search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Tekst: Berber Bijma - Beeld: Cynthia’s Fotografie


INEEN - ZORG & INNOVATIE


Z


org en gegevensuitwisseling hebben een moeizaam huwelijk. Iedereen weet dat het van levensbelang kan zijn als verschillende zorgverleners elkaars gegevens kunnen inzien, maar


ict-problemen blijken vaak hindernissen op te werpen. In de zorg voor zwangere en net bevallen vrouwen is het desondanks gelukt, vanuit Babyconnect, het versnellingsprogramma voor informatie-uitwisseling tussen patiënt/cliënt en professional (VIPP) voor de geboortezorg. Marieke Lieverdink is CMIO en implementatie- manager netwerkzorg bij Stichting CareCodex, de organisatie die als landelijk programmabureau diende voor Babyconnect. Het programma is inmiddels grotendeels afgerond; komend najaar eindigt daarmee ook de rol van CareCodex.


Redelijk overzichtelijk De geboortezorg is een “redelijk overzichtelijke sector”, zegt Lieverdink. “Er zijn veel partijen bij betrokken, maar minder dan bijvoorbeeld bij ouderenzorg. Ook het aantal ict-leveranciers is met tien bronleveranciers te overzien. Bovendien wordt geboortezorg in een afgebakende periode geleverd. En – heel belangrijk – er lág al een infor- matiestandaard voor de geboortezorg. Daarin stond welke gegevens waar worden vastgelegd en wat wanneer wordt overgedragen.”


Bestaande verloskundige samenwerkings- verbanden (VSV’s) vormden de basis voor Babyconnect. Daarin werken verloskundigen, ziekenhuizen, kraamzorg, echopraktijken en de Jeugdgezondheidszorg samen. Babyconnect kreeg als VIPP-programma subsidie van VWS. “Voorwaarde voor die subsidie was dat per regio minstens drie VSV’s gingen samenwerken”, vertelt Lieverdink. Regionale ondersteuningsstructuren (ROS’en) en regionale samenwerkingsorganisaties (RSO’s) speelden bij die samenwerking een belang- rijke rol. “Zij waren vaak penvoerder van een regionaal cluster van VSV’s. Dat is een rol die goed bij hen past. ROS’en houden zich bezig met het ondersteunen van de eerste lijn, onder meer met innovatie en organisatiekracht. RSO’s houden zich bezig met samenwerking tussen eerstelijnszorg- verleners, ziekenhuizen en VVT-instellingen


‘Breng alle partijen die deelnemen aan netwerkzorg rond een bepaalde patiëntengroep bijeen en kijk wat mogelijk is’


rondom digitale gegevensuitwisseling en data- beschikbaarheid.”


‘Eindeloze Excelbestanden’ Toen die structuur eenmaal stond, was het vooral zaak om de eindgebruikers met elkaar in gesprek te brengen. Lieverdink: “De cliënt staat op 1 in de geboortezorg, de zorgverlener op 2. Het is belang- rijk om voor ogen te houden dat gegevensuitwis- seling geen ict-project is, maar een zorgproject. In de basis gaat het over de vraag hoe je als zorg- verleners met elkaar wilt samenwerken om de patiënt de beste zorg te leveren. De techniek moet dat ondersteunen. We werkten vaak met eindeloze Excelbestanden met deelnemende praktijken en contactpersonen. In de overleggen zaten bijvoor- beeld verloskundigen, gynaecologen, echoscopisten en kraamzorgorganisaties.”


De geboortezorg is bij uitstek netwerkzorg: verschillende zorgverleners zijn op afwisselende momenten betrokken. Hoe kijkt Lieverdink naar gegevensuitwisseling bij ketenzorg? “Pure keten- zorg bestaat in mijn ogen niet. Ook bij mensen met COPD of diabetes zijn meerdere zorgverleners betrokken die vaak parallel werken, zoals thuis- zorg of fysiotherapeut. Zij hebben geen afgeba- kende plek in een stappenplan. Ook voor die patiënten zou je moeten uitgaan van netwerkzorg en streven naar goede samenwerking tussen alle betrokken zorgverleners.”


Gegevens inzien, niet inladen Babyconnect is géén nieuw ict-systeem en geen technische oplossing om gegevens van een andere zorgverlener in het eigen systeem te kunnen ‘inladen’. “Juist de communicatie tussen systemen is de afgelopen jaren vaak fout gelopen bij projecten rond gegevensuitwisseling. In de geboortezorg hebben partijen er daarom voor gekozen niet ín


MAART 2026 - 21


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32