verkleuring.” Het waterschap gebruikt de eigen drone voor taken als handha- ving, beheer en metingen. Binnen het waterschap bestaat veel belangstelling voor drones, aldus Schepers. “Som- mige medewerkers gebruiken hun per- soonlijk opleidingsbudget om hun di- ploma te halen voor besturing van een drone.” Het waterschap weet nog niet of het een eigen infraroodcamera gaat aanschaf- fen. “Je hebt het al gauw over een be- drag van 15.000 tot 20.000 euro. Daar staat dan wel tegenover dat je voor dijk- inspecties minder afhankelijk wordt van een aannemer. Maar er zullen ook meer aanbieders komen. Dat zijn allemaal af- wegingen.”’ Schepers wijst erop dat er ook een bedrijf is dat infraroodopna- mes maakt met behulp van een hydrau- lische paal op een auto. “Maar het na- deel daarvan is dat de beelden worden gemaakt onder een schuine hoek.”
INFRAROODCAMERA SPOORT WELLEN VROEGTIJDIG OP
Meer innovaties De gevaren van ‘piping’ en de aantasting van macrostabiliteit kunnen op verschillende manieren worden tegengegaan. Zo kan er een stalen damwand worden aangebracht. Als er voldoende ruimte is, kan aan de binnenkant van de dijk een speciale berm worden aangelegd om de weg van het doorsijpelende water te verlengen. Inmiddels wordt gewerkt aan diverse innovatieve technieken die mogelijk effectiever zijn en geld kunnen besparen.
Wellen in de teensloot Herxen Nabij Herxen zijn in een teensloot di- rect onderaan de dijk meerdere wellen zichtbaar, vaak al met het blote oog. Het aantal wellen is zo groot dat het slootwater hier in grote delen van de sloot aanmerkelijk warmer is door het uittredende warme water. Uiterst links is een deel van de sloot te zien. In rood de warme delen, geel is iets minder warm en de blauwe tin- ten zijn koud (de oevers van de sloot). Rechts hiervan twee uitsnedes waar- op wellen en het wegstromen van het warmere water te zien is. De wellen zijn gefotografeerd met een drone van- af 40 meter hoogte. In de sloot zijn op deze locaties kleine zandvulkaantjes of zandplekken te zien van maximaal en- kele decimeters groot. De wellen zijn al tijdens het vliegen goed zichtbaar op de warmtebeelden.
36 Nr.1 - 2018 OTAR
Tussen Hagestein en Opheusden zijn op experimentele basis dijkdeuvels toegepast, ankerstangen die steken in de onderliggende zandlaag. Dit om de dijk te versterken, als alternatief voor een damwand. In de Amsterdamse Watergraafsmeer wordt een soortgelijke techniek toegepast. De dijk daar wordt versterkt met stabilisatoren die in de bodem worden vastgenageld. In februari vindt een praktijkproef plaats met een grondlichaam met damwand in Eemdijk, die tot bezwijken wordt gebracht. “Dat experiment moet laten zien of nieuwe berekeningen over de sterkte kloppen”, aldus Schepers. “De proef kan mogelijk bijdragen aan nieuwe technische richtlij- nen en de toepassing van lichtere en dus goedkopere damwanden. Verder wordt er gezocht naar manieren om dijken te ontlasten, bijvoorbeeld door golfbrekers en het planten van gewassen. Bij een infiltratieproef van een dijk is het vaak maar de vraag of je dan mogelijk het zwakste of sterkste punt te pakken hebt”, aldus Schepers. “De ondergrond is grillig. Er zit dus altijd een onzekerheidstoeslag op.” Maar ook hier wordt gewerkt aan verbeteringen. “Door grondmonsters te nemen met een doorsnede van 50 centimeter in plaats van 7 centimeter ontstaat een beter beeld van de sterkte van de dijk”, aldus Schepers. Eveneens tussen Hagestein en Opheusden vindt er een experiment plaats met Verticaal Zanddicht Geotextiel. “Het water gaat door het kunststofdoek heen, maar het zand blijft dan ach- ter. Geotextiel werkt, maar moet nog wel een keer echt hoogwater meemaken. Hoogwater is toch een soort generale repetitie.” Een doorontwikkeling van geotextiel is de Grof Zand Barrière. “Je freest een sleuf in de grond en stort die vol met grof zand. Op die manier maak je een natuurlijke barrière die zand niet doorlaat. We testen de Grof Zand Barrière nu in het lab. In 2019 gaan we een praktijkproef doen bij Zaltbommel. Dat gaan we uiteraard uitgebreid monitoren.” Bij waterschappen gaat zorgvuldigheid immers boven alles. Schepers: “Als een snelweg na een aanpassing niet goed functioneert, dan heb je een file. Als een dijk het niet doet, dan zijn de gevolgen heel erg groot. Maar als we willen innoveren, dan moeten we wel bereid zijn om dingen te veranderen. Voor al deze innovaties is bestuurlijke moed nodig en ambtelijke lef.”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54