het overleg daarover is nog gaande.


Wintervoer


Alle drie de aspecten spelen in de zomer, met uitzon- dering van het eiwitgehalte in het rantsoen. Dat speelt


R4


in de zomer, maar ook in de winter. Wie er op koersen wil om stikstofuitstoot te verminderen via het rantsoen, moet nu al actie ondernemen om het ruweiwitgehalte in de graskuilen, die straks gevoerd zullen gaan worden, te verlagen. Zeker op bedrijven waar graskuil het leeuwen- deel van de voeding is.


Gemiddeld bevat gras over de laatste vijf jaar en over alle snedes heen 180 gram ruw eiwit totaal. Dat blijkt uit cijfers van Eurofins Agro. De bijbehorende voederwaar- de is 904 VEM (zie tabel Vijf jaar overzicht voederwaarde graskuilen). Op de typische grasbedrijven is 180 gram in het kuilvoer te hoog om dat nog eenvoudig richting 155 gram per kilo droge stof in het totaal rantsoen te bren- gen. Ter indicatie: bij een rantsoen van 10 kilo gras met 180 gram ruw eiwit en 3 kilo mais met 80 gram ruw eiwit, mag de brok dan nog maximaal 130 gram ruw eiwit per kilo bevatten. Effectiever is dan ‘even’ het ruweiwitge- halte in graskuil te verminderen. “Toch zijn er in theorie wel een paar mogelijkheden om te sturen op eiwitgehal- te en de verhouding tussen DVE (darmverteerbaar eiwit) en OEB (onbestendig eiwit balans)”, geeft Mark de Beer, ruwvoerspecialist bij Groeikracht, aan.


Spelen met maaitijdstip en drogestofgehalte bij inkuilen heeft invloed op de hoeveelheid eiwit per kilo droge stof en de kwaliteit ervan. FOTO: RONALD HISSINK


BOERDERIJ 105 — no. 30 (21 april 2020)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24