‘Ik heb mijn vader nooit gekend en weet weinig van hem. Mijn moeder vertelde me dat hij bij de KNIL als hospitaalsoldaat werkte en na de bevrijding omkwam in 1946 nadat zijn schip door de Engelsen getorpedeerd werd. Dat ik hem niet gekend heb ervaar ik als een groot gemis. Mijn zoon – net als ik vernoemd naar mijn vader – was ook altijd geïnteresseerd in het verhaal van zijn grootvader. Op een moment ontdekte hij dat zijn opa helemaal niet op een schip had gezeten, maar begraven lag op Kanchanaburi War Cemetery in Thailand. Hij overleed in krijgsgevan- genschap aan een ziekte. Mijn zoon heeft geregeld dat we samen zijn graf konden bezoeken. Dat was een mooie en emotionele reis. Het was een bijzonder moment dat ik na 68 jaar zijn graf zag. Ik zal eerlijk zeggen dat ik daar een potje heb staan janken. Later heeft mijn zoon – zonder dat ik het wist – contact opgenomen met Comité Ereschuld Onderscheidingen. In juni moest ik me melden in het gemeentehuis. Door corona was het een kleinschalige plechtigheid, maar daar kreeg ik uit handen van de burgemeester het Mobilisatie- Oorlogskruis, het Ereteken voor Orde en Vrede en het Demobilisatie-Insigne KNIL. Het was een grote verrassing en ik ben er erg dankbaar voor. Door de reis en de onderscheidingen is het net of hij dichterbij is.’