De laatste twee stappen zijn een toren- droger en een fluïdbeddroger en dan resteert een halfproduct dat door de voedingsmiddelenindustrie gebruikt wordt in snacks en kant-en-klaar maaltijden. 90 Procent van de productie gaat naar het buitenland.
Proceswater Meneer Willemsen was zijn tijd ver vooruit en installeerde al in 1984 een anaerobe tank voor behandeling van het proceswater. Broekhuizen vertelt vol trots dat Rixona al zo’n twaalf jaar geen Ph-correctie heeft dankzij de anaerobe installatie. Het biogas werd tot nu toe voor een groot deel verbrand in de stoomketel en gedeeltelijk afgefakkeld. De tank heeft inmiddels zolang gestaan dat hij door corrosie van boven op is. Dus een mooi moment om tot vervanging over te gaan. Broekhuizen: “Tel daar bij dat de tank inpandig was, niet zo’n ideale situatie
dus.” De ‘oude’ tank is al gedeeltelijk ontmanteld en moet nu langzaamaan leeg lopen. We kunnen er in kijken, iets wat voordien bijna onmogelijk was. Je kon de ruimte destijds alleen betreden met een H2S-detectieapparaat. Broekhuizen: “De installatie voldeed absoluut niet meer aan de huidige eisen. Je kunt er dan allerlei modificaties op los laten maar eigenlijk moest er gewoon een grote pijp door het dak komen. Dat was te rigoureus en zette ons aan het denken.” Rixona gebruikt ongeveer 5,5 m3 water per ton eindproduct. Dus met een output van 27.000 ton per jaar kom je al snel aan 148.500 m3 water per jaar dat moet worden gereinigd.
(An)aerobe Harrie Pieterman is al twaalf jaar werk- zaam bij Rixona en bemoeit zich dagelijks met de waterkwaliteit. Hij beschrijft het proces als volgt. “Het proceswater dat
moet worden gezuiverd bevat voorname- lijk nog zetmeel en wat zand. De fracties die het eventueel nog bevat zijn < 2 mm. Allereerst gaat het naar een ontvangstank waar het water dat nogal onregelmatig binnenkomt, wordt afgevlakt om vervol- gens naar de voorbezinktank te gaan. Hier zorgen lamellen voor het bezinken. In de nieuwe tank werken die lamellen al weer efficiënter dan in die van 28 jaar geleden zodat het water nog schoner naar de nieuwe anaerobe zuivering gaat. Het bezinksel uit deze tank, zo’n 800 ton per jaar, is een soort koek die wordt afgezet in de veevoedermarkt.” Pieterman vervolgt: “Via een warmtewis- selaar gaat het water naar de buffertank die we gebruiken om te verzuren en om het debiet nog verder af te vlakken en een gelijkmatige stroom te genereren. Hierna gaat het naar de bioactor, oftewel de anaerobe tank. In deze tank gebeuren drie stappen: hydrolyse, een verzuringstap
De anaerobe tank (links) en rechts de aerobe met duidelijk zichtbaar de drie compartimenten.