Het veteranengevoel van ...
19
Echt trots durven zijn
Sommigen dragen vol trots hun veteraan-zijn uit. Anderen worden er liever niet aan herinnerd en weer anderen vinden het iets vanzelfsprekends. We spreken met Ruud van Eck en Carl de Held over hun veteranengevoel.
Tekst Els Mannaerts Fotografi e Jeroen Dietz
Als 17-jarige jongen knipte Ruud van Eck (55) het bonnetje uit de tv-gids waarmee je kon solliciteren naar een loopbaan bij Defensie. ‘Ik zocht autono- mie, avontuur, kameraadschap, inkom- sten, een dak boven mijn hoofd. Ik heb toen echt niet gedacht: ik zal de wereld eens even veiliger maken. En ook niet: ik ga daar mijn hele leven werken.’ Maar inmiddels werkt Van Eck al 38 jaar in verschillende rangen en functies, vaak in moeilijke situaties en onder lastige omstandigheden, aan vrede en veiligheid. Een held, zoals zijn familie of vrienden hem weleens noemen, voelt hij zich niet. ‘Het is mijn werk. Dat zeg ik niet uit een soort masculiene stoer-
A
heid, dat is een nuchtere constatering.’ Van Eck kreeg zijn basisopleiding tot marinier tijdens de Koude Oorlog. ‘De Rus was de vijand. Samen met bond- genoten namen we deel aan NAVO- oefeningen boven de poolcirkel, waar we onder arctische omstandigheden Europa moesten leren verdedigen tegen een eventuele bedreiging door de com- munisten.’ In 1992 vertrok Van Eck op zijn eerste missie. ‘Liep ik als 27-jarige door de velden, over de schedels heen. The killing fi elds. Ik was niet bang, niet getraumatiseerd, ik was een onbevan- gen jongeman, die ervan uitging dat zijn commandant voor hem zou zorgen.’ De 55-jarige man die Van Eck nu is, is stukken minder naïef. ‘Bij alles wat ik heb gedaan, was ik een klein onderdeel in het grote proces van de uitvoerende macht. Dat is wat wij doen bij Defensie: wij voeren uit, zonder concessies. Bij de marechaussee moest ik bijvoorbeeld vreemdelingen uitzetten, waarbij soms geweld gebruikt moest worden. We hebben in onze democratische rechts- staat nu eenmaal besloten dat een verblijf in ons land aan bepaalde voor- waarden moet voldoen. De mens Van Eck denkt weleens: wat vreselijk voor deze mensen, er is toch genoeg plek? Maar de marechaussee Van Eck weet dat hij deze taak moet en wil uitvoeren.
Je móet die knop omzetten.’ Toch lukt dat niet iedereen. ‘Ik zie collega’s door- draaien, omdat ze zich individueel ver- antwoordelijk achten voor bijvoorbeeld het verlies van een collega of voor het mislukken van een missie. Ik ben ook weleens de weg op het “mengpaneel” kwijt, maar ik probeer vast te houden aan die gedachte van het grote geheel.’
Litteken De missies zijn maar een onderdeel van Van Ecks loopbaan. ‘Mijn overstap van de mariniers naar de KMar was een bewuste. Ik werk aan drugsbestrijding, vrouwenhandel, mensensmokkel, zedendelicten. Ik ben élke dag op
‘Natuurlijk denk je wel eens, wat had ik anders of beter of meer kunnen doen’
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100