Onderzoek
19
‘Tijdens de gesprekken was het net alsof we weer in het uitzendgebied waren’
toegepast, of te zware geweldsmiddelen werden ingezet. Het morele gevoel van militairen blijkt soms veel verfi jnder dan de richtlijnen.
Jan Peter OVER
bijbehorende emoties. Het waren stuk voor stuk heel intense gesprekken. Daarmee voel ik ook de verplichting om het onderzoek op een goede manier af te ronden.
Wat is u bijgebleven van de gesprekken? Dat het hoogste morele doel van een militair vaak niet los te zien is van de vei- ligheid van zijn of haar directe collega’s. Ik heb een aantal genisten gesproken die de routes voor konvooien en patrouilles moesten veiligstellen. Je zou dan kunnen denken: wat is hier moreel aan? Dat is toch gewoon ‘force protection’? Hun inzet is er toch voor om anderen aan het morele doel van de missie te kunnen laten werken? Ik ben erachter gekomen dat zij hier helemaal niet zo naar kijken. Voor hen is het hoogste morele doel op dat moment dat iedereen veilig terug- keert. Die ene genist opereert in de front- linie en schakelt onder grote dreiging de onzichtbare vijand uit. Het morele doel van de missie is niet iets dat daar los
Jan Peter van Bruggen (56) werkt al negentien jaar als vlootpredikant bij Defensie. Als geestelijk verzorger nam hij deel aan drie missies: Enduring Freedom (2001), ISAF, Taskforce Uruzgan (2009) en de antipiraterijmissie voor de kust van Somalië (2016). Op dit moment is hij voor een aantal jaren geplaatst op Curaçao. Van Bruggen is getrouwd en heeft vier dochters en een zoon.
van te zien is. Het is het meest intense onderdeel van hun leven.
Wat hoopt u te bereiken met het onderzoek? In eerste instantie dat er meer aandacht komt voor hoe het in de praktijk echt is geweest. Nog niet eerder is er in Nederland op deze manier onderzoek gedaan naar de praktijk van morele ver- antwoordelijkheid tijdens een missie. Ik hoop dat ook beleidsmakers beter inzicht krijgen in hoe militairen hebben geworsteld met regelgeving van bo- venaf, waarbij het internationale recht de hoogste norm is. In mijn onderzoek spreken militairen over hoe – juist zij – vonden dat er te snel geweld werd
Hoe kijken militairen dan tegen die richtlijnen aan? De tendens was grofweg: we stellen heldere regels en als de militairen zich daaraan houden, dan komt het allemaal goed. Dan is er weinig ruimte voor de militairen om hun eigen morele besef te laten spreken. Militairen voelen zich nogal eens overruled. In feite beletten de politiek en de legerleiding de mi- litair dan om een goed mens te zijn. Militairen zeggen wel dat ze hieraan ge- wend zijn, maar geven tegelijk aan dat deze ervaringen ontwrichtend werken. Als mijn onderzoek ertoe leidt dat goed wordt gekeken hoe de regelgeving uit- werkt in de praktijk, dan zou ik heel blij zijn! En dan hoop ik dat er meer ruimte komt voor militairen om vanuit eigen moreel besef keuzes te maken tijdens operaties. Daar zijn ze heel goed toe in staat. Ze zijn geen afgestompte wezens die alleen voor de eigen groep gaan. De bescherming van hun groep én van de bevolking gaan bij hen samen op, en daarin gaan ze heel ver.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76