search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
42


Het verhaal van die Gurkha’s in Britse dienst is indringend, ook omdat bleek dat deze troepen in 1945 soms over de schreef zij n gegaan bij hun inzet in Indonesië. ‘Ja, dat wordt vaak vergeten. Van de vij fentwintig Gurkha’s in Nepal die nog in leven waren toen ik er was, heb ik er tien kunnen interviewen. En van die tien verwezen er twee, los van elkaar en zonder dat ik ernaar vroeg, naar oorlogsmisdaden die zij hadden begaan op bevel van Britse officieren. Dat vond ik ongelooflij k. Een van die Gurkha’s citeerde letterlij k een Britse officier, terwij l hij verder geen Engels sprak: kill the bloody bastards. Dan ging het om gewonde tegenstanders. Die Britten hadden weinig zin om hun leven te riskeren, die wilden naar huis. Ze hadden de Duitsers verslagen, Japan was gecapituleerd. En op patrouilles, die ze onderbemand moesten lopen, hadden ze geen zin om krij gsgevangenen mee te nemen. Dus die tegenstanders werden vermoord. Een van de andere Gurkha’s die ik sprak, vertelde gedetailleerd hoe ze een kampong van waaruit ze werden beschoten in de fik hadden gestoken. Moedwillige moord op burgerslacht- offers, ik vond dat een ongelooflij ke getuigenis. Gurkha’s zij n immers uitstekende soldaten. In Engeland heerst een geïdealiseerd beeld van de Gurkha’s. Daar kan weleens beter onderzoek naar worden gedaan.’


Het geweld is een veelbesproken thema. U laat ooggetuigen, vaak ook daders, van alle partij en aan het woord. Vooral het verhaal van de vrouw die een executie van Westerling zou hebben overleefd, omdat haar moeder zich over haar heen wierp, blij ft de lezer bij . Toch zij n er veel veteranen die zich hier niet in herkennen. ‘Deze vrouw vertelde dat ik de eerste Europeaan was die haar verhaal optekende. Dat vond ik opmerkelij k. Zo ingewikkeld was het niet om haar te vinden. Ik heb een vliegtuigticket geboekt en reisde op een toeristen- visum. Je weet in welk gebied Westerling en zij n manschappen hebben geopereerd, dan weet je ongeveer in welke dorpen je moet gaan rondvragen. Ik vond het opmerkelij k dat zulke belangrij ke getuigenissen niet eerder op schrift zij n gesteld. En ik vond het belangrij k om te doen, al was het maar om aan te tonen dat door de methode van Westerling tot op de dag van vandaag mensen getraumatiseerd zij n. Dat veel veteranen zich niet herken- nen in het geweld kan ik verklaren. Gert Oostindië, directeur van het Koninklij k Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV-KNAW), heeft laten uitzoeken wat de verhouding was tussen de totale en de operationele troepensterkte. Hoeveel militairen hebben er daadwerkelij k gewapend in het veld gestaan? Dan blij kt dat het om een kwart van de uitgezondenen gaat. Dat cij fer moet je altij d in het achterhoofd houden als je met veteranen gaat praten. Het grootste deel van hen heeft geen oorlogsmisdaden begaan, omdat ze letterlij k niet in het veld hebben gestaan en geen moeilij ke gevechtssituaties hebben meegemaakt. En veel van hen weten evenmin dat er oorlogsmisdaden zij n


gepleegd. Er hangt een geluidsdicht gordij n in het Nederlandse leger tussen manschappen die niets wisten en hun werk deden en manschappen die alles wisten en niets zeiden. Het een staat het ander ook niet in de weg. Iemand als Van Heek was een goede officier. Die twee zaken moet je gescheiden houden. Een goede soldaat is vanzelfsprekend niet automatisch een oorlogsmisdadiger. Er zij n mensen geweest die in gevechtssituaties, in de complexiteit van het moment, hebben geprobeerd zo correct mogelij k op te treden. Van Heek was interessant. Hij had die ambivalente gevoelens. Hij zei: “Je wordt beschoten vanuit een kampong en dan antwoord je met mortiervuur.” Technisch is dat een oorlogsmisdaad en dat geeft hij ook toe. In een guerrilla- oorlog is het moeilij k om het onderscheid te maken.’


Nu u weet wat u nu allemaal weet, heeft u dan een oordeel? ‘Er is veel verontwaardiging over het militaire optreden van veteranen. En ja, die oorlogsmisdaden moeten worden erkend. Maar er is bitter weinig verontwaardiging over de politiek in Den Haag, die die “boeren- jongens uit Friesland” en andere provincies slecht bewapend, slecht getraind, slecht gevoed en met slecht kader in onmogelij ke gevechtssitua- ties heeft gebracht. Dus we kunnen nu best, terecht, boos zij n op al die 18-jarige, dienstplichtige soldaten die zich hebben misdragen. Maar de politiek blij ft buiten beschouwing. Als je kij kt naar wat de kabinetten Drees en Beel hebben uitgehaald. Die psychologische kortzichtigheid van Den Haag was voor mij de grootste bron van verontwaardiging die ik heb ervaren tij dens het schrij ven.’


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76