Focus op Dutchbat III
21
Naar aanleiding van de onlangs gepresenteerde resultaten spreken we met Miranda Olff, onderzoeksleider van ARQ, en met Jacco Duel, senior onderzoeker van het Nederlands Veteraneninstituut, over het onderzoek Focus op Dutchbat III. ‘Het was een missie met een onmogelij ke opdracht.’ Tekst Rein Bij kerk Beeld Getty Images
‘Ik ben zelf toch weer onder de indruk van de impact van de missie, van het feit dat vijfentwintig jaar later nog zoveel veteranen zeggen dat ze post- traumatische stressklachten hebben. Dat is echt meer dan bij andere missies’, antwoordt hoogleraar Miranda Olff op de vraag wat haar het meest opviel bij het Dutchbat III-onderzoek. Olff leidde het onderzoek vanuit ARQ (zie kader). Jacco Duel, senior onderzoeker van het Nederlands Veteraneninstituut en lid van de begeleidingscommissie, viel dat ook op. Hij voegt eraan toe: ‘Daar komt bij het breed gedeelde gevoel onder Dutchbatters dat men ze in de kou heeft laten staan. Daarom is de aanbeveling zo essentieel dat er wat betreft erken- ning en waardering een niet mis te verstaan statement moet komen. Van Defensie als werkgever en van de rege- ring als opdrachtgever, gecombineerd
I
Afgebladderde blauwe verf aan de muur van het voormalig hoofdkwartier van Dutchbat in Potočari bij Srebrenica.
met een symbolisch geldbedrag.’ Miranda Olff , expert in traumatische stress, gaf leiding aan een breed samen- gesteld onderzoeksteam. ‘Er zijn uitge- breide vragenlijsten ingezet en er waren individuele interviews en groepsge- sprekken. Van de oud-Dutchbatters en hun thuisfront kwam een ruime res- pons. Als onderzoeksteam werden we sterk getroff en door de openheid van de veteranen en de grote bereidheid om mee te werken’, zegt Olff . ‘Dat we ons in Nederland vrij voelen zo open te praten en ons kwetsbaar durven op te stellen, ook als militair en veteraan, is een grote verworvenheid.’
Helende documentaire Bij de DBIII-veteranen speelt een aantal elkaar versterkende factoren, licht Olff toe. Het was een missie met een onmo- gelijke opdracht die bij de militairen onder meer leidde tot gevoelens van machteloosheid. Vervolgens ontbrak een goede opvang en bleek de zorg niet toereikend. En dan was er – en is er deels nog – het onterecht negatieve imago van Dutchbat III in de media en de samenleving. ‘We weten dat de kans op posttraumatische stressklachten groter wordt als mensen na een nare gebeurtenis niet goed worden opgevan- gen en ook nog eens de schuld krijgen’, constateert Olff . Zij benadrukt overi- gens dat het beeld onder de Srebrenica- veteranen genuanceerd is en dat het bovendien met veel van hen goed gaat. ‘Iedereen gaat er verschillend mee om en veel mensen redden het zelf. Er zijn er ook veel die zeggen: “Het is klaar, ik laat het achter mij.”’
‘Eerst zien, dan geloven’
Raymond Braat (45) was soldaat-1 bij Dutchbat III en maakte van dichtbij de val van de enclave Srebrenica mee. Over het onder- zoek is hij sceptisch. ‘Ik heb sinds 1995 al aan zoveel onderzoeken meegedaan en dat is allemaal op een teleurstelling uitgelopen. Deze vragenlij st heb ik dan ook niet ingevuld en bij het lezen van de aanbevelingen stond het kippenvel in mij n nek. Dat we € 5.000 krij gen als vorm van erkenning en waardering? Eerst zien, dan geloven. Eerder was het idee dat we € 1.000 zouden krij gen voor ieder jaar sinds de val van de enclave, maar daar hoor je ook niemand meer over. Dat de veteranen in het onderzoek pleiten om nu een keer het ‘‘echte verhaal’’ te vertellen, daar sta ik helemaal achter. Nog altij d krij gen we in de berichtgeving een mes in de rug gestoken. Dan schieten we als Dutchbat III-veteranen in de verdediging, maar dat is nergens voor nodig. Als gewone soldaten hebben we daar ons stinkende best gedaan met de middelen die we hadden. Maar door de politiek, de legerleiding en de VN zij n zoveel fouten gemaakt, dat wij als batal- jon machteloos stonden. Toch was er veel vechtlust. Dit zie ik alleen nooit terugkomen in artikelen. De waarheid mag nu weleens verteld worden. Dat doe ik zelf bij voor- beeld met het theaterprogram- ma Gevaarlij ke namen en een lesprogramma voor scholen. Daar steek ik liever mij n tij d in dan in het zoveelste onderzoek.’
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76