899 | WEEK 48-49 28 NOVEMBER 2018
REGELGEVING EN CONTROLES OVERSCHADUWDEN HET VAARPLEZIER Cornelis Steneker is uit-gevaren
Geen zin meer Toch besloot Cornelis Steneker op een gege- ven moment dat het genoeg was. “Ik zei op een morgen tegen mijn vrouw: ‘Ik heb er geen zin meer in’. Dat had onder meer te maken met de CCR eisen, het zwemvest dat je aan moet, al die controles op allerlei gebied, de papierwinkel elke keer weer, de milieuregels”.
Cornelis Steneker.
ROTTERDAM Cornelis Steneker besloot ruim een jaar geleden zijn schip Valé te verkopen en voorgoed aan de wal te gaan wonen. Niet omdat hij het varen niet meer leuk vond. Het was de regelgeving en de controles die hij beu was en die hem tot dit besluit brachten. Nu stapt hij af en toe nog aan boord bij vrien- den en familie om een reisje te doen. Want dat varen zit nu eenmaal in zijn bloed, met dank aan de generaties voor hem die ook hun brood in de binnenvaart verdienden. En het is ook best lastig om aan de wal je draai te vinden. Daar is tijd voor nodig.
LIDA SAAIJ
Cornelis Steneker, nu 60 jaar, kreeg de binnen- vaart met de spreekwoordelijke paplepel in- gegoten. Vader, grootvader, overgrootvader en misschien nog wel generaties daarvoor, verdienden hun brood op het water. Elk kind moet naar school, ook een schipperskind. Dus werd hij op zijn zesde jaar naar het internaat in Leeuwarden gebracht. “Ik ben een noorde- ling, uit Grouw”, zo verklaart hij de keuze voor juist dit internaat. “Maar op mijn zestiende kwam ik van school, zonder diploma. Ik maak- te de school niet af. Mijn ouders besloten toen een winkel voor me te kopen. Een sigaren- zaak, annex postkantoor en speelgoedwin- kel. Vader ging mee de winkel in, verkocht zijn schip. Maar al binnen een half jaar bleek dat ik niet zo geschikt was voor het winkelbedrijf, ik vond het niet leuk”. Zijn ouders besloten toen de winkel maar van de hand te doen en weer te gaan varen. “Ze kochten dus opnieuw een schip en ik ging mee aan boord. Na korte tijd ging ik in loondienst varen. In 1979, ik was toen 21 jaar, kocht ik mijn eerste eigen schip, een spits, de Tresor. Daar heb ik mee door Frankrijk gevaren tot aan Parijs. Het eerste
Foto Lida Saaij
half jaar samen met mijn broer, daarna samen met mijn vrouw. Ik trouwde een vrouw uit de binnenvaart en we kregen twee kinderen, die op hun beurt ook weer zijn gaan varen”.
Vooruitgang “Varen bleek echt mijn ding, ook al ging het heus niet allemaal vanzelf, waren er ups en downs”, zo blikt hij terug. “Maar we boek- ten wel vooruitgang. De Tresor was feitelijk in tonnen te klein. We konden in 1982 een grotere spits kopen, die we de naam Valé ga- ven. Daarmee konden we heel Frankrijk door, via alles wat maar bevaarbaar was. We gin- gen ook naar Duitsland, maar alleen afva- rig. Met deze spits hebben we tot 1988 geva- ren. Toen kochten we een Kempenaar ( 50 x 6,60 m). Daarna een Köningsfelder (63 x 8,27 m). Die werd vervolgens weer ingeruild voor een Rhein-Hernekanaalschip ( 80 x 9,5 m). In 2007 stapten we over op een zogenaamd Rascheschip ( 85 x 9,50 m), speciaal voor de kanalen gebouwd, en daarmee hebben we doorgevaren tot we het schip in 2017 hebben verkocht”. Wat al deze schepen met elkaar ge- meen hadden was hun naam, Valé.
“Ik ben niet gestopt omdat ik het varen niet meer leuk vond. Zeker ons laatste schip was een mooi schip. Daar hebben we mee op de Donau gevaren, dus altijd via de Main en het Main-Donaukanaal tot aan Belgrado. Dat vond ik prachtig. De laatste jaren gingen we meest- al tot aan Wenen. En ondanks de crisis die zich kort na de koop van dit schip aandiende hebben we goed ons brood kunnen verdienen in de A1 vaart. We konden overal terecht met onze afmetingen. En toen we in 2015 twee spudpalen lieten plaatsen was een overnach- tingsplaats helemaal geen probleem meer. Dat was het beste dat we ooit gedaan hadden. We hebben de laatste vijf jaar ook met perso- neel gevaren. We hielden ons schip goed bij, alles zag er netjes uit. Dus geen vuiltje aan de lucht, nietwaar?”
Als voorbeeld noemt Steneker hoe er moet worden gehandeld als kunstmest de lading is. “Je hebt kunstmest voor een bestemming in Duitsland geladen. Tijdens het lossen met de grijper valt er altijd wat tussen de grijper uit en dat belandt buitenboord. Maar een- maal leeg moeten we het ruim wassen en het waswater afgeven alvorens je je losverklaring krijgt. Want er mag geen kunstmest via het waswater in het oppervlaktewater worden ge- loosd, dat is slecht voor het milieu. Dan geef je het waswater af, zie je dat ze het waswa- ter vervolgens weer over de kade pompen… . En nog wat anders, boeren strooien diezelfde mest over hun land en dan komt het ook in het grondwater. Dat alles geeſt je een dubbel gevoel”.
Controles Ergerlijk vindt hij ook de vele controles. “Komt ’s avonds de politie uit Beieren aan boord. Vaar je de volgende dag door naar Bingen wil de politie daar je weer controleren. Daar wordt je gek van. Beieren is de enige Duitse Deelstaat die nog niet is aangesloten op het computersysteem van de WSP, maar feitelijk is dat toch van de gekke. Maar ook de contro- les in Nederland zijn niet mis. Ik kreeg het al benauwd als zo’n RWS boot alleen maar ach- ter je bleef varen, zelfs als je weet dat je al- les in orde hebt. Er is altijd wel iets niet goed. Ik heb ook het gevoel dat Rijkswaterstaat in Nederland veel strenger is geworden in de af- gelopen jaren, zelfs strenger dan de WSP”. Steneker zag ook op tegen alle toekomstige regels die de CCR in petto heeſt voor de bin- nenvaart. “We konden gelukkig ons schip snel verkopen, het was goed in orde en bij de tijd wat voorzieningen en installaties betreſt”. Wat de stap om definitief te stoppen wellicht iets gemakkelijker maakte was het feit dat ook het lichaam niet zo goed meer wilde. “De stress werd niet alleen te groot, ook mijn onderrug wil niet zo goed meer”.
Kennis Steneker kan zich nog steeds verwonderen over hoe er met de binnenvaart wordt omge- gaan en over het gebrek aan kennis bij men- sen die de regels opstellen voor de sector. Hij vertelt wat hem overkwam toen hij mee- werkte aan een project waarbij door deskun- digen het geluid aan boord werd gemeten. “Ik had me een paar jaar geleden aangemeld toen er vier schepen werden gevraagd voor die test. Ik wist niet wat me overkwam toen het zo ver was. Kwam daar een vrachtwagen met allerlei apparatuur voorrijden. Overal, tot in de badkamer toe, werden microfoons ge- plaatst om de decibels te kunnen meten. Toen we eenmaal gingen varen, kon het echte me- ten beginnen en moesten we stil zijn. Dat is knap lastig als je voor Rotterdam vaart en je moet communiceren met de post, want dan
moesten ze weer opnieuw beginnen met me- ten. Een paar weken later werden we opge- beld door het bureau dat was komen meten. De geluids- overlast viel nogal mee. Dat kwam vooral omdat onze woning op rub- ber was geplaatst. Alleen in twee slaap- kamers was het geluidsniveau te hoog. We voeren A1, dus ‘s nachts draaide de motor niet en vormde dit voor ons geen probleem. Maar wat als je ’s nachts wel zou varen? Een me- vrouw van dat bureau had bedacht dat je dan wellicht een geluidsdichte kast om je bed kon bouwen. Daar zou ze zelf overigens niet in wil- len slapen, bekende ze. Van dat soort dingen krijg ik het nou op mijn heupen. In een kast slapen!”
Hij heeſt ook moeite met de toekomstige mili- euregels voor motoren. “In mijn laatste schip staat een Cummins van 1300 pk uit 2002. Als je een motor start en hij is koud dan komt er rook af. Dat deed de onze ook enigszins, maar na dertig seconde was dat over. Ik gooi- de Long Life bij de gasolie, dat zorgt voor een betere verbranding. Maar straks mag dat ook vast niet meer. Veel schippers gebruiken het. Je zou er ook zuiniger mee varen, maar of dat zo is weet ik niet. Ik heb dat nooit bijgehou- den. Bovendien, de rivier is elke dag anders, de drukte op het water, de weersomstandig- heden, hoe zwaar je bent beladen, de wa- terstand. Dat is allemaal van invloed op je gebruik”.
Weer varen?
Of hij, als hij nu jong was, weer zou gaan va- ren? “Ik weet het niet. Dat is moeilijk te zeg- gen als zestigjarige. Je weet hoe het vroeger was. Maar jongeren leven in het nu en kijken toch weer anders aan tegen de ontwikkelin- gen die wij als ouderen vervelend vinden. Vroeger voeren we altijd over de beurs. Toen dat over was moest je het allemaal zelf doen en zelf ontdekken. Dat was vervelend. Maar het heeſt me ook naar nieuwe vaargebieden gebracht, zoals de Donau en de Neckar. Daar was ik via de beurs waarschijnlijk nooit geko- men. En daar heb ik een hele mooie tijd ge- had. Dus niet alle veranderingen zijn altijd ver- keerd”, concludeert hij.
Nu nog even zijn draai zien te vinden aan de wal. Zijn vrije tijd brengt hij deels door op de jachthaven van Watersportvereniging IJsselmonde, met zicht op de Van Briene- noordbrug. Daar ligt zijn boot, een jacht van 14 meter, want gevaren moet er worden. En vanuit zijn raam van het appartement op de zevende verdieping, gelegen naast de jacht- haven, ziet hij de schepen voorbij komen. En voor de afleiding vaart hij af en toe een reisje mee met zijn kinderen, familie of vrienden.
5
De laatste Valé, waarmee gevaren is tussen 2007 en 2017.
Foto Collectie Steneker
Omdat stilliggen geen optie is T +31(0)181-614 466
www.reikon.nl
inspecteert & repareert • Keerkoppelingen • Reductiekasten • ABC dieselmotoren • Pompen
Grote voorraad ABC recon-onderdelen
storing service 24/7
WWW.NELFMARINE.NL
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48