991 | WEEK 24-25 15 JUNI 2022
Eerste elektrische schoonmaakboot voor haven Brussel
SCHEEPVAARTKRANT 30 JAAR GELEDEN
9
BRUSSEL De Brusselse haven is sedert 2 juni een derde innovatieve schoonmaakboot (de Damona) rijker, die van de twee eerdere ver- schilt, aangezien het om de eerste elektri- sche en uitstootvrije boot gaat. De Castor (2006) en de Botia (2019) zijn de andere twee schoonmaakboten die sinds enkele jaren met succes in de haven opereren.
JAN SCHILS
De Damona werd deze donderdag 2 juni te water gelaten door de Haven van Brussel, in aanwezigheid van de Brusselse minister Alain Maron, bevoegd voor het leefmilieu en de Haven van Brussel, alsmede Yassine Akki, voorzitter, Anthony Baert, ondervoorzitter en Gert Van der Eeken, de nieuwe directeur-gene- raal van de Haven van Brussel.
De naam Damona werd gekozen door de teams van de kapiteinsdienst van de ha- ven van Brussel. Het vaartuig, dat een kleine 80.000 euro heeſt gekost, zal dagelijks worden ingezet. Het scheepje van acht meter werd ge- bouwd door het Britse bedrijf Water Witch Ltd. uit Liverpool. Samen maken de Damona en de twee andere schoonmaakboten een water- oppervlakte van 80 hectare schoon over een lengte van 14 kilometer.
De schoonmaakboten varen bijna elke dag uit. Dat is afhankelijk van het beschikbare
personeel en de weersomstandigheden. Dat een voortdurende schoonmaakoperatie no- dig is, bewijzen de cijfers. Jaarlijks wordt tussen 200 en 250 kuub afval ingezameld. Daarbij komen nog de matrassen, meubels, fietsen en dergelijke die op de oevers worden achtergelaten.
Afvalpark
Ook de binnenvaart komt aan haar trek- ken. Zo worden er bijzondere inspannin- gen geleverd voor de binnenschippers, die op een afvalpark terecht kunnen aan de sluis van de Brusselse gemeente Molenbeek. Binnenschippers kunnen er papier en karton, PMD, glas en niet-herbruikbaar restafval de- poneren. Er komt ook een ophaaldienst voor olie- en vethoudend afval en alsmede ge- vaarlijk afval. Een gemeenschappelijke dienst tussen de haven van Brussel en de Vlaamse Waterweg NV voor de inzameling van motor- olie en ruimwater staat ook ter beschikking van de binnenschippers.
Bij de tewaterlating van de Damona kondigde het havenbestuur van Brussel tevens de bouw aan van het reinigingscentrum Zuidhaven bij de sluis van Anderlecht. Een van de drie schoonmaakboten zal daar permanent wor- den gestationeerd.
Stormbekken De Brussels minister van Leefmilieu Alain
Maron noemde tijdens de persconferentie de schoonmaakoperatie van het kanaal on- ontbeerlijk voor “onze levenskwaliteit en de kwaliteit van ons leefmilieu”. Omdat het ka- naal het laagste punt in het Brusselse gewest vormt, is het ook een enorm stormbekken en vangt het veel zwerfvuil op dat door de stad wordt aangebracht. Dat afval moet dan ook geregeld worden ingezameld om te voorko- men dat het in de zee terechtkomt.
Maron: "Tegelijkertijd wil ik snel handelen, samen met iedereen die betrokken is bij de openbare netheid, om te voorkomen dat afval op de grond of in het kanaal terechtkomt. Dat is het doel van de eerste gewestelijke strategie voor stedelijke netheid, waaraan wij momen- teel samenwerken met de gemeenten en alle betrokken actoren om vervuiling doeltreffend te bestrijden door alle aspecten ervan aan te pakken: afvalvermindering, bewustmaking, bestraffing en aangepaste stadsplanning."
Technische gegevens van de Damona: • Lengte: 8 m • Breedte: 2,5 m • Capaciteit: 2,8 m3 • Leeggewicht: 1270 kg
• Maximumsnelheid: 13 km/h (7 knopen) • Werksnelheid: 5 km/h • Motor: 12 kW
De hoeveelheid ladingrestant die na het vegen van het ruim nog in het waswater aanwezig is, blijkt na onderzoek bij bemonsterde schepen veel geringer dan door de overheid werd aangenomen. Na goed vegen van het ruim werd gemiddeld niet meer dan ongeveer 30 kilo teruggevonden in het waswater. In een onderzoek uit 1998 werd deze hoeveelheid nog geschat op 250 kilogram. Ook was men uitgegaan van 25 kuub waswater per schip.
Petitie ‘Laat varend erfgoed geen sterfgoed worden’
AMSTERDAM Steeds strengere milieuregels vormen een directe bedreiging voor het voortbestaan van het uniek varend erfgoed in ons land. Om die reden is de Federatie Varend Erfgoed Nederland een petitie ge- start om tot een uitzonderingspositie voor deze historische schepen te komen.
De petitie ‘Laat varend erfgoed geen sterf- goed worden’ telt al duizenden onderte- kenaars en zal later worden aangeboden aan de staatssecretarissen Uslu en Heinen van respectievelijk Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Infrastructuur en Waterstaat.
“Recent onderzoek heeſt aangetoond dat de emissies van het Varend Erfgoed – circa 2500 schepen – afgezet tegen de totale re- creatievaart, marginaal zijn. De emissies van onze vloot bedragen slechts 0,00229 pro- cent van de uitstoot van de gehele recreatie- vaart”, stelt koepelorganisatie FVEN. Daarom wil men komen tot een uitzonderingspositie voor de historische recreatief varende vloot, vergelijkbaar met de oldtimerregeling.
Blijven varen “Willen we het varend erfgoed behouden,
De petitie is vorige maand gelanceerd op de Nationale Sleepbootdagen in Zwartsluis. Foto Vereniging de Motorsleepboot (VDMS)
dan moet het ook blijven varen”, aldus de FVEN. “We willen graag bijdragen aan een schonere wereld. We kijken samen met des- kundigen verder naar de mogelijkheid om
bijvoorbeeld synthetische brandstof (GTL, HVO) te gaan gebruiken. Maar daar is echt nog nader onderzoek voor nodig, omdat het gaat om motoren van vaak 50 jaar en ouder.”
De tweede recessie binnen korte tijd komt hard aan in de binnenvaartsector. Opnieuw wordt de continuïteit van vele bedrijven in deze bedrijfstak op de proef gesteld. Er is een sterke behoeſte aan een structurele en substantiële groei van omzet en resultaat om als sector te herstellen. Maar ABN AMRO verwacht dat de omzetgroei minimaal zal zijn. De binnenvaart toont dit jaar geen groei. Pas eind 2012 zullen de volumes weer toenemen.
10 JAAR GELEDEN
Het binnenvaartbeleid van het ministerie van Verkeer en Waterstaat is erop gericht de sector in staat te stellen om als een structureel gezonde bedrijfstak met een sociaal verant- woorde bedrijfsvoering te opereren. Dit betoogde secretaris-generaal A. van der Plas op de CBRB-jaarvergadering. Hij toonde zich tevreden over de sloopregeling: “Ik moet er niet aan denken hoe de markt eruit zou zien als die er niet was geweest. Dan zou de misère veel en veel groter zijn geweest en vrachtprijzen navenant lager.”
20 JAAR GELEDEN
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48