Weerzien
zien. Niet alleen voor de gezelligheid en het ophalen van herinneringen, maar ook om elkaar een beetje in de gaten te houden. Als iemand er niet bij is, dan neem je toch even contact op en vraag je of alles goed gaat.” Wim vult aan: “Ik ga het niet zitten verheerlijken of ingewikkeld maken, maar we hebben wel bepaalde din- gen meegemaakt. Het is niet per se het gevaar dat ons bindt, maar wel het feit dat je zo’n tijd van huis bent geweest. Je communiceerde destijds met brieven, daar praat je over. Maar ook over hoe het daar rook. We zaten in een gebied met veel citrusplantages. Die geur zit in ons geheugen gegrift. Sinaasappels hebben we nooit meer zo lekker gegeten als daar. Dat soort dingen deel je, maar natuurlijk ook de risico- volle zaken. Het geeft lucht.”
Geen tegenzin
De UNIFIL-vredesmissie loopt sinds 1978. Rik zat er in 1981 als sergeant/ commandant, Wim in 1984 als onder- deelsarts en Ron in 1980 als soldaat en waterwagenchauffeur. Destijds waren het vaak dienstplichtigen die naar Libanon gingen, zo ook Ron en Rik. Maar allerminst met tegenzin, vertellen ze. Ron: “Tijdens mijn opleiding in Tilburg kwam het ter sprake. Iemand uit ons peloton zei: ‘Ik heb getekend voor Libanon’. Hij werd
door sommigen voor gek verklaard, maar na het weekend had de helft van het peloton getekend. Ik ook.” Wim: “Ik was van ons drieën de enige beroeps en wilde dolgraag naar Libanon. Ik ging niet in dienst om op de Veluwe heen en weer te rijden. Dat geldt voor ons alle drie.”
Avontuur
Over één ding zijn de heren het in ieder geval eens: het was echt een avontuur. “Natuurlijk was er een serieuze kant, maar ik herinner me vooral dat avontuurlijke”, vertelt Rik. “We wisten helemaal niks en gingen eigenlijk blind die kant op. Vanuit Defensie was er nul informatie. Toen we vertrokken, kregen we de film Apocalypse Now te zien, daar moesten we het mee doen. We waren een buffermacht en namen het van de Fransen over die er een puinhoop van hadden gemaakt. Die schoten eerst, dan pas gingen ze praten. Wij hadden een wat ander idee bij vrede bewaren: je kwam pas in actie als het moest.”
‘ Deze groep geeft een soort veiligheid waardoor je makkelijk praat over van alles’ — Wim
62
Hoewel ze er niet tegelijk zaten, voelen ze zich wel degelijk ‘kameraden’ en delen ze veel dezelfde herinneringen. Rik benoemt de avontuurlijke patrouilles door het mooie heuvelachtige gebied, Wim herinnert zich scherp het goede contact met de mensen daar. Ron genoot van het rondrijden van water, ‘lekker in m’n eentje’. Ze weten ook allemaal nog dat je hooguit één keer in de week kon dou- chen en dat je vroeg of laat te maken kreeg met ‘de djalla’. Het woord tovert een grote lach tevoorschijn. Wim: “Zo noemden ze het daar als je fors aan de diarree was.”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68