This page contains a Flash digital edition of a book.
24


MAART n APRIL | 2012


Voor Hans Alders kennen de Europese energiescenario’s weinig geheimen. Als voorzitter van Energie Nederland behartigt hij de belangen van energieproducenten en -handelaren in Den Haag en Brussel: “Alle scenario’s laten zien dat we voor onze stroomvoorziening nog lange tijd afhankelijk blijven van kolen en gas. Willen we de milieu- doelstellingen realiseren, dan moeten we eerlijk durven zijn en het lef hebben om te zeggen: zonder CCS redden we het niet.”


TEKST ROB GROOT BEELD JEROEN KROOS


ben, zijn goed op elkaar afge- stemde beleidsinstrumenten die op een consistente wijze worden gehanteerd.


HET IS EEN TURBULENTE TIJD VOOR DE ELEKTRICITEITSSECTOR. WAT ZIJN DE GROTE UITDAGINGEN? We moeten voortdurend de balans vinden tussen betaalbaar- heid, leveringszekerheid en duur- zaamheid. Nederland, Frankrijk, België, Duitsland en Scandinavië werken samen aan een liberale en effi ciënt opererende Noordwest- Europese energiemarkt. Op het terrein van de verduurzaming vervullen de grote Europese elektri- citeitsproducenten nu een voortrek- kersrol. Zij committeerden zich als enige branche formeel aan zowel de CO2-doelstellingen als de maatregelen van de Europese Commissie. De elektriciteitssector realiseert het grootste deel van de reducties. Dat vraagt om enorme investeringen. Met het oog op toekomstige veranderingen in de energiemix moet de infrastructuur toekomstbestendig en fl exibel worden gemaakt. Door de toene- mende vraag naar energie van landen als Brazilië, Rusland, India en China (BRIC) staan we aan de vooravond van een competitieve fase en stijgende energieprijzen. Daarom moeten we streven naar effi ciëntere vormen van energie- gebruik.


WAT ZIJN DE GROOTSTE KNELPUNTEN? In de eerste plaats het gebrek aan duidelijke uitgangspunten. Voor het ontwikkelen van investeringsstrate- gieën zijn stabiele politiek-econo- mische kaders nodig en daarvoor moet het debat op basis van heldere uitgangspunten worden gevoerd. De doelstellingen van de


Europese Commissie zijn helder, maar we hebben in Europa ook te maken met weerbarstige nationale politieke processen. Veel nationale parlementen blijven hangen in protectionistische sentimenten. In Nederland doet iedereen steeds alsof we tal van opties hebben, wat domweg niet zo is. Het is hoog tijd voor een constructief Europees debat, dat op basis van feiten en realistische uitgangspun- ten wordt gevoerd. Een van die feiten is dat alle huidige energie- dragers ook in het jaar 2050 nog zullen worden ingezet. Dat betekent dat we niet om CCS (het afvangen en opslaan van CO2) heen kunnen. In Nederland heb- ben overheid en bedrijfsleven zich sterk gemaakt voor de introductie van CCS. Daar werkte iedereen aan mee en daar is bijzonder veel moeite voor gedaan. En dan opeens wordt het onderwerp binnen veertien dagen van de politieke agenda geveegd. En dat terwijl er geen alternatief is en CCS-technologie nog verder moet worden ontwikkeld. Daardoor stokt het energietransitieproces. We moeten het nu doen met de CO2-opslag onder zee, maar om aan de milieudoelstellingen te kun- nen voldoen zullen we daarnaast ook lege gasvelden onder land moeten gebruiken. Het onderwerp komt dus vroeg of laat vanzelf weer bovendrijven. Maatschappe- lijke debatten die onder hoge druk worden gevoerd zijn gedoemd te mislukken. Laten we het CCS- debat over nut en noodzaak daarom nu publiekelijk voeren om


Barendrechtse toestanden in de toekomst te voorkomen.


WELKE ROL MOET DE OVERHEID SPELEN? Het is de taak van de overheid om wettelijke kaders te creëren en innovatieve ontwikkelingen te stimuleren, bijvoorbeeld door een level playing fi eld te creëren. Geef de elektriciteitssector duidelijkheid over de gewenste samenstelling van onze elektriciteit in 2020 en we hebben dat level playing fi eld. Moeten we verder hele- maal van subsidies afzien? Nee, want dezelfde bedrijven die nu in Nederland geen subsidie meer krijgen voor bijvoorbeeld windpar- ken op zee worden momenteel in Duitsland en Engeland met open armen ontvangen. Het debat moet op Europees niveau en op een consequente wijze worden gevoerd, zodat een stabiel investe- ringsklimaat ontstaat. Nu is er nog te veel onzekerheid. Enkele jaren geleden zagen we bijvoorbeeld dat het aandeel gas in de Euro- pese scenario’s opeens sterk terug begon te lopen - een ontwikkeling die voortvloeide uit de Oekra- ine crisis en de grote aversie die daardoor in Brussel was ontstaan jegens de afhankelijkheid van de Russen. Gasunie en Gasterra konden nog zo hard roepen dat ze al tientallen jaren uitstekende ervaringen hebben met Gazprom, maar dat mocht niet baten. Nu keert gas weer terug in de mix en dat werd tijd, maar het illustreert wel de onzekerheid waarmee de sector kampt. Wat we nodig heb-


MOET DE ENERGIESECTOR ZELF OOK DUIDELIJKER STELLING NEMEN? Door de maatregelen van de EU te ondertekenen zijn de CEO’s van de grote Europese elektrici- teitsproducenten serieuze verplich- tingen aangegaan. Dat zij deze transitie zo effi ciënt en kostenef- fectief mogelijk willen doorvoeren is begrijpelijk. Hoe je dat doet? Door gebruik te maken van krach- tige marktmechanismen en door te innoveren. Energie Nederland heeft hoge verwachtingen van het Emission Trading System (ETS), maar dan moeten alle marktpar- tijen hun eigen strategieën wel in het grote geheel inpassen. Als we het erover eens zijn dat er een stevige CO2-prijs nodig is om CO2-reducerende technieken te stimuleren, dan moeten we ook voorkomen dat een overschot aan emissierechten ontstaat, waardoor de CO2-prijs laag blijft. Laten we vooral ook niet de onderlinge afhankelijkheid tussen marktpartijen in de energiesector uit het oog ver- liezen. Ik vind het onverstandig dat de gassector zich tegen vernieuw- bare energiebronnen (renewables) afzet, want als de bewegelijk- heid van het energiesysteem door die renewables toeneemt heb je een fl exibele energiedra- ger nodig - en daarvoor is gas uitstekend geschikt. We moeten duidelijk maken hoe elke tak van de energiebranche een zinvolle bij- drage aan de energietransitie kan leveren, zonder daarbij het grote geheel uit het oog te verliezen. Nu heerst de waan van de dag en dat is funest voor de ontwikke- lingsprocessen. Het mag duidelijk zijn dat de elektriciteitssector best wil investeren, maar dat vraagt


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32