GHIZLANE AARAB
is hoogleraar binnen de afdeling Orofaciale pijn en disfunctie van ACTA), waar zij onderwijs geeft op bachelor-, master- en postacademisch niveau. Daarnaast is ze parttime tandarts in Den Haag. In 2011 verdedigde Aarab aan de UvA haar proefschrift ‘Mandibular Advancement Device Therapy in Obstructive Sleep Apnea’. Sindsdien zet ze zich in voor de ontwikkeling van tandheelkundige slaapgeneeskunde. Ze heeft een rol in diverse (inter)nationale netwerken, zoals het multidisciplinair overleg van het Slaapteam in het OLVG, een docentschap bij de NVTS, redactielid van het Journal of Dental Sleep Medicine en voorzitter van de Medische Adviesraad van de Apneuvereniging. Aarab treedt regelmatig op als spreker bij (internationale) congressen en cursussen.
Praktijk Interview
vroeger herkend kunnen worden. Tegelijkertijd willen we overdiagnose en onnodige verwijzingen voorkomen. Het gaat om die balans: wél vroeg signaleren, maar de patiënt én het zorgsysteem niet onnodig belasten.”
Y Wat verstaan we onder sociaal- invaliderend snurken? “Dat is snurken waarvan de omgeving last heeft. Onder- schat niet hoeveel mensen niet meer samen kunnen of durven slapen. Of uit schaamte niet meer in een hotel of op een camping willen slapen. Vaak gaan deze mensen zelf aan de slag en kopen spullen op internet. Maar ook hier heeft de tandarts absoluut een rol in het verwijzen naar de huisarts. Bij controles kun je indicaties voor snurken aan- treffen, zoals veel zacht weefsel in het keelgebied of een verslapte huig.”
Y Klopt het dat slaapapneu de meeste aandacht krijgt? “Dat is zeker zo. Het komt mede doordat obstructieve slaapapneu soms ernstige gezondheidsgevolgen heeft, zo- als cardiovasculaire aandoeningen. We gaan nu uit van een prevalentie van vijf tot tien procent van de volwassen po- pulatie. Volgens een meting uit 2017 stond slechts een kwart van die groep onder behandeling. Een groot deel heeft dus klachten, maar weet niet wat er speelt of zoekt geen hulp. Dat betekent dat de tandarts een belangrijke signalerende rol heeft. Niet voor niets is in het Raamplan Mondzorg 2020 een artikel opgenomen waarin staat dat de tandarts competent moet zijn in het verwijzen of be- handelen van slaapapneu.”
Y Is het niet zo dat de huisarts hier een spilfunctie heeft? “De huisarts ziet de patiënt meestal pas als de klachten al lang aanwezig zijn. Met de kans dat er al comorbiditeiten zijn ontstaan. Bovendien herkent lang niet elke huisarts slaapapneu. De tandarts ziet een groot deel van de bevol- king regelmatig en heeft direct zicht op mond en keel, pre- cies de plekken waar veel risicofactoren voor slaapapneu zitten. Daarom ontwikkelen we een screeningsinstrument voor de tandartspraktijk, zodat risicopatiënten beter en
Y Hoe is het behandelen met een MRA geregeld in ons land? “De MRA-behandeling wordt in Nederland uitgevoerd door NVTS-geaccrediteerde tandartsen, mka-chirurgen en or- thodontisten. In totaal zijn dat er ongeveer 185. Zij krijgen op verwijzing van een medisch specialist het verzoek om de behandeling te starten en blijven de patiënt daarna jaarlijks controleren. Dat is essentieel voor de veiligheid en effectiviteit van de therapie. Maar de zorgvraag blijft groei- en. Elk jaar komen er veel nieuwe patiënten bij, terwijl de- zelfde collega’s ook alle jaarlijkse controles blijven doen. Op termijn kan dat gaan knellen: agenda’s raken vol en daarmee wordt de capaciteit beperkt. Daarom zetten we nu twee trajecten in gang. Voor de hui- dige tandartsen ontwikkelen we nascholing, zodat zij zich kunnen bekwamen in de MRA-zorg en bredere tandheel- kundige slaapgeneeskunde. Binnen ACTA werken we daar- aan, onder meer met een nieuwe postinitiële opleiding: een eenjarige tandheelkundige slaapgeneeskunde-module binnen het Oral Health Sciences-programma. Voor toe- komstige tandartsen kijken we naar vernieuwing van het tandheelkundig curriculum, zodat elke nieuwe tandarts wordt opgeleid met de kennis en vaardigheden die nodig zijn om deze zorg verantwoord te kunnen bieden.” Z
APRIL 2026 NT DENTZ 7
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68