36
mogelij k re-integreren en ten slotte één keer een onderzoek van de verze- keringsarts, waarbij in beginsel direct de medische eindtoestand wordt vastgesteld.’
Voorbehoud Een aanbeveling van de ombudsman aan Defensie luidt om te onderzoeken of het juridisch mogelij k en uitvoer- baar is een voorbehoud op te nemen in de vergoedingsafspraken tussen veteraan en Defensie. ‘Neem bij voor- beeld een veteraan die een MIP heeft op basis van 20 procent invaliditeit, die deelneemt aan het arbeidsproces en bij wie zich jaren na een missie alsnog verergerde PTSS-klachten voordoen. Voor zo iemand kan zo’n clausule heel belangrij k zij n’, zegt Van der Hoeven. Hij snapt dat een voorbehoud op gespannen voet staat met de wens van Defensie zaken af te ronden. ‘Onze aanbeveling is dat in elk geval te onderzoeken.’
Verharding van juridische procedures leidt tot vertraging
Loopgravenoorlog Ook ‘verharding van juridische proce- dures’ leidt tot vertraging, conclu- deert de ombudsman. ‘Soms ontstaat er een soort loopgravenoorlog tussen
een advocaat en Defensie’, licht Van der Hoeven toe. ‘De advocaat verwij t Defensie starheid en Defensie vindt dat de advocaat onrealistische eisen stelt. De veteraan bungelt ertussenin.’ Tij dens het onderzoek organiseerde de ombudsman een rondetafel- bij eenkomst met alle partij en om die verharde verhoudingen te normaliseren. ‘We wilden knelpunten benoemen en nadenken over oplos- singen. Dat was succesvol.’ Uit die bij eenkomst kwamen aanbe- velingen die ook zij n opgenomen in het rapport van de ombudsman: het digitaliseren van medische dossiers, kritischer kij ken naar de noodzaak van medische keuringen en vanaf de aanvraag een actievere betrokken- heid van zorgcoördinatoren bij het schadeproces .‘Defensie zou er wat ons betreft naar moeten streven een RVS-procedure binnen twee jaar na de aanvraag af te ronden’, zegt Van der Hoeven.
Maatman Bas Martens is letselschadeadvocaat bij Delissen Martens Advocaten en voorzitter van de Militaire Balie, een vereniging van advocaten voor militairen en veteranen. ‘In deze zaken staat een goede beoordeling van de omvang van de schade centraal. We kij ken naar het verleden, maar moeten ook in de glazen bol naar de toekomst kij ken. We hebben het altij d over lange perioden en ingewikkelde schade. Dat zij n de punten waarover veteraan en Defensie vaak discussiëren. Welke beperkingen zij n het gevolg van dienstgebonden letsel? Heeft een veteraan rugklachten vanwege zij n militaire geschiedenis of omdat hij na de diensttij d een scooterongeluk gehad heeft? Daar moet je uit zij n voor je kunt beginnen aan het berekenen van een redelij ke schadevergoeding.’ Voor dat laatste, legt Martens uit, kij kt hij naar twee dingen. ‘We gaan na wat
voor carrière de veteraan mogelij k en waarschij nlij k gehad zou hebben als hij geen letsel had opgelopen.’ Aanknopingspunten vindt hij onder meer in iemands vooropleiding, eerdere banen, ambities en diens functie in het leger. ‘We maken om het geschatte inkomensverlies te berekenen bij de onderhandelingen gebruik van de figuur van de maatman: welke loopbaan zou een gemiddeld vergelij kbare persoon hebben doorlopen?’ Naast diens gemiste loopbaan telt de actuele gesteldheid van de veteraan. Dat de huidige conditie van een veteraan met psychisch of fysiek letsel niet per se voorspellend is voor diens gesteldheid op de langere termij n, is een complicerende factor, vindt ook Martens. ‘Onlangs had ik te maken met iemand die een MIP heeft op basis van gedeeltelij ke invaliditeit. Hij werkte, om zij n inkomen op peil te houden, als nachtportier in een ziekenhuis. Ik had er zorgen over of hij dat op termij n wel vol zou houden. We moeten er rekening mee houden dat hij in de toekomst uitvalt. Dat heeft invloed op de hoogte van de schade.’
Fantasievol Een zaak wordt goed afgesloten, vindt Martens, als een vergoeding recht doet aan iemands situatie, inclusief die onzekere factoren. ‘Ook tien jaar later moet de veteraan nog het gevoel hebben: mij is recht gedaan. Dat vergt zorgvuldige afweging van alle factoren.’ In ‘verharde juridische procedures’ herkent hij zich niet. ‘Onze professio- nele verhouding met Defensie is goed. Wij voeren soms behoorlij k stevige discussies, maar weten ook wat we aan elkaar hebben. Uiteindelij k komen we er nagenoeg altij d uit zonder te
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76