20
missie. En natuurlijk denk je weleens: wat is nou mijn bijdrage geweest in het veiliger maken van de wereld, wat had ik anders of beter of meer kunnen doen? Daar kom je dicht bij mijn pijn. Moral injury, een litteken op je ziel. Je wordt een complexer mens.’ Op een veteranenbijeenkomst zul je Van Eck niet snel zien. ‘De snelheid waarmee je opwerkt naar een missie is een snelkookpan voor kameraadschap. En ter plekke ben je allemaal bezig met dezelfde taak en hetzelfde doel. Iedere Nederlander is je vriend. Door de wederzijdse afhankelijkheid tijdens zo’n missie wordt de verbondenheid nog versterkt, dat werkt verslavend. Die kameraadschap mis ik wel, maar toch ga ik niet naar bijeenkomsten. Ik wil verder, ik wil niet terug naar dat ene moment in de tijd. Ik wil niet meer terug naar dat 17-jarige jongetje. Maar ik begrijp heel goed dat anderen dat wél doen.’
Barbier Carl de Held – what’s in a name – gaat soms wél naar Veteranendag. ‘Ik zou wel elk jaar willen gaan, maar zaterdag is voor mij een drukke dag. Ik kan niet altijd weg.’ De Held, kapper en barbier, vervulde zijn dienstplicht bij de marine. Zijn vader was beroepsmilitair bij datzelfde krijgsmachtdeel en heeft ge- diend op vliegkampschip
Hr.Ms. Karel Doorman. Na de algemene opleiding ging De Held aan de slag als barbier. ‘Ik heb het tijdens de dienstplicht zo naar mijn zin gehad, dat ik drie keer geprobeerd heb om beroepsmilitair te worden. Maar in die tijd werd er fors bezuinigd, er was een personeelsstop, dus het is drie keer mislukt.’ Dankzij zijn leidinggevende kon De Held wel bijtekenen voor anderhalf jaar. In die tijd ging hij op vredesmissie naar het
‘Hij heeft ervoor gezorgd dat ik uit de kast durfde te komen als veteraan’
voormalige Joegoslavië. ‘Niet te verge- lijken met wat die jongens in Srebrenica hebben meegemaakt, maar het was toch spannend, hoor. We moesten vooral smokkelaars in het oog houden, schepen boarden om te kijken wat ze allemaal aan verboden lading hadden.’
Trots Na in totaal drie jaar Defensie kwam De Held terug in het burgerleven en ging hij aan de slag in de kapsalon van een neef. ‘Ik moest wel een hoop bijleren, ik kon alleen maar van die marinekoppies knippen. Je weet wel, blockheads. Maar in de mode was wel het een en ander gebeurd, hahaha.’ Af en toe sprak De Held wel met zijn om- geving over wat hij had meegemaakt, maar de reacties waren niet erg positief of begripvol. ‘Mensen hadden blijkbaar het idee dat je op zo’n vredesmissie schietend als een soort Rambo door de jungle ging. Dat soort dingen werden
letterlijk gezegd. Dus nee, ik was geen trotse veteraan.’ De trots kwam pas toen De Held – inmiddels met zijn eigen kapsalon en barbershop – een Libanonveteraan als klant kreeg. Er hingen wat foto’s aan de muur van De Helds tijd bij de marine en de man vroeg hem of hij veteraan was. ‘Ik bevestigde dat. “Waar zijn je medailles dan?”, vroeg hij. “Waarom laat je die niet zien? Daar mag en moet je trots op zijn!” Hij heeft ervoor gezorgd dat ik uit de kast durfde te komen als veteraan. Ik heb mijn hele barbershop ingericht met spullen uit mijn Defensieverleden, ook met spullen van mijn vader. En ik heb bijna altijd mijn veteranenspeldje op. Ik krijg veel positieve reacties. Nu durf ik echt trots te zijn.’ Carls kapsalon en barbershop is geves- tigd in Katwijk aan den Rijn, vlak bij de voormalige vliegbasis Valkenburg. ‘Er wonen in Katwijk veel veteranen en die komen graag bij mij in de zaak. Veteranen krijgen 10 procent korting op vertoon van hun veteranenpas. Met een van die klanten ben ik voor de eerste keer mee geweest naar Veteranendag. Er ging een wereld voor me open. Je ontmoet mensen die weten wat je echt hebt meegemaakt, je voelt meteen verbondenheid en begrip.’ Overigens vindt Carl dat ook buiten de eigen groep er meer begrip is gekomen voor veteranen. ‘De laatste tien jaar is er veel meer waardering en erkenning voor ons gekomen. De gemeente Katwijk bijvoorbeeld doet daar ook heel veel aan, met speciale bijeenkomsten en deelname aan de Dodenherdenking.’ Dat laat Carl aan zich voorbijgaan. ‘Ik woon en werk tussen mijn klanten, ze kennen me als barbier Carl. Ik wil niet de indruk wekken dat ik daar klantjes kom winnen. Het is prima zo.’
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100