Uw mening
gaat, dat niemand op zal vallen. Zo heb ik het idee dat er veel meer veteranen zijn die zonder blijvende contacten de dienst hebben verlaten. THEO ARP Transport Bataljon (UNPROFOR)
Voorzitter Raad van Toezicht
Ik heb een vraag over de toekenning van de functie van voorzitter Raad van Toezicht Nederlands Veteraneninstituut aan de heer Jack de Vries. Deze man heeft in de functie van staatssecretaris van Defensie een normen- en waarden lijst laten opstellen en deze op alle Defensielokaties laten ophangen, met de bedoeling om het personeel er zich bewust van te laten worden welke normen en waarden gelden binnen Defensie. Tijdens mijn uitzending in 2008 overnachtte de staatssecretaris met zijn adjudante een paar nachten bij ons op het Kandahar Air Field. Wat ons vreemd overkwam, was dat de staats- secretaris een paar keer naar de slaap- kamer van zijn adjudante ging en er de volgende ochtend pas uitkwam. Een hele nacht overleg plegen leek ons een beetje vreemd. Hier gebeurden andere dingen. Later bleek dat te kloppen, toen de staatssecretaris uit zijn functie werd gezet en er later ook een scheiding volgde van zijn toenmalige echtgenote. De lijsten met normen en waarden van de heer De Vries werden ook verwij- derd. Dat is natuurlijk logisch, want iemand die dit opstelt en er vervolgens zelf geen inhoud aan geeft, is niet meer serieus te nemen. Nu mijn vraag: was er nu echt niemand te vinden die ook de functie van voorzitter Raad van Toezicht Nederlands Veteraneninstituut kon vervullen, die ook capabel is, maar zonder voorgaand verleden? Ik kan mij voorstellen dat er meerdere militairen zijn die dit maar een vreemd besluit vinden om (juist) de heer De Vries deze functie te geven. HERMAN VAN SCHIE Voormalig commandant OMLT (Operational Mentoring and Liason Team) KAF, Kapitein b.d.
65
Veteranen op het Museumplein
Hiermee wil ik te kennen geven hoe- zeer ik mij door de actie van ‘veteranen’ zondag 21 maart op het Museumplein gegriefd heb gevoeld, en nóg.
Wij wonen niet ver van het Museum- plein en zagen ‘veteranen’ met motoren door onze straat rijden. We hadden niet direct door wat de bedoeling was, maar dat bleek daarna uit de bericht- geving en foto’s van de situatie op het Museumplein. Wat schaamde ik mij als veteraan. Die lieden op de motoren zijn rijdend door onze straat langs het monument voor de 29 gijzelaars die oktober ’44 op de Apollolaan zijn vermoord en over de
Timo Smeehuijzenbrug gegaan. Op 4 mei staan wij als buurtbewoners elk jaar stil en gedenken onze geval- lenen waar ook ter wereld, en in het bijzonder de 29 vermoorde gijzelaars en Timo Smeehuijzen. Zolang ik in deze wijk woon, ben ik aanwezig bij de jaarlijkse bijeenkomst op de Apollolaan. Ik draag op die gele- genheid mijn veteranenspeld. Dat zal ik vanaf nu nooit meer doen. Ik wil niet de kans lopen om met de lieden die zich op het Museumplein hebben geprofi leerd als ‘veteraan’, vereenzelvigd te worden. R. HOFFMAN
Vergoeding voor kinderen geëxecuteerde Indonesiërs
In CP2 las ik de ingezonden brief van Piet Stoutjesdijk over de regeling Vergoeding voor kinderen van geëxecu- teerde Indonesiërs. Ik vind zijn reactie zeer terecht en waardeer het zeer dat Stoutjesdijk aandacht vraagt voor het geweld dat ook aan de andere kant heeft plaatsgevonden. Er was namelijk aan beide kanten excessief geweld. Ik deel zijn ergernis dat onze koning tijdens zijn bezoek aan Indonesië excuses meende te moeten maken voor het geweld dat door de Nederlandse troepen is uitgevoerd. In het verleden is dat toch al gedaan door de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken en koningin Beatrix! Na WO II werden vanaf 1945 tot 1949 door de Nederlandse regering meer dan 120.000 vrijwilligers en dienstplichtigen naar Nederlands-Indië gestuurd voor het brengen van orde en vrede. Dat ge- beurde onder slechte omstandigheden
van vervoer in omgebouwde vracht- schepen, voeding, kleding, bewapening, huisvesting en ontspanning. Het geweld van toen door Nederlandse militairen gebeurde onder verantwoor- delijkheid en in opdracht van offi cieren. Hierbij zijn aan Nederlandse kant meer dan 6200 jongens gesneuveld. De terug- kerende militairen kregen bij het van boord gaan in de haven een appel om daarna per bus naar huis te worden gebracht en dat was het dan. Eenmaal thuis kregen ze te maken met PTSS en werden uitgemaakt voor moordenaar, tot op de dag van vandaag. Hoewel de meeste veteranen uit die periode zijn overleden, wordt er nog steeds niet met waardering over hen gesproken. J.M. VAN GEENHOVEN
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76