Inv.nr. 166 Jan Steen Portret van Jacoba Maria van Wassenaer, bekend als ‘De hoenderhof’, 1660 doek, 106,6x80,8 cm Mauritshuis, Den Haag
29
JAN STEEN ONDER DE ELEKTRONEN- MICROSCOOP
Een oliemonster analyseren op zwavelgehalte, of katalysatoren ontwikkelen: ja, dat is bijna dagelijkse kost voor de onderzoekers van het Shell Technology Centre Amsterdam (STCA). Maar een verfsplinter van een HollandseMees- ter onder de loep nemen is niet minder dan een avontuurlijke ontdekkingstocht. Hoe mengde de schilder zijn kleuren? Welke pigmenten vinden we erin terug? Uit welke scheikundige elementen is een grondering opgebouwd? “Shell deed al veel onderzoekservaring op met werken van Vincent van Gogh”, vertelt Rob Bouwman, voormalig researcher bij Shell en sinds 1997 zelf kunstschilder. Voor Shell coör- dineert hij al jarenlang de research voor een gezamenlijk onderzoeksprogramma met het Van GoghMuseum in Amsterdam. Hij heeft samen met hetMauritshuis een voorstudie gedaan naar een geschikt onderzoeksthema. Dat is het werk van Jan Steen geworden. Bob van Wingerden, ook een oud Shell-researcher, zal de coördinatie van de Shell-research voor hetMauritshuis op zich nemen. Bouwman kent de waarde van materiaal- technisch onderzoek naar verfmonsters met geavanceerde apparatuur. “De relevantie is dat wij onze technische kennis toevoegen aan kunst- historisch onderzoek”, legt hij uit.
Pellegrini worden tijdelijk verwij- derd. Voor het graven van de foyer wordt zelfs een straat afgesloten - toevallig de straat waarover de Gouden Koets op Prinsjesdag naar het Binnenhof rijdt. Die gaat een straatje om, aldus Gordenker. “We hebben alle steun van de Gemeente Den Haag en zijn daar heel blij mee. Burgemeester Jozias van Aartsen ziet dat we veel goed werk voor de stad verrichten.” EN ALS DE WERKEN in januari 2014 weer terugkomen, treffen ze dan een onherkenbaar veranderd museum aan? Gordenker stelt gerust. “We willen de intieme sfeer van het stadspaleis behouden. Het Mauritshuis blijft de hoofdrol- speler. Daar voel je je thuis.”
HET MEISJE MET DE PAREL kan zon- der vrees op tournee. n
“Dat is van belang voor de restaurateur, die dan bijvoorbeeld weet welke oplosmiddelen hij wel of niet moet gebruiken. Ook helpt technisch onderzoek bij precieze datering van een schilderij. Tot slot kunnen we bij twijfel de authenticiteit beter vaststellen.” Voor de monsteranalyses maken de laboranten van STCA voornamelijk gebruik van Scanning ElektronenMicroscopie (SEM - EDX). Bij die techniek wordt een klein gebiedje van een verfmonster blootgesteld aan een fijne bundel energie- rijke elektronen. Een deel ervan wordt teruggekaatst: omgezet naar een afbeel- ding op een scherm geeft die weerkaatsing een soort ‘landkaart’ te zien van de zware en lichte elementen in het monster. Bij de botsing van de elektronen met de atomen in het monster komt ook röntgenstraling vrij - EDX staat voor Energy Dispersive analysis of X-radiation. Omdat ieder scheikundig element met een uniek spectrum van röntgenstraling op zo’n botsing reageert, kun je meten uit welke elementen het verfmonster is opgebouwd. Bouwman: “Zo ontdekten we onder meer welke gronderingen Van Gogh gebruikte in zijn Parijse periode. Daarover was weinig bekend: hij woonde toen bij zijn broer in Parijs en schreef hem twee jaar lang geen brieven over zijn werkwijze.” De bij Van Gogh opgedane expertise zet Shell in voor verder onderzoek naar de Hollandse genreschilders uit hetMauritshuis, aldus Bouwman. Jan Steen is bijvoorbeeld een schilder van wie nog veel onbekend is en hetMauritshuis heeft vijftien van diens schilderijen in zijn collectie. Shell-microscopen zullen de komende jaren minuscule verfsplinters analyseren. De inzichten die daaruit voort- komen zullen worden gedeeld met specialisten, maar ook met het grote publiek.