‘ We wisten helemaal niks en gingen eigenlijk blind die kant op’ — Rik
Meer behoefte
Het praten over de missie is iets wat ze alle drie graag doen. Het gaat er heus niet elke keer over, zo verzekeren ze, maar het is prettig dat het kan. En de behoefte eraan lijkt toe te nemen naarmate de jaren vorderen. “Zo beleef ik dat wel ja”, zegt Ron. “De eerste periode na je diensttijd ben je toch veel met andere dingen bezig. Het leven gaat door en het verdwijnt wat naar de achtergrond.” Rik: “Zo ging dat bij mij ook. Pas later ga je je realiseren wat vete- raan zijn inhoudt, zeker als je hier ook gaat meelopen in een defilé bijvoorbeeld. Dan krijg je veel reacties van mensen. We hebben in Zandvoort ook een tentoonstelling gehad over onze diensttijd, met foto’s van toen. Dan begint het echt te leven.” Wim: “Dat was heel mooi inderdaad. En ja: bij het ouder worden lijkt het belang van die periode voor jezelf meer naar voren te komen. Dat gevoel herken ik.”
Alert
Wat ook een band schept, is dat het drietal elk op een eigen manier nog herinnerd wordt aan vroeger. Zo is Rik nog altijd een lichte slaper. “Ik wil niet traumatisch klinken, maar ik heb het eerste half jaar toen ik weer thuis was niet geslapen. Dat draag je toch met je mee. Ik zit ook nooit met m’n rug naar de ingang bijvoorbeeld.” Ron: “Ik ben redelijk gebleven wie ik was. Het heeft wel jaren geduurd voordat ik weer ergens overheen durfde te rijden. In Libanon kon je nog wel eens op een mijn rijden, dus alles wat op de weg lag probeerde je te ontwijken. Zelfs een stukje papier.” Wim: “Je keek wel uit dat je niet in de berm ging lopen daar, dat heb ik thuis ook nog lang gehad. Ik ben ook erg alert op het gedrag van mensen om me heen. Het belemmert me niet, maar die alertheid is er wel.” Ron vult aan, met een knipoog: “Dit delen met elkaar maakt het wat milder. Je bent blijkbaar niet de enige met die afwijking.”
Dat laatste benadrukt wederom het belang van hun onderlinge contact. “Het veteranencafé is zeker geen psychologisch theekransje, maar er is wel ruimte voor dit soort dingen. Je kent ook elkaars persoonlijke verhalen. Wij delen met elkaar ook veel makkelijker kwetsbaarheden uit ons eigen leven dan met een ander.” Wim: “Op de een of andere manier geeft zo’n groep een soort veiligheid waardoor je makkelijk praat over van alles. Zoals Rik net al zei, houd je elkaar ook een beetje in de gaten, maar bij geen van ons is het misge- gaan gelukkig. Misschien wel juist omdat we regelmatig bij elkaar komen.”
‘ Je bent blijkbaar niet de enige met die afwijking’ — Ron
Nobelprijs
Dat ze elkaar ook de komende jaren blijven opzoeken, staat vast. Gezellig inclusief een biertje en ‘een blauwe hap’, met in het achterhoofd de missie die ze nooit zullen vergeten. Eentje vol spanning, avontuur én trots: “In 1988 kregen de VN-vredes- missies de Nobelprijs voor de Vrede”, vertelt Ron. “Mensen kijken soms raar op als je zegt dat je die ooit gewon- nen hebt. Toch is het echt zo en we kregen er allemaal een medaille voor. Die dragen we met trots.”
63
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68