Uw mening
organisatie van de uitreiking herinne- ringsmedailles. De journalist vraagt of de herinneringsmedailles bijzonder zijn en welke prestaties geleverd moeten zijn. De majoor antwoordt dat iedereen na dertig dagen een medaille krijgt. Hij vervolgt dat medailles een soort cv voor militairen zijn. Als de journalist nogmaals checkt of je kan concluderen dat militairen met veel medailles niets bijzonders hebben gepresteerd, is zijn antwoord dat dit klopt. Als dit klopt, dan mag Defensie mijn medailles terughebben. Als een herin- neringsmedaille niets zegt over TIC’s en mortieraanvallen, over stress dat je op een IED terechtkomt, een collega verliezen of het bezoeken van de ROLE 2, dan is een medaille slechts een stukje blik. Ik ben tijdens mijn uitzendingen in alle situaties overeind gebleven en heb samen met mijn collega’s alle opge- dragen taken uitgevoerd. Als ik verder denk aan de soldaten die dagelijks in Uruzgan onder vuur hebben gelegen, schaam ik mij voor de uitspraken van deze majoor. Waarschijnlijk zijn deze mannen op vakantie geweest. Het Nederlandse volk heeft het al niet zo op veteranen. Iedere Nederlander die dit interview heeft gehoord, zal in zijn beeldvorming zijn beïnvloed en prestaties van velen tenietgedaan. R. WESTENBORG
Lessen uit
Libanon (1) In het artikel Lessen uit Libanon CP02 lees ik dat de missie vooral gedraaid werd door dienstplichtigen zonder goede voorbereiding. Peter van Uhm nuanceert dat met de woorden dat de opleiding een selectieproces was en dat het allemaal vrijwilligers waren. ‘Ze hadden allemaal zelf hun vinger opge- stoken en wilden graag gaan.’ Die uitspraak schiet bij mij totaal in het verkeerde keelgat. Op 10 maart 1979, vlak voor de Libanon-missie, werd er een Koninklijk besluit uitgevaardigd waardoor er ook dienstplichtigen onvrijwillig werden uitgezonden. Ik was een van die honderd. Mijn opleiding was allerbelabberdst. Ik was meer bezig met de logistieke voorbereidingen, er was domweg te weinig tijd. Ook het
65
Secretaris- generaal
Met afgrijzen las ik het interview met Jaap de Hoop Scheff er. Deze man, die zijn baan als secretaris-generaal heeft gekregen niet dankzij zijn verdienste van enige politieke omvang, maar slechts als cadeautje aan Nederland om zonder mandaat met de Amerikanen Irak binnen te vallen, waarvan de oprichting van IS het gevolg is geworden en wij helaas de terroristische gevolgen tot vandaag moeten meemaken (naast de massa-immigratie die er ook een gevolg van is), is naast een politieke clown, een klucht an sich. Als jurist had hij moeten weten dat je een land niet kunt binnendringen zonder VN-mandaat. Maar dit ter zijde, Nederland moest zo nodig een rolletje meespelen op het wereldtoneel. Zijn woorden, dat hij ‘zonder pretentieus te willen doen, een hechte band voelt met de veteranen’ zijn voor de Irak- en Afghanistanveteranen die ofwel fysiek dan wel mentaal gewond zijn geraakt door de egotripperij van ad-hocpresident Balkenende en Jaaps eerzucht, een ongeloofl ijke belediging en gewoon een leugen. Militairen volgen politieke beslissingen, geen misverstand daarover, maar dat had in dit geval nooit gemogen. Deze man behoort dan ook te worden vervolgd voor het gerechtshof in Den Haag en niet een hoogleraarsbaantje te krijgen aangeboden bij de Universiteit Leiden, die blijkbaar ook niet meer weet wie ze in huis moeten halen. Maar omdat hij wel over groot netwerk hielenlikkers beschikt, waardoor je lekker veel kunt reizen, is hij een welkome gast. Last but not least is bovendien onder Jaaps leiding als Navo-baas de verhouding met Rusland tot het dieptepunt gedaald (oorlog met Georgië 2008), waarvoor dank!
F. ROS (KAP B.D.)
materiaal en de uitrusting lieten te wen- sen over. Dit jaar voor het eerst zal ik veertig jaar na Libanon deelnemen aan Veteranendag ondanks al het oude zeer, om de waardering te voelen van de samenleving waardoor ik destijds tegen mijn wil in werd uitgezonden. PETER BEUKEN
Lessen uit
Libanon (2) In Lessen uit Libanon (CP02) wordt gesteld dat het vrijwilligers waren die naar Libanon vertrokken en dat zij goed voorbereid waren. Ik was in 1979 CSM en mijn eenheid bestond uit dienstplich- tigen. Bij de keuring gaven wij aan dat we bij een VN-bataljon geplaatst wilden worden. Het merendeel koos voor dit onderdeel vanwege de handige locatie voor noorderlingen. Toen bekend werd
dat we uitgezonden zouden worden, konden alleen diegene met goed onder- bouwde redenen overplaatsing krijgen. Natuurlijk werd er toen gesproken dat iedereen dus vrijwillig was. De voorbe- reiding was chaotisch en veel te volge- propt. Verhuizing naar Assen, sneeuw ruimen in de zware winter. Niet echt een doelgericht opleidingsprogramma. De inzet en de taakuitvoering van deze club dienstplichtigen was super. Het was een club om trots op te zijn. ROB ANCONA
Reactie van de redactie In de tekst is inderdaad niet goed on- derscheid gemaakt tussen dienstplichti- gen die vrijwillig vertrokken en die ver- plicht werden uitgezonden. Echter, in de periode dat Van Uhm commandant was in Libanon, bestond zijn compagnie uit enkel vrijwilligers.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76