Tekst: Martijn Reinink
Financiën
Handleiding betaaltitel domeinoverstijgende samenwerking
Elma van Vulpen is financieel planner bij VvAA
Zorginstituut Nederland heeft een handleiding gepubliceerd voor het gebruik van de open betaaltitel voor Zvw-zorgaanbieders die domein- en sectoroverstijgend samenwerken.
Bij samenwerking over de grenzen van wettelijke domeinen en sectoren heen dienen zorg- en welzijnsaanbieders vanuit hun eigen domein ver- goed te worden voor hun bijdrage. Maar binnen de Zvw en de Wlz is dit niet mogelijk, omdat in beginsel alleen tijd die wordt besteed aan indivi- duele patiënten wordt vergoed. Daarom heeft de NZa per 1 mei 2024 een nieuwe betaaltitel ingevoerd, in de vorm van een experiment van vijf jaar. Met deze betaaltitel – inzetbaar voor de zorginkoop voor 2025 – kunnen zorgaanbieders in de Zvw voortaan rechtstreeks worden vergoed voor hun bijdragen aan patiëntengroepsgebonden samenwerking met partijen in andere sectoren of domeinen. Om ervoor te zorgen dat zorgaanbieders ‘maatwerkafspraken kunnen
maken die passen bij de diversiteit tussen regio’s’ heeft de NZa voor een open betaaltitel gekozen. Zorgaanbieders en -verzekeraars dienen aan de hand van de groep patiënten en de invulling van de samenwerking samen tot een passend tarief te komen. Hoe dit in de praktijk werkt en wanneer Zvw-zorgaanbieders aan-
spraak kunnen maken op een vergoeding, valt te lezen in de handleiding die Zorginstituut Nederland afgelopen juli heeft gepubliceerd. De hand- leiding is onder andere te downloaden op
dejuistezorgopdejuisteplek.nl.
Oudedagsreserve
Voor ondernemers bestond in de inkomstenbelasting een regeling waarbij elk jaar een deel van de winst mocht worden gereserveerd voor een oudedagsvoor- ziening. Maar deze regeling van de fiscale oudedags- reserve (FOR) is per 2023 afgeschaft. Het principe van de FOR is dat de toevoegingen hier-
aan in aftrek komen op de belastbare winst. Hierdoor betalen ondernemers minder inkomstenbelasting. Het totaal van de bedragen die zij van de winst hebben afgetrokken, staan op de balans onder de naam fiscale oudedagsreserve. Maar het woord ‘reserve’ is mislei- dend. Ik kom in mijn dagelijkse werk vaak tegen dat leden ook denken dat hiervoor geld opzij is gezet, maar in de praktijk is dit niet het geval. De oudedagsreserve is niet meer dan een uitgestelde belastingclaim. Wilt u daadwerkelijk reserveren voor uw pensioen?
Dan is een lijfrenteproduct bij een bank of verzekeraar een goed alternatief. U slaat dan twee vliegen in één klap: u bouwt daadwerkelijk een pensioenpot op én kunt een fiscale aftrekpost benutten. De maximale lijfrenteaftrek is afhankelijk van uw jaarruimte. De hoogte van de jaarruimte is afhankelijk van uw inkomen en elders opgebouwd pensioen. Met de komst van de nieuwe pensioenwet is deze jaarruimte flink verruimd.
Nieuwe prestaties voor inzet specialist ouderengeneeskunde
De bekostiging van de zorg die specialisten ouderengenees- kunde leveren aan thuiswonende patiënten gaat er vanaf 2025 anders uitzien.
Bij oudere patiënten met een complexe zorgvraag die nog thuis wonen, zijn vaak meerdere zorgaanbieders betrokken, zoals huisartsen, wijkver- pleegkundigen en -verzorgenden, maar ook specialisten oudergenees- kunde, die soms de regie overnemen van de huisarts. Tot nu toe wordt de inzet van de specialist ouderengeneeskunde alleen per uur gedeclareerd, maar vanaf 2025 komt daar verandering in. De NZa komt met twee nieuwe prestaties binnen de geneeskundige
zorg voor specifieke patiëntgroepen (gzsp) voor een zorgtraject voor kwetsbare ouderen. Tijdens de opstartfase wordt de zorg per drie maan- den gedeclareerd en vervolgens per maand. Voor deze prestaties – die in overleg met betrokken branche- en beroepspartijen nog verder worden doorontwikkeld – geldt een maximumtarief en een contractvereiste. De uurprestaties blijven wel onderdeel van gzsp.
Een lijfrenteproduct is een goed alternatief
Heeft u al een voorziening voor de FOR op uw balans staan? Ook dan is het mogelijk deze op de stakings- datum of al eerder om te zetten in een lijfrenteproduct. Er dient dan wel voldoende vermogen aanwezig te zijn. Een voordeel van tussentijds afstorten is dat u mogelijk vermogensbelasting bespaart. Realiseert u zich wel dat u ook over de lijfrente-
uitkeringen inkomstenbelasting verschuldigd bent, maar meestal wel tegen een lager tarief. Daarnaast is een lijfrente niet altijd geschikt voor elke situatie, zoals bij eerder stoppen met werken. Ook zonder de FOR zijn er nog keuzes genoeg.
Daarom is het van belang goed te onderzoeken wat het beste past bij uw situatie en wensen.
elma.van.vulpen@
vvaa.nl
Column 031
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84