search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ACTUEEL


RUNDVEEHOUDERIJ


Groot risico op schimmels en broei in verdroogde maiskuilen


Verdroogde maiskuilen hebben na uitkuilen een erg groot risico op schimmelvorming. Dat stelt Oscar Koppelman, salesmanager van Pio- neer. Hij adviseert maatregelen om broei te voorkomen.


D


it jaar zijn veel maispercelen ver- droogd. “Schimmels vermeer- deren zich uitstekend op dood plantmateriaal. Ook zien we veel aantastingen van builenbrand”, zegt Oscar Koppelman van Pioneer. “Met name in re- gio’s waar mais het meeste last heeft gehad van de droogte, zoals in Oost-Nederland.” Vorig jaar waren er ook al veel aantastingen met builenbrand. De sporen van schim- mels kunnen lang overleven in de grond. De schimmeldruk blijft daardoor groot en builenbrand heeft opnieuw toegeslagen in verdroogde maispercelen. “Gehakselde verdroogde mais gaat met veel verschil- lende schimmels de kuil in en is moeilijk te verdichten. Dat leidt tot een verhoogd risico op broei- en schimmelvorming bij het openen van deze maiskuilen. Dat geeft na uitkuilen verlies aan droge stof”, vertelt Koppelman. “Ook is de voederwaarde lager en vreten de koeien minder van deze kuil door een muffe geur en smaak.” Volgens Pioneer treedt normaliter in ruim de helft van de maiskuilen in Neder- land in meer of mindere mate broei op.


Het inkuilen van verdroogde mais geeft een groter risico op broei, omdat schimmels op dode plantresten goed gedijen en er meer builenbrand is gezien.


“Dit jaar verwachten we nog meer broei, omdat er veel verdroogde maispercelen worden ingekuild. Zodra veehouders hun maiskuil openen, worden bacteriën, gisten en schimmelsporen weer actief vanwege luchttoetreding aan het snijvlak. Deze micro-organismen verbruiken zetmeel en suikers in de kuil. Daardoor daalt de voe- derwaarde.” Dit jaar zijn de suikergehaltes in maiskuilen met weinig of geen kolf ho- ger dan in normale jaren, omdat suiker in


Maatregelen tegen schimmels en broei


z Verdicht de maiskuil zo goed mogelijk, want dat drukt de zuurstof eruit.


z Gebruik een broeiremmer bij inkuilen, want dat remt de groei van micro-orga- nismen zoals gisten, bacteriën en schim- mels. De broeiremmer 11A44 van Pioneer bevat melkzuurbacteriën (Lactobacillus buchneri), die zorgen voor een gecontro- leerde toename van azijnzuur en propion zuur. “Deze bacteriën maken per ton kuilvoer 5 tot 8 liter azijnzuur en propionzuur ofwel een zuurproductie on- der het plastic van 200 tot 400 liter per


hectare. Dat vertraagt de groei van schimmels en gisten aanzienlijk.”


z Zorg voor voldoende voersnelheid: mini- maal 1,5 meter per week in de winter en 2 meter per week in de zomer. “Bij een kuil- plaat van 50 meter halen veehouders ge- middeld een voersnelheid van maar 1 me- ter per week”, stelt Koppelman. “Daarom is een broeiremmer zo belangrijk.”


z Dek de kuil af met voldoende grond en zorg voor een recht snijvlak, want dat be- perkt toetreding van zuurstof in de kuil en dat helpt tegen broei.


mindere mate is omgezet in zetmeel in de kolf. “Daardoor gedijen micro-organismen extra goed. Gisten breken ook melkzuur af, waardoor de pH in de kuil stijgt en dat stimuleert de groei van schimmels. Er ont- staat dan een kettingreactie.”


Goede verdichting


Een goede verdichting van maiskuilen is al- tijd een aanrader tegen broei. “De richtlijn is 250 kilo droge stof per kuub. Dat is onder normale omstandigheden al lastig om te halen door het hogere droge stofpercenta- ge van snijmais van tegenwoordig. 35 tot 40% droge stof is moeilijk te verdichten. Goed verdichten is dit jaar extra moeilijk vanwege de deels verdroogde en kolfloze mais.” Daarom adviseert Koppelman om bij inkuilen, zeker bij deels verdroogde mais dit jaar, een broeiremmer te gebrui- ken. “Mais conserveert goed en daarvoor is geen toevoegmiddel nodig. Het hoofdpro- bleem bij mais is het voorkomen van broei en schimmelvorming na uitkuilen. Investe- ren in een broeiremmer kost geld, veehou- ders willen dat niet altijd. Maar ruwvoer is twee derde van het rantsoen en dat moet smakelijk zijn, met een goede voederwaar- de zonder broei- en schimmelvorming.”


BOERDERIJ 104 — no. 52 (24 september 2019) 29


FOTO: HENK RISWICK


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76