14
Veteranenidentiteit
75 procent van de veteranen is er trots op om veteraan te zijn
-evenementen. In dat soort gevallen is de veteranenidentiteit relevant, waar dat in het dagelijks leven minder is. In dat dagelijks leven ligt het eraan wie zich in je directe omgeving bevindt: als je buurman veteraan is, zal het waarschijnlijk vaker ter sprake komen. Als je buurman op je veteranenstatus reageert met de uitspraak dat hij ‘zelf niet zo van oorlog houdt’, dan is je veteranenidentiteit in een gesprek met hem ook relevant, maar op een andere manier.
Onzichtbaar? Uit Kerngegevens Veteranen blijkt dat slechts 26 procent van de veteranen actief uitdraagt veteraan te zijn. Terwijl 75 procent van de veteranen zegt wel degelijk trots te zijn op de veteranenstatus. Mijn onderzoek laat zien dat dit te maken kan hebben met het ervaren onbegrip of zelfs desin- teresse in de samenleving. Veteranen ervaren dat burgers de situatie tijdens hun uitzending nogal eens onder- schatten. Of dat burgers de veteraan zien als iemand met PTSS of als een oude man. Dit zorgt ervoor dat veteranen zich minder snel laten zien en eerder geneigd zijn elkaar op te zoeken, omdat zij elkaar wel begrijpen.
Dit versterkt het gevoel van onderlinge verbondenheid weer. In mijn proefschrift ga ik verder in op hoe verschillende aspecten met elkaar samenhangen en wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de drie onderzochte veteranengroepen. Het veteranengevoel wordt in ieder geval vormgegeven door de veteraan zelf, op verschillende manieren in verschillende contexten. Veteraan ben je. Hoe je het ervaart en wat je daarmee doet, ligt aan je omgeving en aan jezelf.
Het veteranengevoel van: Hans van Lent (60, UNIFIL)
‘Ik kan een positieve bijdrage leveren aan het grotere geheel’
‘Mijn veteranengevoel is: iets kunnen doen voor anderen. Sommigen zeggen weleens: die uitzending naar Libanon was een druppel op een gloeiende plaat. Maar dan zeg ik: heel veel druppels koelen die plaat wel af. Ik kan de wereld niet in mijn eentje redden, maar ik kan wel een positieve bijdrage leveren aan het grotere geheel. Dat heb ik gedaan en daar ben ik trots op. Nog steeds probeer ik iets voor anderen te betekenen. Ik ben heel actief als veteraan en organi- seer activiteiten, evenementen en re- unies. Dat doe ik ten eerste omdat ik het leuk vind en ten tweede omdat ik een band voel met andere veteranen. Als pelotonscommandant in Libanon droeg ik verantwoordelijkheid voor anderen. Die betrokkenheid voel ik nog steeds, in breder verband: met veteranen in het algemeen en UNIFIL’ers in het bijzonder. Als ik zie dat zij het naar hun zin hebben op iets wat ik heb mogen organiseren, dan geeft dat mij voldoening.’
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100