search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
24


‘Schriftelijk contact


werkt altijd goed’


Jeugdjournaal. Daar kunnen ze dan angstig op reageren. Het is dus heel belangrijk om daar aandacht aan te geven. Pak de kaart erbij en laat zien: papa of mama zit hier, wat jij net hebt gehoord is op een heel andere plek gebeurd. Besteed hier ook in de voor- bereiding aandacht aan als gezin. Bij pubers ligt het weer anders: sommige zijn heel extravert en gooien alles eruit, maar als je een wat meer introverte puber hebt, tune dan van tevoren in. Ook als thuisblijvende ouder is het ver- standig om – tijdens de missie – af en toe te checken hoe het bij hem of haar leeft. Duik er niet bovenop, maar stip het aan als je een praatje maakt. Het lijkt ze misschien allemaal niks te doen, maar ze zijn er echt wel mee bezig.’


Contact? Moet je tijdens je uitzending nu veel of weinig contact hebben met het thuisfront? Horstman: ‘Ook hier is geen standaardantwoord op te geven. Als je


veel contact hebt met thuis en je kunt je daar niet goed los van maken, kan het zijn dat jij je druk gaat maken over de kapotte wasmachine. Maar anderen hebben daar weer helemaal geen last van. Wat altijd goed werkt, is schrifte- lijk contact. Stuur brieven over wat je meemaakt en het land dat je ziet. De uitgewisselde brieven kun je bewaren en dat is heel waardevol. Een telefoon- tje krijg je nooit meer terug.’


Terug Jonge kinderen kunnen heel verschil- lend reageren op je terugkomst. ‘De een wil een tijdje niks van je weten omdat hij weer aan je moet wennen, de ander zit de eerste paar dagen helemaal aan je vastgeplakt. Allebei is het volkomen normaal’, zegt Horstman. ‘Als ze vragen stellen over wat je hebt meegemaakt, hoef je die niet te vermijden, maar pro- beer wel leeftijdsconform te antwoor- den. Jongere kinderen willen vooral weten hoe je daar hebt geleefd, wat je hebt gegeten en hoe je bed eruitzag. Je kunt daar foto’s van laten zien, en vertellen dat je de mensen in dat land hebt geholpen. Oudere kinderen willen meer weten over je missie en die kun je gewoon vertellen wat je gedaan hebt. Maar je hoeft niet alles tot in detail te delen; daar heeft een kind niks aan.’


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76