50
Veteranenbeleid in de toekomst
de bijzondere Grenzen aan
zorgplicht?
De bijzondere zorgplicht voor veteranen voor, tijdens en na de uitzending is een vorm van waardering en erkenning. In hoeverre draagt die bij aan de ontwikkeling van het veteranenbeleid en het veteranengevoel?
Tekst Christ Klep W
‘We halen alles uit de kast, maar er zijn praktische grenzen aan wat de overheid vermag.’ Haast als een verzuchting klonk deze uitspraak van minister van sociale zaken Wouter Koolmees aan het begin van de COVID-crisis. In zekere zin is de strekking van zijn woorden ook relevant voor het veteranenbeleid – en in het verlengde daarvan: voor het veteranengevoel. Het veteranenbeleid staat intussen stevig in de institutionele steigers. Denk aan de Veteranenwet, het Veteraneninstituut, de Veteranendag, enzovoort. Het veteranengevoel daarentegen moet groeien. Op een organische manier, zeg maar. Het veteranengevoel is een veelzijdig fenomeen dat deze Checkpoint van
meerdere kanten belicht. Dit essay kiest een specifieke invalshoek, namelijk hoe het veteranenbeleid (en het veteranengevoel) met de zorg- plicht van de overheid samenhangt. Wat betreft de zorg voor veteranen heeft de politiek hoog ingezet: de Veteranenwet legt een bijzondere zorgplicht voor veteranen vast, zowel voor, tijdens als na de inzet. Het is duidelijk dat de bijzondere zorgplicht ook een manier is om erkenning en waardering te uiten.
Grenzen Deze insteek roept automatisch een vervolgvraag op: waar liggen de grenzen van die bijzondere zorgplicht? Plicht is een vaag, misschien zelfs wel abstract begrip. In principe is er sprake van een ‘eindeloze’ belofte. Althans, zo lijkt een belangrijk deel van de Tweede Kamer de bijzon- dere zorgplicht op te vatten: niet alleen een inspanningsverplichting voor de overheid, maar ook een resultaatverplichting. Als we de kwestie breder trekken ontvouwt zich een interessant kader: de fundamentele vraag naar de relatie tussen overheid en burgers in een welvaartsstaat. Waar gaat in zo’n meevoelende staat de zorgplicht
van de overheid over in de zelfstan- digheid van de burger? Een lastig dilemma. De laatste jaren treedt ook in Nederland de overheid eerder terug, alleen al uit kostenoverwegingen. De laatste jaren heeft deze terug- tredende overheid steeds meer collectieve taken verzelfstandigd en geprivatiseerd. Marktwerking was het toverwoord. De bedoeling is dan
Het veteranen- beleid staat stevig in de institutionele steigers
dat de overheid de algemene kaders aangeeft en de ‘partijen in het veld’ de uitvoering voor hun rekening nemen. De overheid als bescheiden bond- genoot van de burger, wiens eigen verantwoordelijkheid sterker moest worden geactiveerd. Veel deskundigen vinden dat trouwens een valse verschuiving van taken. De overheid stuurt die zogenaamd zelfstandigere burger tóch wel alle kanten op. Door
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100