search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
952 | WEEK 50 9 DECEMBER 2020


EUROPARLEMENTARIËR CAROLINE NAGTEGAAL-VAN DOORN (VVD): ‘Tijd voor nieuwe Europese agenda voor de binnenvaart’


BRUSSEL De binnenvaart heeſt in een iets verder verleden bij verschillende fracties in het Europees Parlement gedreven aanhan- gers gehad. Maar de laatste jaren leek dat voorbij. Een van de laatste wapenfeiten deed zich begin vorig jaar voor, toen een niet af- dwingbare resolutie werd aangenomen, waarin het parlement pleitte voor een ver- volg op het Naiades-programma ter onder- steuning van de binnenvaartsector. Daarna werd het oorverdovend stil in het parlement - wat binnenvaart betreſt. Over het vervolg op Naiades viel geen woord meer te horen. Het parlement had het te druk met andere ‘belangrijker’ zaken.


JAN SCHILS


Mogelijk wordt het tij nu toch gekeerd, want een van de (nieuwere) parlementsleden, Caroline Nagtegaal-van Doorn van de VVD, die deel uitmaakt van de liberale fractie (Renew Europe), wil de sector die duidelijk stiefmoe- derlijk behandeld wordt, te hulp komen. Kennelijk is er toch een parlementslid zich er- van bewust dat er iets concreets moet gebeu- ren. Gezien het feit dat de binnenvaart lange tijd gewoon niet bestond voor de Europese volksvertegenwoordiging is dit nieuwe ge- luid op zich al hoopgevend. Vraag is natuur- lijk of en hoeveel respons ze zal krijgen bij de andere parlementsfracties. De Groene fractie, die meent het monopolie te bezitten als het aankomt op vergroening in het transport, zal


waarschijnlijk positief reageren op haar initia- tief - maar tegelijk proberen het initiatief naar zich toe te trekken. Waarbij men zich kan af- vragen waarom juist de Groene fractie al die tijd verstek liet gaan.


Het VVD-Europarlementslid heeſt een ‘Renew Europe Binnenvaart Paper’ geschreven dat re- cent is verschenen. Volgens haar is de tijd aan- gebroken voor een nieuwe Europese agenda voor de binnenvaart, die de sector ook met concrete maat- regelen ondersteunt. Nagtegaal-van Doorn: “Wanneer we over de transportsector spreken, is de bin- nenvaart vaak het on- dergeschoven kindje. Daar moet verande- ring in komen.” Haar rapport kwam tot stand na gesprekken met reders, scheepsbou- wers en verantwoordelijken van binnenha- vens. Maar ze legde haar oor ook te luister bij de binnenvaart zelf, die voor een groot deel bestaat uit familiebedrijven en kleine zelf- standigen. Ze ontdekte dat ‘de sector zelf al druk bezig is op het vlak van vergroening en digitalisering, maar ook dat ze het niet alleen kan’ en kwam tot de volgende conclusie: “We zouden gek zijn als we niet investeren in onze binnenvaart.”


Nagtegaal-Van Doorn


We zouden gek zijn als we niet investeren in onze binnenvaart


In haar rapport wijst ze er op dat de binnen- vaart een grote rol kan en moet spelen in de groene en digitale transitie die nodig is voor de toekomst van de sector. Ze waarschuwt ook dat de ontwikkelingen op het gebied van autonoom varen en het emissiearm of hele- maal uitstootvrij maken van binnenschepen snel gaan, maar dar de sector de daarvoor noodzakelijke investeringen niet alleen kan opbrengen. Haar partij Renew Europe vindt het dan ook tijd wor- den dat er flink geïn- vesteerd wordt in de Europese binnenvaart en met Europese middelen.


Onderbenutting Volgens Nagetaal-van Doorn kan de bin- nenvaart een sleu- telrol spelen bij het terugdringen van de


files op het verstopte Europese wegennet: “Het kleinste binnenschip bijvoorbeeld kan 14 vrachtwagens van de weg houden en de grootste binnenschepen kunnen de lading van 660 vrachtwagens overnemen.” Ze wijst ook op de grote onderbenutting van de vaarwegen in Europa: “Hoewel ruim een derde van het to- tale Nederlandse goederenvervoer via onze kanalen en rivieren verloopt en dertien lidsta- ten van de EU via het waterwegennet met el- kaar zijn verbonden, blijſt twee derde van de


13


Caroline Nagtegaal-Van Doorn.


Foto EU


waterwegen in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk ongebruikt. We laten veel poten- tieel liggen, als je alleen al ziet hoeveel druk we kunnen wegnemen van onze snelwegen en in steden als we beter gebruik zouden maken van onze waterwegen.”


Nagtegaal-van Doorn wijst er in haar rap- port nog op dat er de afgelopen maanden wereldwijde handelsproblemen zijn geweest die hebben geleid tot de invoering van pro- tectionistische maatregelen, zoals tarieven voor granen, staal en auto’s en het ongeremd voortwoekeren van de Covid 19-pandemie. “Beide veroorzaakten een aanzienlijke da- ling van het goederenvervoer. Toch heeſt de binnenvaart hard gewerkt om de verdere dis- tributie van gevoelige goederen in Europa te waarborgen,” zo besluit zij.


Verdere samenwerking Nederlandse zeehavens vereist voor behoud internationale toppositie


van de havens grotendeels op fossiele grond- en brandstoffen zijn georiënteerd.


• Klimaatverandering: klimaaatverandering kan tot zeer hoge of lage waterstanden lei- den: de infrastructuur moet daar zo goed mo- gelijk op voorbereid zijn. Dat moet dan zeker ook meegenomen worden met de planning en aanleg van nieuwe infrastructuur.


• Anders werken: schaalvergroting kan bijdra- gen aan vlot, veilig en duurzaam transport, maar er moet wel goed samengewerkt en af- gestemd worden om efficiënt te kunnen wer- ken, ook in combinatie met het achterland- netwerk. Betere benutting van kadecapaciteit en meer bundeling is hierin cruciaal.


• Digitalisering: er zijn veel mogelijkheden rondom digitalisering, maar daarbij is wel de nautische en digitale (cyber) veiligheid bin- nen havens belangrijk, onder meer vanwege de opkomst van (semi-) autonoom transport.


ROTTERDAM De vijf grootste Nederlandse ha- vengebieden gaan de komende jaren meer samenwerken om ook in de toekomst de in- ternationale concurrentie voor te blijven. Dat blijkt uit de Havennota die donderdag 26 november naar de Tweede Kamer is ge- stuurd. Met name de grondstoffen- en ener- gietransitie overstijgen volgens minister Van Nieuwenhuizen de belangen van individue- le havens.


In de havennota zijn de uitdagingen benoemd voor de Nederlandse havens tussen 2020 en 2030. “Het zijn niet alleen economische, maar ook geopolitieke, technologische en maat- schappelijke veranderingen waardoor de po- sitie van de Nederlandse havens als koplo- per in Europa niet langer vanzelfsprekend is”, zo valt te lezen in de havennota 2020- 2030. Door samenwerking op het gebied van


digitalisering, verduurzaming en klimaatveran- dering, hopen de havens de mondiale topposi- tie te behouden. Minister Van Nieuwenhuizen: “Samenwerking is de sleutel tot succes voor onze havens om ook de komende jaren bo- venaan de wereldranglijst te staan.” Zij gaat dan ook samen met de havens van Rotterdam, Amsterdam/Noordzeekanaalgebied, Moerdijk, North Sea Port en Eemshaven/Delfzijl afspra- ken maken om tot een geïntegreerd haven- systeem te komen. Daarin gaat Rotterdam als mainport wel voorop, dit vanwege de econo- mische omvang en de schaalgrootte van de haven. Dat houdt onder meer in dat projec- ten voor mainport Rotterdam voorgaan op in- vesteringen in de andere havens van natio- naal belang in geval er sprake is van een gelijke maatschappelijke score. Die voorkeursbehan- deling zal vanaf dit jaar wel meer in samen- spraak gaan met andere belangrijke clusters


zoals Schiphol, brainport Eindhoven en de Greenports en het logistieke systeem van zee- en binnenhavens. Volgens de minister gaat dat om een bredere economische beschouwing, vanuit nationaal perspectief.


Trends en ontwikkelingen De havennota neemt een aantal trends en ont- wikkelingen onder de loep die gevolgen kun- nen hebben voor de zeehavens. Zo gaat het onder meer om digitalisering, de energietransi- tie, klimaatverandering, efficiënter werken en veranderende politieke en economische orde. Ook de gevolgen van de coronacrisis worden genoemd.


• De energietransitie wordt als de grootste uit- daging gezien. Deze kan het fundament van de Nederlandse havens aantasten omdat de bestaande industriële en logistieke functies


• Concurrentie: Nederland heeſt een stevige positie als toegangspoort tot Europa, maar de toekomst is niet onbedreigd, en er is sprake van concurrentie van bijvoorbeeld de havens binnen de Le Havre – Hamburg-range, omdat deze dezelfde achterlandverbindingen kun- nen bedienen.


De bedoeling is dat er in het voorjaar van 2021 verdere stappen zijn gezet op het gebied van de samenwerking tussen havens. Daarbij zal er naar verwachting ingezet worden op acht the- ma’s: bereikbaarheid & logistiek, veiligheid, di- gitalisering, economie & innovatie, Europa & internationaal, verduurzaming, ruimtelijke om- geving en de arbeidsmarkt.


Als u de e-paper leest, kunt u hier de volledige havennota teruglezen.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36