staat met hun opdrachtnemers DBFM- contracten afsluit. “Het zijn contracten die het ontwerp (Design), het bouwen (Build), de financiering (Finance) en het onderhoud (Maintenance) bij één con- sortium leggen. In deze contracten zijn de eisen en prestaties die we verwach- ten van de opdrachtnemer vastgelegd. Over de ontworpen en gerealiseerde infrastructuur en over de prestaties tij- dens de maintenance-fase willen we informatie ontvangen in de vorm van data. De ILS bevat afspraken over wel- ke informatie, wanneer en op welke wij- ze wordt overgedragen. De opbouw van de data realiseren de opdrachtnemers in hun eigen proces en in hun eigen sys- temen. Vervolgens wisselen ze deze op uniforme wijze met ons uit.”
Data in de praktijk
In de contracten is, zoals gezegd, opge- nomen wie op welk moment bepaalde data aanlevert. In de praktijk werkt dit ongeveer als volgt, vertelt Beerepoot. “De opdrachtnemer levert data aan op momenten die contractueel zijn afge- sproken tussen Rijkswaterstaat en de opdrachtnemers. De BIM-beheerder van Rijkswaterstaat controleert en advi- seert samen met de Technisch manager (een IPM-rol) wat wel en niet goed is ge- gaan bij de datalevering. De Contract- manager (een ander IPM-rol) koppelt de feedback vervolgens terug naar de
Saskia Ligthart en Maaike Beerepoot
opdrachtnemer. Na acceptatie van de data neemt RWS de data in beheer in de AIR-omgeving, waarna de verschil- lende gebruikers de informatie verder in het proces laten stromen.”
Rol opdrachtnemers
Hoe kijken opdrachtnemers aan tegen hun rol van dataleverancier voor Rijks- waterstaat en de gestandaardiseerde manier van uitwisselen? Volgens Beere- poot vraagt dit een professionaliserings- slag op het gebied van informatievoor- ziening voor de hele sector, maar zien opdrachtnemers ook in dat zij deze kant op moeten. “De bouwwereld omarmt de digitalisering al”, zegt ze. “Nu zie je op de markt allerlei initiatieven ontstaan ge- richt op het samenvoegen van data en data-analyse om te komen tot betere in- formatie. Er is ook een landelijk overleg, de Bouw Informatie Raad, waar in op hoofdlijnen de koers wordt besproken waar de verschillende partijen naartoe willen. Maar ook hoe ze samen kunnen optrekken. Dit staat los van de directe toepassingen van BIM in projecten.” Ligthart benadrukt dat dit onderdeel van de contractuitvoering niet alleen een in- vestering vergt van opdrachtnemers, ze profiteren ook van de informatievoor- ziening die hieruit voorkomt. “BIM zorgt voor een eenmalige inwinning van data aan de voorzijde en AIR2020 zorgt voor een meervoudig gebruik van informatie
die hierop is gestoeld. De verschillen- de soorten toepassingen die hieruit vol- gen zijn geschikt voor de verschillende deelprocessen binnen Rijkswaterstaat, maar zijn ook van toegevoegde waar- de voor onze opdrachtnemers. Op basis van de informatievoorziening die Rijks- waterstraat verstrekt, zijn opdrachtne- mers bijvoorbeeld beter in staat de risi- co’s van een project in te schatten. Ook kunnen ze met deze informatie hun pro- jecten beter aansturen.”
Actualiteit data
Rest de vraag hoe Rijkswaterstaat er- voor zorgt dat data actueel blijven. Vol- gens Beerepoot is de termijn waarop data actueel blijven afhankelijk van het moment waarop de data veranderen en waarvoor je de data wilt gebruiken. Ze zegt dat dit een van de onderwerpen is die de mensen achter AIR2020 en BIM bespreken met de gebruikers van de data. “We vragen de gebruikers hoe vaak en hoe snel zij informatie opge- wekt uit data nodig hebben en hoe vaak de data die daar aan ten grondslag lig- gen verandert.
En de vraag die hierop volgt is: wat gaat er beter als data meer actueel zijn en wat heb je hiervoor over? En welke wij- zigingen hoef je minder vaak te weten? Daarnaast geldt dat de ene soort data als gevolg van bouw- en onderhoudsac- tiviteiten vaker wijzigt dan andere data. We maken voor data een onderscheid tussen statische data, dynamische data en hoogdynamische data. Statische data hebben bijvoorbeeld te maken met de materialen die zijn gebruikt bij de bouw van een brug. Dat verandert niet, deze data zijn actueel tot de sloop of re- novatie van de brug. Dynamische data gaan over storingen en handelingen die je vaker uitvoert. Deze data kunnen dus elke dag anders zijn. Hoogdynamische data zijn bijvoorbeeld sensordata, die zeer regelmatig gegenereerd worden. De vraag is vervolgens of de wijzigin- gen in data voor ons handelen relevant zijn. Daarom is het ook voor ons belang- rijk na te denken welke data we wan- neer nodig hebben en welke niet en of het nodig is dat we die data inwinnen. Want data die je inwint moet je uiteinde- lijk ook beheren.”
Nr.1 - 2018 OTAR O Nr.1 - 2018TAR 15
Foto: Bram Boogaardt
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54