search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
886 | WEEK 22-23 30 MEI 2018


KLAUS PÖPSEL VAN ROLLS ROYCE POWER SYSTEMS - MTU Euro V dieselmotor over ‘een paar dagen’ beschikbaar


portfolio, waarbij eerder aan hybride oplos- singen dan aan volledig elektrische aandrij- ving wordt gedacht.


Klaus Pöpsel. Foto Euromot


DUISBURG Klaus Pöpsel, directeur onder- zoek en technologie bij MTU, dochterbedrijf van Rolls Royce Power Systems, beweerde onlangs dat motorproducenten 300 kW+ die- selmotoren klaar hebben liggen die voldoen aan de nieuwe NRMM Stage V eisen. Of het tot een certificatie komt, is echter de vraag. “De investering bij lage verkoopcijfers loont zich niet”.


JUDITH STALPERS


Tijdens de conferentie ‘Elektrisch binnen- vaartschip’ die in april in Duisburg plaats- vond, reageerde Pöpsel op vragen over de plannen voor schonere motoren bij MTU, de Zuid-Duitse motorenfabrikant. Het thema elektrificatie staat ook bij MTU op de agen- da. Men werkt aan een verbreding van het


Als vicepresident van Euromot, de belangen- organisatie van motorenproducenten, wilde hij graag kwijt dat de ontwikkeling van nieu- we motorenfamilies met een vermogen van meer dan 300 kW al ver is. “We hebben nog een paar dagen te gaan”, zo schilderde Pöpsel de situatie. In principe zijn de motoren er al, maar ze zijn nog niet door het certificatie- proces gestuurd. Zo’n proces duurt negen tot twaalf maanden, beweert Pöpsel, en is enorm duur. Voor iedere motorfamilie moet je al snel 1,5 miljoen euro neerleggen. “Dan vraag je je natuurlijk af of zich dat ooit amortiseert”, al- dus de machinebouw-ingenieur.


In tegenstelling tot bijvoorbeeld vrachtwa- genmotoren, waarvan er ieder jaar honder- den worden verkocht, ligt de verkoop van scheepsmotoren bij maximaal 100 per jaar voor heel West-Europa. Per type motor gaat het dus om tien of misschien twintig stuks, verdeeld over de vijf grote motorenproducen- ten. En ieder type motor moet apart worden gecertificeerd. Dat verdient een motorenfa- brikant nooit terug op zulke kleine volumes. Bovendien wordt de markt ook nog eens


kleiner vanwege elektrificatie. “Geen wonder dus dat producenten zeer te- rughoudend zijn,” zo Pöpsel. Euromot pleit er nu voor dat de EU-lidstaten onder elkaar besluiten om een motorombouw zonder cer- tificatie toe te laten. Zou het zo gaan, dan kunnen de schonere, zwaardere off-road die- selmotoren die voldoen aan de strengere standaards voor partikelemissies en partikel- aantallen, direct in de verkoop gaan. Pöpsel ziet verder een goede toekomst voor LNG-aandrijving. Hoewel de ontwikkeling op het moment een beetje stil staat. LNG kan op termijn diesel helemaal vervangen. Op nog langere termijn kan LNG ook zero-emission betekenen. Dat is het geval wanneer Europa grootschalig Power-to-Gas-installaties bouwt, dat wil zeggen installaties die uit CO2 uit de lucht en water met behulp van overschots- troom uit windturbines methaan produceren.


De motorenproducenten hebben het pro- bleem van het zogenoemde methaanlek bij de motoren “zeer fors” gereduceerd, zo Pöpsel. “We gaan Stage V halen”. Het me- thaanlek kan, volgens hem, niet totaal op nul worden teruggebracht. Dan moet je overstap- pen op een andere technologie. “Dan zit je met een hogere CO2-uitstoot. En dat willen we ook weer niet”.


Panteia en WES houden vinger aan de pols van havens in deltaregio


ZOETERMEER Onderzoeksbureau Panteia werkt samen met haar Vlaamse collega-or- ganisatie WES aan een monitor waarmee sleutelindicatoren van de havens in Zuid- Nederland en Vlaanderen periodiek worden geanalyseerd.


Opdrachtgever de Vlaams-Nederlandse Delta (VND) is een grensoverschrijdende net- werkstructuur van de provincies Antwerpen, Noord-Brabant, Oost-Vlaanderen, West- Vlaanderen, Zeeland en Zuid-Holland. Samen


COLUMN


Recht in zicht


Ynke Ooijkaas


Als advocaat aangesloten bij VANDIJK advocaten in Rotterdam, gespecialiseerd in vervoers-, binnenvaart- en handelsrecht. Sinds 1996 is zij – met een korte onderbreking – werkzaam voor diverse organisaties in de binnenvaart als juridisch adviseur.


E y.ooykaas@vandijkadvocaten.nl T 010 212 12 20 I www.vandijkadvocaten.nl


met andere overheden, de havens, bedrijfsle- ven en kennisinstellingen worden projecten opgezet die noodzakelijk zijn voor een duur- zame ontwikkeling en de versterking van het concurrentievermogen van de deltaregio.


Panteia stelt samen met het Vlaamse onder- zoeksbureau WES een monitor samen, waar- bij een periodieke analyse wordt gemaakt van sleutelindicatoren van de VND en van dit ge- heel ten opzichte van vergelijkbare havens en havenregio’s. Deze sleutelindicatoren worden


onderscheiden naar een aantal hoofdrubrie- ken, zoals bevolking en arbeidsmarkt, econo- mie, innovatie, infrastructuur en mobiliteit.


Databank Het onderzoek met lieden tot drie eindpro- ducten: een visueel aantrekkelijk en helder, beknopt document; een achterliggende data- bank voor het vergelijken van het VND-gebied met Vlaanderen en heel Nederland; een pre- sentatie op de website van VND met down- loadbare tabellen en grafieken.


21


Nieuw fotoboek verbindt heden en verleden van de NDSM-werf


AMSTERDAM Over de geschiedenis van de NDSM-werf in Amsterdam-Noord is al veel ge- publiceerd. Maar een nieuw fotoboek dat 1 juni verschijnt, voegt daar twee belangrijke ele- menten aan toe: het omvat zowel de voorma- lige scheepswerf als het huidige terrein – brui- send middelpunt van Amsterdam-Noord – en maakt die ontwikkeling zichtbaar met bijna 200 foto’s.


Heden en verleden komen ten noorden van het IJ op een unieke manier samen. De meest uit- eenlopende mensen en activiteiten voelen zich thuis in de rauwe, industriële setting van de voormalige werf. Maar het wat en waarom van al die loodsen, hellingen en kranen is voor veel bezoekers in mist gehuld. Het boek maakt de ge- schiedenis daarachter zichtbaar. Het geeſt ook een indruk van de enorme inspiratiebron die de NDSM was én is voor talrijke fotografen. In zijn hoogtijdagen was de NDSM een van de grootste scheepsbouwbedrijven van Europa. Er werkten toen meer dan 9000 arbeiders. In 1984 moest de werf echter sluiten en stonden ook de laatste arbeiders op straat; een trau- matische episode voor Amsterdam-Noord. In de jaren die volgden, raakte het terrein in ver- val, maar sinds de eeuwwisseling heeſt het een metamorfose ondergaan: een mix van kunste- naars, ondernemingen en allerlei evenementen maakt de NDSM tot een bruisende plek, die de hele noordoever van het IJ een oppepper heeſt gegeven.


Gevarieerde blik De foto’s in dit boek vertellen elk een deel van het verhaal van het NDSM-terrein. Samen bieden zij een rijke en gevarieerde blik op de NDSM toen en nu. Het scheepsbouwverleden komt tot leven in foto’s van grote namen als Cas Oorthuys en Frits Rotgans, en in beelden van vaak anonieme NDSM-fotografen. Het ‘nu’ wordt vertegenwoor- digd door werk van hedendaagse collega’s als Marc Faasse en Jaap Scheeren.


Elisabeth Spits en Bas Kok schreven hoofdstuk- ken over respectievelijk het ‘toen’ en het ‘nu’ van de NDSM: opkomst, bloei, neergang en een tweede leven. Daarnaast bevat het boek plat- tegronden, een tijdlijn, een eenvoudig schema van het bouwproces en – onontbeerlijk voor een boek over een voormalige scheepswerf – de complete bouwlijst. Uitgeverij Boekschap, prijs 29,95 euro.


Goed zeemanschap bij op- en voorbijlopen


Schipper De Leede vaart met de ‘Speranza’ op het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoog- te van de Muiderbrug in de richting van Utrecht. Op een gegeven moment besluit De Leede de voor hem varende ‘Eleonor’ op en voorbij te lopen. De ‘Speranza’ gaat sneller varen, de ‘Eleonor’ mindert vaart. Kort voor een bocht loopt de ‘Speranza’ de ‘Eleonor’ voorbij. In de bocht ziet De Leede dat hem twee schepen tegemoet ko- men waarvan er één de ander aan het op- lopen is. Hij realiseert zich dat er een risico is dat ze straks vier breed in de bocht lig- gen. Om deze gevaarlijke situatie te voor- komen, mindert De Leede vaart. Helaas raakt de ‘Speranza’ daarna met het stuur- boordachterschip het bakboordachterschip van de ‘Eleonor’. De schade is niet groot, maar de eigenaar van de ‘Eleonor’ eist wel schadevergoeding.


De Leede belt meteen met zijn advocaat mr Specialis. Hoe liggen zijn kansen?


Het is de verantwoordelijkheid van een op- loper de oploopmanoeuvre veilig te laten verlopen. De oploper moet zeker weten dat het vaarwater voldoende ruimte biedt voor een veilige doorvaart. Rekening houdend met mogelijke tegenliggers, effecten van zui- ging, onderlinge dwarsafstand en onderling snelheidsverschil. Het schip dat opgelopen


Ynke Ooijkaas is advocaat bij VANDIJK advocaten in Rotterdam en is gespecialiseerd in vervoers-, bin- nenvaart- en handelsrecht. Ynke heeſt vrijwel haar hele werkzame carrière in een op de scheepvaart gerichte werkomgeving doorgebracht. Van 1994 tot 1996 werkte zij als wetgevingsjurist bij het Minis- terie van Verkeer en Waterstaat (Directoraat Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken). Sinds 1996 is zij - met een korte onderbreking - als advocaat werkzaam in de binnenvaart. Van 1996 tot 2002 bij Van Dam en Kruidenier advocaten en in 2004 is ze bij VANDIJK advocaten in dienst getreden alwaar, zij ondersteund door collega’s, de zogenaamde ‘natte ‘praktijk beheert. Ynke Ooijkaas is de huisadvocaat van brancheorganisatie BLN, en was eerder ook al de vaste juridische adviseur voor de BBU en CBOB.


wordt, moet de oploopmanoeuvre voor zo- ver mogelijk wel vergemakkelijken. Maar het is niet zo dat de oploper achteloos kan inha- len en het op te lopen schip maar moet zor- gen dat alles zonder ongelukken gebeurt.


Marifoon De Leede geeſt aan dat hij van plan was de ‘Eleonor’ al vóór de bocht voorbij te zijn. Maar op de vraag van mr Specialis waar die bedoeling uit blijkt, valt De Leede stil. Hij heeſt geen marifooncontact gezocht met de ‘Eleonor’ of op een andere manier afgestemd dat en hoe hij de ‘Eleonor’ op wilde lopen. “Maar”, zegt De Leede boos, “de ‘Eleonor’ heeſt ook onvoldoende vaart geminderd”.


Mr Specialis blijſt kritisch. De Leede heeſt tijdens de vaart geen contact gezocht met de ‘Eleonor’ om te overleggen over de snel- heid zodat het verwijt over de snelheid van


de ‘Eleonor’ nu een beetje als mosterd na de maaltijd komt.


De Leede vindt dat de ‘Eleonor’ medeschul- dig is aan de aanvaring. De hoofdregel in het Nederlands recht is dat degene die iets stelt, dat ook moet bewijzen. De Leede moet dus bewijzen dat de ‘Eleonor’ onvoldoende snel- heid heeſt geminderd én dat de aanvaring, bij een lagere snelheid van de ‘Eleonor’, niet zou hebben plaatsgevonden.


Bewijs


Om een dergelijk bewijs te leveren is het be- langrijk na een aanvaring direct zo veel mo- gelijk informatie veilig te stellen. Denk daarbij aan beelden van de radarpost, Marine Traffic et cetera. Mocht het bewijs niet kunnen wor- den geleverd, dan gaat het beroep van De Leede op medeschuld van de ‘Eleonor’ niet op, want bewijslast is ook bewijsrisico…


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56