search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
10


Ongemakken op missie


Wie op missie gaat, kan met allerlei ongemakken te


maken krijgen zoals ongedierte, extreme temperaturen en gebrekkige hygiëne. Drie veteranen vertellen over de ‘plagen’ die zij hebben moeten doorstaan.


Tekst Else de Jonge Fotografi e Merlijn Doomernik Illustratie Allan Grotjohann


‘ Een dode rat in zijn slaapzak’


Ico Isbrucker zat van eind september 1998 tot begin mei 1999 in Bosnië- Herzegovina en maakte daar deel uit van SFOR 5. Deze stabilisatiemacht had tot doel een actief aandeel te leveren in het bestendigen van de vrede in het voormalige oorlogsgebied.


‘Vanaf oktober 1998 zat ik zeven maan- den bij SFOR 5 in Bosnië-Herzegovina. Het was dus herfst toen ik daarheen ging en dat betekent dat het er af en toe fl ink koud was. Wij verbleven in een oude meelfabriek en de wanden en het dak van dat gebouw waren niet dicht. Het kwam wel voor dat je sneeuw op je deken vond als je ’s ochtends wakker werd. Tegen kou kun je je gelukkig redelijk goed beschermen. Ik was in Bosnië hoofd van de inwen- dige dienst van het geneeskundig peloton. Dat betekent dat ik eindver- antwoordelijk was voor het draaiend houden van alles wat met hygiëne, preventie en gezondheidsvoorlich- ting te maken heeft. Het was geen overbodige luxe daar aandacht aan te besteden. Een groot probleem waarmee we te maken hadden was ongedierte, in het bijzonder muizen en ratten. Ik ben opgegroeid op het platteland en schrik echt niet meteen van een rat of muis, maar in dit geval was goede be- strijding van heel groot belang. Ratten en muizen kunnen drager zijn van het hantavirus en dat via urine, ontlasting of speeksel overdragen op mensen,


doordat die het virus via stofdeeltjes inademen of iets eten dat door een muis of rat besmet is. Mensen kunnen er behoorlijk ziek van worden. In de meelfabriek was het overal stoffi g en smerig. Met enige regelmaat kon je een muis of rat voorbij zien schieten. Een collega vond zelfs een dode rat in zijn slaapzak. Ik heb er voortdurend op toegezien dat eten in afgesloten kisten bewaard werd en dat er gif lag en vallen werden uitgezet. Ook heel belangrijk was dat we de vloeren niet veegden, maar met chloorwater afnamen. Opwaaiend stof, dat moest te allen tijde worden vermeden. Omdat ik tijdens de dagelijkse briefi ngs voortdurend ha- merde op aandacht voor het probleem, noemden collega’s me wel gekscherend “de rattenvanger van Kneževo”. We zijn er dankzij alle voorzorgsmaatregelen wel mooi in geslaagd een besmetting met het hantavirus te voorkomen. Tijdens een inspectie ter plaatse kregen we daar complimenten voor.’


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76