Stikstofindend vulkanisch gesteente
Gebruik van zeoliet als stikstof- binder op uitspoelingsgevoelige zandgronden kwam voor het eerst in beeld in een studie van onder- zoekscentrum B-Ware in Nijmegen.
Uit dit pilot-onderzoek in 2018 in Friesland bleek een grote reductie van de nitraatuitspoeling naar het grondwater. Na toediening van 400 kilo zeoliet per hectare grasland resulteerde geen 90 milligram per liter, maar amper 20, in de perio- de oktober tot en met december. Zeoliet houdt stikstof tijdelijk vast in de toplaag van de grond, waardoor meer door het gewas kan worden opgenomen. Deze pilot was veelbelovend, maar
emissiearm uitrijden, treedt schade op aan de zode, vooral onder droge omstandigheden. Of er ook blijven- de schade optreedt aan het bodemleven, is onbekend. “Het is tot dusver niet overtuigend aangetoond”, stelt De Boer, “maar tegelijk is er ook te weinig serieus onder- zoek naar gedaan.”
Bedrijfseigen mest
Hoe bijzonder biologische processen soms werken, kwam naar voren bij een laboratoriumonderzoek met verschillende soorten mest, dat vorig jaar door De Boer is uitgevoerd binnen het interne Wageningse R&D-pro- gramma (‘Kennisbasis’). In die proef werd mest van koeien gevoerd met veel snijmais, gemengd met grond afkomstig van maisland of grasland. Het zelfde ge- beurde met mest van koeien die met vrijwel alleen gras waren gevoerd. Uit deze proef kwam naar voren dat de maismest in ‘maisgrond’ of grasmest in ‘grasgrond’ even snel afbraken, ook bij oplopende mestgift. Werd er echter gewisseld tussen mest en grond, dan gaf gras- mest in maisgrond een dalende afbraaksnelheid bij hogere dosering, maar gaf maismest in grasgrond een toenemende afbraaksnelheid. Dit wijst op een vorm van ‘homefield advantage’ (thuiswedstrijd-voordeel), waarbij de micro-organismen in de bodem een voorkeur hebben voor de organische stof die ze ‘kennen’. Voor de veehou- derij betekent het dat eigen mest beter kan presteren op eigen grond.
De Boer ziet zo meerdere kansen om fysische of biologische mechanismes specifiek in te schakelen ten dienste van de veehouderij. Voordeel hiervan is dat ze vaak minder negatieve bijeffecten kennen. Het creëren van de juiste omstandigheden om gebruik te kunnen maken van deze mechanismen luistert nauw en vereist vaak meer geavanceerdere kennis en inzichten dan nu beschikbaar zijn.
niet afdoende als bewijs. Daarom wil- len Wageningen Livestock Research en B-Ware dit jaar een nieuwe proef starten op twee locaties (nabij proef- boerderijen De Marke en Vredepeel), en twee seizoenen meten om dit bewijs wel te leveren. Het Mesdag Zuivelfonds heeft inmiddels de helft van de financiering gegarandeerd. Het voorstel ligt nu ter beoordeling voor bij ZuivelNL. Bij succes van dit onderzoek zullen ook belangrijke vervolgvragen aan de orde komen, zoals wat toepassing van zeoliet doet bij beweiding (urineplekken) en bijvoorbeeld bij toepassing op bouw-
land, zoals in de snijmaisteelt. Ook moet helder worden of elk
jaar even veel zeoliet nodig is. De verwachting is dat de dosering afgebouwd kan worden. Voorlopig concentreert het onderzoek zich op gebruik op grasland op droogte- gevoelige zandgronden, omdat daarop zich de knelpunten rond uitspoeling voordoen. Bovendien is grasland een zeer geschikt gewas om de effectiviteit van zeoliet vast te stellen. Als vaststaat dat zeoliet voldoende werkt, geeft dit ruimte op het gebied van de derogatie, en voor bedrijven vlakbij kwetsbare natuur- gebieden en in drinkwatergebieden. De sterke punten van zeoliet zijn,
naast de verwachte werkzaamheid, de eenvoud in het gebruik en de acceptabele kosten. Zeoliet wordt niet verbruikt, maar geeft een duur- zame verbetering van de kwaliteit van een perceel. De Boer geeft aan dat het zeoliet, zoals alle grondstof- fen, wel aan bepaalde kwaliteitseisen moet voldoen. Dit is echter geen probleem, Eén soort zeoliet is zelfs toegelaten op de Skal-lijst, weet De Boer.
De kosten van toediening van 400 kilo per hectare bedragen rond de € 100. Deze investering kan volledig terugverdiend worden vanuit een verwacht hogere grasopbrengst.
Precisie-beluchting bindt ammoniak
Beluchting van mest als ammoniak- reducerende maatregel lijkt een vreemde, eigenlijk tegenstrijdige optie, maar het werkt. Hoe precies, dat moet nog worden uitgezocht. Aan deze, in de praktijk waargeno- men reductie, ligt waarschijnlijk een biologisch proces ten grondslag, mogelijk de omzetting van ammo- nium in microbieel eiwit. Heel belangrijk voor een goede
werking is dat de juiste hoeveel- heid lucht wordt ingebracht in de drijfmest. Bij te veel lucht in korte tijd neemt de ammoniakemissie juist toe,
omdat de ammoniak dan ‘uit de mest wordt geblazen’. De optimale wijze van beluchting
moet nog worden vastgesteld met een combinatie van onderzoek en ontwikkeling. Er is echter perspec- tief. De Boer: “Het is belangrijk om je te realiseren, dat wanneer 50% emissiereductie vanuit de mestkel- der mogelijk blijkt, deze reductie ook doorwerkt bij het uitrijden van de drijfmest. Succesvolle beluchting van drijfmest zou wel eens een groot deel van de huidige knelpunten rond ammoniakemissie kunnen oplossen.”
BOERDERIJ 104 — no. 52 (24 september 2019) 25
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76