This page contains a Flash digital edition of a book.
-column


Jachtbouw Nederland 3


juni 2011


De gevolgen van een valse start


Door Gerwin Klok, branchemanager NJI


at de jachtbouwindustrie nog steeds worstelt met het juist naleven van de Wet pleziervaar- tuigen is opnieuw manifest geworden met het brede nalevingsonderzoek dat vorig jaar door de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) is uitgevoerd. Het door IVW verspreide persbericht loog er niet om; meer dan driekwart van de onder- zochte bedrijven zou de wet overtreden. Een derde van de bedrijven zou de wet bewust overtreden.


D


Ondanks de zorgelijke toonzetting van het IVW-persbericht, blijkt er (gelukkig) bijna nergens sprake te zijn van structu- reel gevaarlijke of onveilige producten; de geconstateerde tekortkomingen hebben veelal betrekking op het niet of onjuist naleven van administratieve voorschriften. De IVW beschouwt de slechte naleving primair als het probleem van de industrie. Formeel juridisch heeft zij daar gelijk in, maar dat ligt naar mijn mening toch iets genuanceerder.


Toen 16 juni 1998 de overgangstermijn van de Wet Pleziervaartuigen afl iep en de verkoop van niet CE-gekeurde schepen ver- boden was geworden, waren de producen- ten bij lange na nog niet klaar om AANTOONBAAR invulling te geven aan de essentiële eisen uit de Europese richtlijn die aan de Wet pleziervaartuigen ten grond- slag lag. Normen waren nog in ontwikke- ling of zelfs helemaal nog niet geschreven. Nu zijn om aan de wet te voldoen normen niet strikt noodzakelijk, maar het is voor de gemiddelde werf ondoenlijk om het technisch dossier zodanig in te richten dat zonder gebruikmaking van normen kan worden aangetoond dat aan de essentiële eisen uit de richtlijn is voldaan.


Hoewel de bedoeling en inhoud van zowel de richtlijn als de daarvan afgeleide wet in essentie relatief simpel is, heeft de afwezig- heid van een praktijkgerichte invulling, maar ook ondeskundigheid in alle gele- dingen geleid tot een kostbare zoektocht naar bruikbare handvatten. Liever gezegd; een voor de sector hanteerbare praktijk- richtlijn. Bij afwezigheid hiervan werden deskundigen ingeschakeld om werkbare – voorlopige – bouwinstructies te formu- leren en de kosten hiervan moesten door het bedrijfsleven worden opgebracht. Door het relatief geringe aantal werven, liepen de kosten per bedrijf al gauw de spuigaten uit. Met als spreekwoordelijk dieptepunt het nog regelmatig door werven gememo- reerde ERP-werkboek met bijbehorende workshops, waarvoor bedrijven destijds maar liefst 16.000 gulden op tafel moesten leggen.


Om nu te stellen dat werven en toeleve- ranciers door de branche op het verkeerde been zijn gezet cq. hiervan de belangenor- ganisaties de schuld te geven, is mij toch te kort door de bocht. Terugkijkende in de archieven meen ik toch te mogen stel- len dat de branche organisaties in eerste instantie oprecht hebben getracht om de bedrijven te informeren over en voor te bereiden op hetgeen er op hun af kwam. Het gekrakeel tussen keuringsinstanties die openlijk van mening verschilden over de uitleg van richtlijn en de aanpak van keuringen, droegen echter bepaald niet bij tot het animo voor de richtlijn en hiervoor georganiseerde informatiebijeenkomsten.


Europese richtlijnen zijn verder in belang- rijke mate gestoeld op het principe van zelfregulering en dat vereist goed geïn- formeerde en mondige afnemers. Ook de consument had, enkele uitzonderingen


daargelaten, geen idee wat de richtlijn behelsde. De afnemer die ook niet zoveel aanleiding had om aan de kwaliteit van zijn in Nederland gebouwde schip te twijfelen, besteedde zijn geld bovendien liever aan de uitrusting van zijn schip dan aan een stuk (papieren) kwaliteitsborging. Het Neder- landse product heeft door zijn kleinscha- ligheid in tegenstelling tot concurrerende seriebouwers nog eens het nadeel dat de certifi ceringkosten over een klein aantal producten moeten worden uitgesmeerd. Vanuit dat oogpunt werd de sector ook niet bepaald gestimuleerd om aan de nieuwe wettelijke kaders te voldoen.


Toch is er ruim 10 jaar later, ondanks het beeld dat het IVW-rapport oproept, wel degelijk veel verbeterd. Vrijwel alle normen zijn uitgewerkt en zijn dankzij initiatieven als Rulefi nder.net tegen aanvaardbare condities voor producenten raadpleeg- baar. Aankomende medewerkers leren op school met de CE-markering om te gaan. De markt heeft onder keuringsbureaus en CE-begeleiders zijn werk gedaan en veel werven zijn inmiddels vertrouwd geraakt met de eisen die de wet aan hun producten en bedrijfsvoering stelt. Ook de consument is meer CE-bewust geworden.


Dat is maar goed ook. Wil de Nederlandse jachtbouwindustrie zich in de concur- rentieslag tegen geïmporteerde seriebouw staande houden, zal zij niet alleen perfect maatwerk moeten blijven leveren. Vol inzetten op superieure kwaliteit en het daarbij behorende imago is the only way out. Productconformiteit vormt daarin een vanzelfsprekendheid.


foto www.rensgroenendijk.nl 27


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36