12
‘ Al snel werd ik zeeziek’
Hennie Bode zat bij de Koninklijke Marine van herfst 1948 tot het voorjaar van 1950. In februari 1949 vertrok hij naar Nederlands-Indië. Eind 1949 werd de soevereiniteit over vrijwel de gehele archipel aan Indonesië overgedragen.
‘Ik was 21 toen wij in 1949 naar Nederlands-Indië reisden, op een vrachtschip dat was omgebouwd tot een troepenschip. Er zaten een kleine duizend soldaten op. Je sliep met vijf man boven elkaar. Uiteraard waren we lang onderweg: een maand maar liefst. Het ging al snel mis. Ik werd zeeziek. En ik was niet de enige. Het had te maken met de omvang van het schip: dat was niet erg groot en door de sterke stroom deinde het alsmaar op en neer. Alleen midden op de boot kon je nog enigszins in balans blijven. Ik kon niets binnenhouden en heb de eerste weken vooral veel tijd in de ziekenboeg doorgebracht. Het schip voer via Engeland, de Golf van Biskaje en het Suezkanaal. In Port Said heb ik een arts bezocht. Die gaf me een klysma en daarna ging het beter. Dat de oceaan na het Suezkanaal rustiger werd, hielp ook mee. Overigens at ik, toen ik me beter voelde, droog brood en daar raakten mijn darmen weer verstopt van. De terugreis maakten we op de Johan van Oldenbarnevelt. Dat was een veel groter schip dat stabieler lag. Ik werd gelukkig niet weer ziek. Ik heb in Indië veel meegemaakt. De nachten met acht man in de rimboe, achter muurtjes die we maakten van zandzakken, met een golfplaat als dak boven ons hoofd. We waren goed bewapend, maar je wist nooit of er belagers in de buurt waren. Of het bewaken van de suikerfabriek van Stork op Java. Er werd suikerriet van de omringende plantages verwerkt.
Indonesische vrijheidsstrijders probeerden de machines onklaar te maken. Wij slaagden erin dat te voorkomen. Ik moest eerst wennen aan het eten daar, maar ben dat uiteindelijk heel lekker gaan vinden. Van fysieke ongemakken als kou, hitte, dorst of honger heb ik nauwelijks last gehad. Maar ik ben wel bang geweest. Dat is in mijn geheugen van meer gewicht dan het feit dat ik van nasi ben gaan houden. Wij hebben jaren later een uitnodiging gehad om op kosten van de Indonesische regering vakantie te komen vieren in het land. Mijn vrouw had er wel oren naar, maar ik wist meteen dat ik er niet, nooit meer, naartoe wilde.’
Van fysieke ongemakken als kou, hitte, dorst of honger heb ik nauwe- lijks last gehad
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76