WEEK 12-13 18.03.2015
Living Lab Energieschepen maakt energiegebruik zichtbaar
ROTTERDAM Met trots maakte de Stich- ting Energieschip onlangs bekend dat het project ‘Living Lab Energieschepen’, door de stichting uitgevoerd in samen- werking met TNO, is gekozen uit zo’n twintig ingediende Maritieme Innovatie Impuls Projecten (MIIP). In het kort gaat het project om een open source systeem voor de maritieme sector waar schippers, rederijen en leveranciers op afstand ge- makkelijk informatie kunnen uitwisselen.
MIIP’s zijn toegankelijk voor alle betrok- ken projecten in de Maritieme sector. Op 3 maart kwam de Innovation Council van Nederland Maritiem Land bijeen. Deze Council bestaat uit vertegenwoordigers van maritieme bedrijven, kennisinsti- tuten en brancheorganisaties en houdt zich onder andere bezig met het concreet maken van het maritieme innovatiebe- leid. In totaal zijn er 22 projectvoorstellen ingediend.
Living Lab Schepen gebruiken veel energie en door steeds strengere emissie-eisen moeten dure brandstoffen gebruikt worden, zoals zwavelarme diesel. Daarom loont het volgens de Stichting Energieschip om het energieverbruik van schepen nauwkeurig te monitoren en zo nodig bij te sturen. Op het gebied van energie efficiency is nog veel winst te behalen. Inzicht in de manie-
ren waarop schepen geoptimaliseerd kun- nen worden is vaak afhankelijk van goede data over het gebruik van het schip. Veel data zijn echter niet toegankelijk voor der- den. Een onderdeel van het MIIP project is daarom ook een korte inventarisatie naar de bereidheid van maritieme bedrijven om hun date beschikbaar te stellen, en wat de obstakels tot op heden zijn. De part- ners willen dat schepen worden ingezet als zogenaamde Energieschepen waarbij data, bijvoorbeeld over het actuele en historische energieverbruik, makkelijk toe- gankelijk is. Innovatieve toeleveranciers kunnen met de data hun producten beter afstemmen op de eisen en wensen van hun klanten, en hun toegevoegde waarde in de vorm van het verbeteren van ener- gie-efficiëntie aantonen. De betrokkenen bij het gehonoreerde MIIP project Living Lab Energieschepen zijn: TNO, rederij Flin- ter, Theunissen, Alliander, Enersyst, Imtech Marine, Hogeschool Rotterdam, STC- Group, Marin, Damen Shipyards, Stichting de Noordzee, Nederland Maritiem Land, HISWA Vereniging, Ruysch International, Plugwise en van Well design.
Meetinstrumenten Door het uitrusten van schepen met alle noodzakelijke meetinstrumenten en IT-in- frastructuur om de data in een open for- maat naar de wal te sturen voor analyse, kan men een actueel en accuraat krijgen
van het energieverbruik. De data kun- nen via een open protocol verzameld en opgeslagen worden. De verzamelde data komt op basis van open source, beschik- baar voor de eigenaar van de schepen. De eigenaar kan de data dan weer beschik- baar maken voor relevante stakeholders. In het MIIP project wordt de ombouw van twee schepen tot Energieschip uitgewerkt. Daarnaast wordt gekeken naar de techni- sche specificaties van de componenten en de keuze voor een interface, het datapro- tocol en open platform. Uiteindelijk moe- ten de verschillende meetdata omgezet worden naar gegevens die voor iedereen bruikbaar zijn.
Toekomstscenario Het toekomstscenario van het Living Lab Energieschepen is om in 2020 20 procent van de Nederlandse vloot omgebouwd te hebben tot Energieschepen die inzicht geen in energiegebruik in combinatie met vaaromstandigheden. Deze informatie komt beschikbaar, zowel aan boord als bij de rederij. Aan boord met als doel om inzicht te geven aan de bemanning waardoor bewustzijn gecreëerd wordt in energiestromen, bij de rederij om inzicht te geven in het energieverbruik van de totale vloot. Deze informatie komt ook be- schikbaar voor de community, die bestaat uit deelnemers van het Living Lab van Energieschepen.
Beroepsvaarders net zo vaak oorzaak van ongeval als recreatievaarder
Havenbedrijf Amsterdam toegetreden tot Platform Schone
23
Scheepvaart AMSTERDAM Henri van der Weide, beleids- adviseur van de Divisie Havenmeester van Havenbedrijf Amsterdam NV, heeſt woensdag 4 maart bekend gemaakt, dat het Havenbedrijf is toegetreden tot het Platform Schone Scheepvaart. Hij deed dit tijdens het seminar ‘Generatorstroom versus walstroom in de zeevaart’.
Van der Weide: “Wij streven er naar een duurzame haven te zijn. Door toetreding tot het platform kunnen we kennis en ervaringen vroegtijdig delen en opdoen en de verduurza- ming van de maritieme sector promoten en bevorderen”. Martin Dorsman, directeur van de KVNR en voorzitter van het Platform Scho- ne Scheepvaart, is blij met de toetreding van Havenbedrijf Amsterdam: “Havens spelen een belangrijke rol in het faciliteren en stimuleren van schone scheepvaart en we zijn er dan ook trots op dat de Amsterdamse haven hier een actieve bijdrage aan wil leveren”.
Platform Schone Scheepvaart Het doel van het Platform Schone Scheep- vaart, opgericht in 2007, is het uitwisselen en breed verspreiden van kennis en ervaringen die kunnen helpen om de emissies te verla- gen. Dat gebeurt door het bevorderen van samenwerking en kennisdeling ten behoeve van de toepassing van emissiereducerende technieken. Naast Havenbedrijf Amsterdam zijn de Koninklijke Vereniging voor Nederland- se Reders (KVNR), Netherlands Maritime Tech- nology, TNO, MARIN, Stichting de Noordzee en Havenbedrijf Rotterdam aangesloten bij het Platform Schone Scheepvaart. Meer informa- tie is te vinden op
www.schonescheepvaart.nl
BVB:
“Maximakanaal biedt grote potentie om
wegen te ontlasten”
ROTTERDAM De opening van het nieuwe Maxi- makanaal in Brabant is volgens Bureau Voor- lichting Binnenvaart (BVB) ‘een mijlpaal voor de Nederlandse binnenvaart’. Met het nieuwe kanaal kan de binnenvaart namelijk een goed alternatief bieden voor het goederenvervoer van en naar Brabant. De afgelopen jaren zagen bedrijven als Mars, Heinz, Bavaria en recent Nutricia al de voordelen van dit vervoer over de waterwegen. In totaal werden er circa 40.000 vrachtwagenbewegingen van de weg gehaald. “Slechts het topje van de ijsberg”, aldus de BVB.
Archief Scheepvaartkrant
HILVERSUM Het samenwerkingsverband ‘Varen doe je Samen’ heeſt de ongevallen op het vaar- water tussen 2004 en 2013 geanalyseerd. In deze periode waren er 107 ernstige ongevallen waarbij recreatievaart en beroepsvaart betrokken waren. Uit de analyse blijkt tevens dat be- roepsvaarders ongeveer net zo vaak de veroorzaker zijn van een ongeval als recreatievaarders.
TINA REINDERS De stuurgroep van Varen doe je Samen heeſt voor het onderzoek de database van Rijkswa- terstaat geanalyseerd. Daar zit gelijk het grote probleem van dit onderzoek: behalve deze database, beschikken ook KNRM, de KLPD en natuurlijk de verzekeringsmaatschappijen over gegevens. Die zijn echter niet in dit on- derzoek meegenomen. Bovendien worden alle bijna-ongelukken die op het nippertje voor- komen konden worden, niet geregistreerd. De eerste aanbeveling van het onderzoek is daarom ook om de gegevens van alle onge- vallen in één database onder te brengen. Toch is er over de uitkomst van het onderzoek wel het een en ander te zeggen. Immers, het mag
verwacht worden dat de ernstige ongeval- len wel allemaal voorkomen in de database van Rijkswaterstaat. In totaal waren er in de periode 20014 tot en met 2013 445 ernstige ongevallen, waarvan de beroepsvaart er bij 107 betrokken was. Bij tien van deze onge- vallen vielen zeventien doden. De ongevallen werden veroorzaakt door inschattingsfouten en onoplettendheid. In 65 van de 107 gevallen was het mogelijk aan te geven bij welke partij de vermoedelijke veroorzaker was. Opvallend is dat dit ongeveer even vaak de beroepsvaart als de recreatievaart was. Een ander opvallen- de uitkomst is dat bij deze 107 ongevallen, de recreatieschippers allen beschikten over een vaarbewijs.
Aanbevelingen Varen doe je Samen heeſt naar aanleiding van het onderzoek diverse aanbevelingen gefor- muleerd. Duidelijk is dat het gedrag van de schipper cruciaal is bij het voorkomen van on- gevallen. Ongeacht of dit een beroepsschipper of een recreatieschipper is. Daarom gaat Varen doe je Samen door met het geven van voor- lichting aan beide partijen. Tijdens de HISWA ondertekenden de partners binnen Varen doe je Samen een convenant om de samenwer- king weer vijf jaar voort te zetten. Natuurlijk blijſt Varen doe je Samen ook actief met het verspreiden van informatie aan recreatieschip- pers, onder andere via de website
www.varen-
doejesamen.nl , tijdens de cursussen voor het vaarbewijs en via de verspreiding van folders. Zowel de website als de folders zijn natuur- lijk ook verkrijgbaar voor de beroepsvaart. Daarnaast gaat de stuurgroep overleggen met de binnenvaartopleidingen om een film of een serious game te ontwikkelen.
Het Bureau stelt dat ondanks dat Nederland een echt waterland is, het bedrijfsleven nog niet optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden van het water. “In Oost-Brabant is veel logistieke bedrijvigheid, met de aanleg van het Maximaka- naal ontstaat een nog betere verbinding van en naar de regio. Toch ziet de binnenvaart dat, door een gebrek aan kennis over de logistieke moge- lijkheden van de vaarwegen, nog te vaak goede- ren over de volle wegen verstuurd worden”.
De cijfers spreken volgens Bureau Voorlichting Binnenvaart voor zich: “De schepen die over het Maximakanaal varen hebben een capaciteit van gemiddeld 50 vrachtwagenladingen. Vrijwel geruisloos brengen zij met een gemiddelde CO2 reductie van 30 procent, goederen door Neder- land. En niet onbelangrijk, zonder files. Cijfers die helaas nog niet bij iedereen bekend zijn”. Het Bureau roept bedrijven die goederen van en naar de regio transporteren op om opnieuw te onderzoeken of de binnenvaart een rendabel alternatief is. “Er zijn goede containerterminals met dagelijkse afvaarten en overslaglocaties voor bulk. Voor die bedrijven met ‘watervrees’ heeſt de binnenvaart een team van adviseurs beschikbaar om ondersteuning te bieden in de implementatie van vervoer over water in de logistieke keten. De tijd is daarmee rijp om de potenties die het Maximakanaal biedt ook daad- werkelijk te benutten”.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56