This page contains a Flash digital edition of a book.
Jurisprudentie


De laatste jurisprudentie in Nederland laat zien wat de rol van de normen onder wetgeving eigenlijk is. Gelukkig heeft de rechterlijke macht een aantal rechters teruggefl oten. Zij waren, net als een aantal Nederlandse adviseurs in de jachtbouw, volledig op het verkeerde spoor geraakt. De wetgeving biedt kansen die door de Ne- derlandse industrie nu niet worden gepakt. Het wordt tijd om de oude inzichten los te laten en de Nederlandse jachtbouwers te ondersteunen met goede informatie. Daar kan de jachtbouwindustrie haar voordeel mee doen.


www.abmaschreurs.nl


Paul Brunsmann, Brunsmann Jacht- en Scheepsexperts:


‘Harde bewijsvoering juridisch zeer gewenst’


In beginsel heeft Marijnen gelijk. De Euro- pese regelgeving (en daarmee de daarop gebaseerde jachtbouwwetten in de Euro- pese lidstaten) zegt niets meer dan dat een vaartuig dat valt onder deze regelgeving, veilig moet zijn voor de opvarenden, voor de omgeving en voor het milieu. Kan je als jachtbouwer aantonen dat je product daar- aan voldoet, dan voldoe je aan de regelge- ving en dus aan de wet. Dat aantonen echter is arbitrair. Veiligheid is een betrekkelijk begrip. Wat de één veilig vindt, vindt de ander gevaarlijk. Juist om dat mistige gebied niet te hoeven ‘beva- ren’, zijn internationale regels opgesteld die als algemene norm gelden; de zoge- heten ISO-normen. Voldoet men aan die normen, dan is discussie over veiligheid uitgesloten en kunnen zowel de werf als de klant zich zeker voelen.


Zag de jachtbouwer door de bomen het bos al niet meer, dan lijkt met de visie van Marijnen het CE-bos geheel gekapt…. Hij maakt met slechts één enkele pagina korte metten met de eenduidigheid en met de huidige kijk op de Wet Pleziervaartuigen. Marijnen concludeert meerdere malen dat door de invoering van de CE-regelgeving de jachtbouwer meer vrijheid heeft dan voorheen. Dat is onbegrijpelijk, want vóór het CE-tijdperk waren er helemaal geen regels en had men dus alle vrijheid.


Mist wordt dikker De mist die rond de Wet Pleziervaartuigen hangt wordt met stellingen als ‘een schip


moet veilig zijn’ alleen maar dikker. Derge- lijke uitlatingen zijn veel te vaag en bieden geen enkele houvast. De oplossing is: ‘vertel de jachtbouwer wat de regels zijn en werk met ISO-normen waarin tot in detail is beschreven hoe technische zaken moe- ten worden uitgevoerd.’ Op deze manier voldoen alle vaartuigen aan de gestelde eisen voor de veiligheid- en kwaliteitsnor- men die als doel hebben het basisniveau van alle jachtbouwers binnen de Europese Unie gelijk te trekken. Het weglaten van de zeerailing, zoals genoemd door de heer Marijnen, omdat de betreffende jachtbou- wer kan beargumenteren dat hij goede andere veiligheidsvoorzieningen heeft getroffen, is spelen met vuur.


Het is toch niet vreemd dat het bouwen van jachten enigszins wordt (be)geleid door technische regels en afspraken? In de loop der tijd heeft de productie van jachten een enorme vlucht genomen en zijn de jachten van nu technisch complexer dan ooit. Tel daarbij op dat de drukte op de vaarwegen enorm is toegenomen, dan kan men niet anders concluderen dan dat ook de jachtbouw niet aan regelgeving ont- komt. Andere branches zoals de automo- bielindustrie werken al veel langer volgens strikte regels en normen. Het vreemde is dat iedereen dat wél vanzelfsprekend vindt. De crux ligt bij het accepteren en doorvoe- ren van de regels. Als regels eenmaal zijn doorgevoerd in een productieproces weet iedereen al snel niet meer beter en is men kreten als “we deden het altijd zo” snel weer vergeten. Ook in opleidingen moet de regelgeving een vast onderdeel zijn zodat de producent van de toekomst niet beter weet dan daarmee te werken.


Kwaliteitsbeheersing Voor werven wordt daarmee de kwaliteits- beheersing met eenduidige regels veel overzichtelijker en eenvoudiger. In ons klantenbestand bevinden zich genoeg werven die al jaren probleemloos volgens ISO-normen bouwen. Het niet toepassen van ‘technische regeltjes’ waarmee Ma- rijnen mogelijk doelt op de ISO-normen, leidt alleen maar tot verwarring en grote kwaliteitsverschillen. Men vergeet dat lang niet elke jachtbouwer zin heeft in het juridisch beargumenteren van allerlei tech- nische zaken. Sterker nog, voor de meeste jachtbouwers zal dit veel meer werk zijn. Het volgen van een ISO-norm is voor hen veel eenvoudiger en beter werkbaar. Een ander groot gevaar van het niet toe- passen van de ISO-normen is de afhanke- lijkheid van de Notifi ed Body die uiteinde- lijk het vaartuig moet goedkeuren. Geen


geaccrediteerde keuringsinstantie werkt zoals Marijnen het omschrijft. Dat bete- kent dat de jachtbouwer enorm afhankelijk wordt van de Notifi ed Body die wel op die manier zou willen werken. Feitelijk wordt men zelfs afhankelijk van de persoonlijke visie van de CE-inspecteur die de techni- sche keuring uitvoert. Overstappen naar een andere Notifi ed Body is niet zonder meer mogelijk omdat een andere Notifi ed Body wel eens heel anders tegen de eigen bewijsvoering van de werf aan kan kijken. Op deze manier bindt een Notifi ed Body (de heer Marijnen) zich aan de werven.


Eindverantwoordelijk


Het meest vervelende aspect is het feit dan ondanks alles de eindverantwoordelijkheid van de productie altijd bij de jachtbouwer blijft, een belangrijk aspect dat in het schrijven van Marijnen onderbelicht blijft. Met andere woorden: door het niet toepas- sen van duidelijke regels wordt het voor de meeste jachtbouwers wel heel lastig om het technisch dossier waterdicht te krijgen. Als zich een calamiteit voordoet waarbij de productaansprakelijkheid aan de orde komt is het technisch dossier het enige dossier dat een werf kan gebruiken om aan te tonen hoe het jacht gebouwd en afgele- verd is. Met arbitraire omschrijvingen of bewijzen begeeft een jachtbouwer zich wel erg snel op glad ijs. Is het technisch dos- sier opgebouwd met als hoofdlijn de ISO- normen en is het vaartuig conform deze normen gebouwd, dan kan geen wetgever of jurist de jachtbouwer aansprakelijk stel- len op grond van ongeoorloofde praktijken (lees: bouwwijzen). Wordt een jachtbouwer aangesproken op zijn bewijsvoering dan zal de keuringsin- stantie hem niet te hulp schieten. Wellicht dat Marijnen de jachtbouwer dan doorver- wijst naar een collega-advocaat. Let wel: bij het stunten met de bewijsvoering vaart alleen een advocaat wel.


www.brunsmann.nl


CE


25


– Houdt u het nog bij?


Jachtbouw Nederland 3


juni 2011


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36