Hans Alders: Voormalig PvdA-Kamerlid, minister en bestuurder. Woordvoerder voor onder meer ambtenarenzaken en later secre- taris van de PvdA-fractie en vertrouweling van Wim Kok. Hij kwam als minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu in het kabinet Lubbers-III met nota’s over de ruimtelijke ordening (Vinex) en het milieubeleid (NMP-plus). Na zijn ministerschap stapte Alders over naar een internationale functie en was daarna elf jaar Commis- saris van de Koningin in Groningen. Sinds juli 2007 is Alders (onder andere) voorzitter van Energie Nederland, belangenbehartiger van energieproducenten, -handelaren en leveringsbedrijven die actief zijn op de Nederlandse markt.
wel om meer duidelijkheid. Het gaat over grote investeringen - een elektriciteitscentrale kost 2,5 miljard euro en kent een looptijd van minimaal veertig jaar - dus mogen we alsjeblieft weten waar we aan toe zijn?
ALS WE ALLES AAN DE MARKT OVER- LATEN, DAN VERSCHIJNEN OVERAL NIEUWE KOLENCENTRALES. Het ontstaan van nieuwe kolencen- trales in Nederland heeft andere oorzaken. Toen de gasprijzen in 2003 explodeerden kwam de Nederlandse energie-intensieve industrie in actie. De conglomera- ten zochten contact met de politiek omdat de toekomst van de sector op het spel stond. De energiemix van Nederland is toen vergeleken met de energiemix van andere Europese landen, waarna uit overwegingen van energiezeker- heid is besloten om fors te inves- teren in kolencentrales en nieuwe netwerk-koppelingen. Een prima zet, want nieuwe centrales zijn veel efficiënter dan de bestaande. Wanneer oude kolencentrales, of dat nu binnen of buiten Nederland is, worden vervangen levert dat onder de streep milieuvoorde- len op. De interconnectie tussen de Eemshaven en het Europese netwerk biedt uitstekende energie- exportkansen. Vanuit de Noord- west-Europese markt gedacht was dit dus een logische stap. Zonder fossiele brandstoffen kunnen we immers niet in de energiebehoefte voorzien. En als er dan toch kolen- centrales zijn, dan graag centrales
met de nieuwste technologie. Je moet elke energiedrager afzonder- lijk bekijken.
ZULLEN WE DAN TOT SLOT HET ONDERWERP WINDENERGIE EVEN AFZONDERLIJK BEKIJKEN? Wij Nederlanders hebben ver- stand van wind. We kunnen wind- energie op land en op zee opwek- ken, maar als de windparken ver uit de kust liggen, dan blijkt onze kennis ineens toch beperkt. Dan moet de belastbaarheid van mate- rialen worden onderzocht en de effecten op het onderhoud. In de huidige situatie zegt de overheid tegen een ondernemer: “U wilt een windpark? Dat kan, dit zijn uw zee-coördinaten, binnen twee jaar moet het windpark volgebouwd zijn.” Het resultaat is dat technolo- gie van gisteren wordt ingezet. Je moet als overheid kaders schep- pen, dus geef gerust aan hoeveel kilowatturen een windpark op termijn moet opleveren, maar laat de technische invulling aan de markt over en geef ondernemers de nodige tijd om stap voor stap tot de beste oplossing te komen. We kunnen die ingrijpende transitie niet met conventionele middelen realiseren, daarvoor is innovatie nodig. Dus laten we eerst goed uitzoeken welke gereedschappen effectief zijn en laten we het erover eens worden dat er geen eenvou- dige oplossingen bestaan. Slechts één ding is zeker: een Europese energiemarkt met een grote diver- siteit aan energiebronnen biedt de grootste kans op succes. n