faalkans. Dit zijn eisen aan de kans op niet-sluiten per sluitvraag van een stormvloedkering. Met andere woorden, hoe vaak mag een kering falen (niet slui- ten) op moment van een hoogwatersitu- atie? Een voorbeeld: Een faalkans van 1 op 100 betekent dat bij de 100 sluit- vragen de kering 1 keer zou mogen fa- len. De vraag is nu: Hoe kun je dit meten en hoe zorg je ervoor dat deze faalkans niet wordt overschreden?”
Risicogestuurd beheer en onder- houd
In 2010 is door Rijkswaterstaat beslo- ten tot het beheerst invoeren van risi- cogestuurd beheer en onderhoud voor Stormvloedkeringen. Later, in 2013, is deze manier van beheer en onderhoud breder uitgerold binnen de organisatie. Gwen Kleijn van Willigen: “Met risico- gestuurd beheer en onderhoud van ob- jecten kan op transparante wijze op ie- der moment worden aangetoond wat de actuele prestaties van een object zijn en welke risico´s ten aanzien van de pres- taties er (moeten) worden beheerst.”
DE MAXIMALE FAALKANS WORDT DE BETROUWBAARHEIDSNORM
ProBO Voor de Nederlandse stormvloedkerin- gen die in het beheer zijn van Rijkswa- terstaat betekende dit de invoering van Probabilistisch Beheer en Onderhoud (ProBO), de volledige vorm van risico- gestuurd beheer en onderhoud. Diver- se keringmanagers, bijvoorbeeld bij de Oosterscheldekering, waren op dat mo- ment al bezig met de invoering van deze werkwijze. Binnen de ProBO werkwijze staat centraal dat de stormvloedkerin- gen in voldoende goede staat gehou- den worden om te (blijven) voldoen aan de wettelijke normen. Dit betekent dat het functioneren van een kering meet- baar gemaakt moet worden. Het is niet eenvoudig om aan te tonen dat de kans op niet-sluiten voldoende klein is voor een zeer complex geheel als een grote beweegbare kering. Er wordt hoogwaar- dige kennis van onderhoud geëist van systemen en van betrouwbaarheidsana- lyses.
Onderhoud
Faalkans4 Management
Management
Bediening
Voorbeeld van een faalwijze binnen de hydraulische systemen
Een bepaald type hydraulische pomp kan kapot gaan. Vanuit de leverancier van de pomp zijn statistieken beschikbaar over de faalkans van de pomp en daarnaast zijn er binnen Rijkswaterstaat ook ervaringscijfers beschikbaar. Met deze gegevens kan gerekend worden in de risicoanalyse. Op deze manier wordt gekeken naar de impact van de pomp op de faalkans van het gehele object. Op basis van deze inzichten kunnen mitigerende maatregelen getroffen wor- den, zoals een onderhoudsplan voor de pomp, het testen van de pomp, maar ook het in voorraad hebben van de pomp, het vroegtijdig vervangen of misschien het opnemen van een dubbele pomp in het systeem, waarbij deze component redundant wordt geïnstalleerd.
Faalkansmodel Eddy van de Ketterij: “De kans op het falen van een kering wordt beïnvloed door een samenspel van vele compo- nenten, zoals elektrotechnische, hy- draulische of mechanische systemen om de kering te sluiten, softwarebe- diening door mensen, voorspellen van stormen en waterstanden, onderhoud en externe factoren als blikseminslag of een aanvaring.” Bij de invoering van ProBO wordt een risicoanalyse van de kering uitgevoerd, waarin voor boven- genoemde componenten wordt onder- zocht welke risico’s voor het functio- neren van de kering er zijn en waar en op welke manier deze het functioneren van de kering bedreigen (faalwijzen). De faalwijzen worden vervolgens expliciet gekwantificeerd en aan elkaar gekop- peld met behulp van een foutenboom. Vervolgens wordt de faalkans van de kering berekend.
Fig 1
Managementinstrument Het faalkansmodel staat centraal in het beheer en onderhoud van de kering. Het is de rol van de faalkansmanager om deze analyse up to date te houden. Eddy van de Ketterij: “Samen met colle- ga’s in de processen bediening, onder- houd en management worden de aan- names geborgd. We zorgen voor een faalkans die ten minste voldoet aan de wettelijke vereisten, maar bij voorkeur nog lager ligt.” Volgens de Waterwet moet continu worden aangetoond dat de kans op niet-sluiten van een kering bij een sluitvraag, kleiner, of hooguit ge- lijk is aan de wettelijke eis (toegestane faalkans).
21
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54