search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
18


om hulp te gaan zoeken. Ik was altijd een rustige, enigszins verlegen jongen geweest, maar was verruwd en had een kort lontje. Ik sliep slecht. Het uitscha- kelen van emoties, dat me tijdens de missies geholpen had, leek zich in het gewone leven tegen me te keren. Pas in 2006 realiseerde ik me dat ik iets moest doen. Mijn toenmalige vriendin, met wie ik een dochter heb, zei dat ze bij me weg zou gaan als ik niet veranderde. Er stond iets op het spel. En op mijn werk ging het niet goed. Ik kon me nauwe- lijks concentreren en was als de dood dat ik fouten zou maken bij het uitdelen van medicijnen.’


Knutselen ‘Na een rondgang langs hulpverlenings- instanties kwam ik terecht bij het Sinaï Centrum in Amersfoort, een landelijk expertisecentrum voor traumagere- lateerde klachten en PTSS. Men vond het verstandig als ik intern zou gaan, maar dat vond ik te heftig en dus ging ik groepstherapie doen, een keer in de week. Er zaten mensen uit mijn lichting bij en mannen die in Tuzla gezeten had- den. We werden aangemoedigd te pra- ten over wat we meegemaakt hadden. Ik reageerde wel op de verhalen van anderen, maar vertelde zelf niks. En als iemand mij iets vroeg, gaf ik het kortst mogelijke antwoord. Soms hadden we creatieve therapie. Dat vond ik aan de ene kant gênant, stoere mannen die aan het knutselen zijn. Maar juist die setting bleek voor mij een ontspannen manier om met elkaar in gesprek te komen. Juist daar ben ik wel gaan praten.’


EMDR ‘Na drie jaar therapie vond ik het welle- tjes. Ik was klaar, vond ik, kon het leven weer aan. Dat bleek te optimistisch, want mijn klachten kwamen terug, in alle heftigheid. Permanent gespannen, slapeloos, prikkelbaar. Mijn relatie was uit. Dat ik een dochter had, voorkwam dat ik het bijltje erbij neergooide. Voor haar ging ik door. Ik had een behan- delaar bij Sinaï die ik kon bellen als ik klemzat. “We gaan nu individuele therapie doen”, zei die meteen. In het verpleeghuis was ik inmiddels nacht- diensten gaan draaien: dan was ik eigen baas en hoefde geen medicijnen uit te delen. Overdag reed ik drie keer in de week van Steenwijk naar Amersfoort: slapen deed ik dus niet of nauwelijks. Ik kreeg EMDR-therapie en beleefde veel dingen opnieuw. Ik had mijn huidige vrouw, Marjan, inmiddels ook leren kennen. Zij zag hoe ik mezelf in die pe- riode aan het uitwonen was. Toen heeft ze de behandelaar een mail gestuurd: “Het gaat niet goed met Roy.”’


Zwarte kringen ‘Tijdens de missies was ons motto altijd ‘doorgaan tot falen’: volhouden tot je erbij neervalt. En dat ben ik eigenlijk blíjven doen de jaren erna. In 2012 ging het niet meer op mijn werk. Ik was kapot na jaren niet slapen, had zwarte kringen onder mijn ogen. Ik straalde uit dat iedereen die te dichtbij kwam een optater kon krijgen. Dat was nogal belastend voor de mensen om me heen. Uit de EMDR was naar voren gekomen dat ik leed onder ‘moral injury’; morele schade die ik opliep in Srebrenica. Ik heb toen vanuit het Veteraneninstituut een zorgcoördinator toegewezen gekre- gen. Die schakelde een maatschappelijk werker in. Zij was er in eerste instantie voor mij, maar ook mijn vrouw kon bij haar terecht voor één-op-één-gesprek- ken. Betere hulpverleners dan mijn zorgcoördinator en maatschappelijk


checkpoint


werkster had ik me niet kunnen wen- sen, denk ik. Zij hebben mij bijgestaan tot begin vorig jaar, toen heb ik afscheid van ze genomen. Ze zijn beiden oplos- singsgericht en praktisch en hadden onderling goed contact. Wat ik aan de een verteld had, hoefde ik niet ook nog eens aan de ander te vertellen. Met mijn maatschappelijk werkster had ik regelmatig gesprekken over hoe het emotioneel met me ging, maar ze hielp me ook met de MIP-aanvraag. Mijn zorgcoördinator heeft me vooral onder- steund bij zaken in de buitenwereld: hij


‘Daar was het niet gelukt om mensen te helpen, nu zou ik daarin wel slagen’


ging bijvoorbeeld mee naar het UWV om een WIA-uitkering aan te vragen en regelde een advocaat bij de ereschuld die ik aangevraagd heb en die ik in 2018 uitbetaald heb gekregen. Ik ben voor zulke dingen altijd erg gespannen, maar hij voert zo’n gesprek heel rustig en welbespraakt. Dat heb ik als enorm steunend ervaren. Ik weet niet of ik het zonder die twee gered had.’


Camping ‘Het is inmiddels ruim 25 jaar geleden dat ik uit Srebrenica terugkwam. De pijn die ik daaraan overgehouden heb is nooit helemaal overgegaan. Mensen zeggen vaak: “Het was niet jouw fout, het waren de omstandigheden.” Dat is goed bedoeld, maar neemt mijn schuld- gevoelens niet weg. De gewoonste dingen leveren mij spanningen op. Ik blijf het liefst binnen, ga wel mee op va- kantie, maar ben altijd blij als we weer


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76