search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
12


Jan Koffijberg (1925) Heidie Mulder (1973)


‘Ook mijn kinderen kennen de geschiedenis’


‘Mijn grootvader heeft jarenlang weinig verteld over zijn oorlogservaringen. Daar is pakweg zes jaar geleden verandering in gekomen. Ik ben reservist bij het Korps Nationale Reserve en vertelde hem enthousiast over de kameraadschap die ik daar vaak ervaar. Hoewel wij niet in oorlogsgebied opereren, leunt ons werk zwaar op goede samenwerking en loyaliteit. Dat heeft bij mijn opa een snaar geraakt. Het was aanleiding voor hem meer te gaan praten over zijn ervaringen. Sinds een paar jaar gaat mijn opa jaarlijks naar de herdenking van de Slag om Ypenburg. Ik heb hem daarvoor opgegeven. Hij vond het heel erg dat hij zijn baret niet meer had. Toen kolonel Rob van Zanten, de toenmalige com- mandant van de Huzaren van Boreel, dat hoorde, zijn drie militairen in een pant- serwagen naar het verzorgingstehuis waar hij woont gereden, om hem een nieuwe baret te overhandigen. Daar was hij heel blij mee. Als laatste nog levende WO II-veteraan van de Huzaren van Boreel legt hij nu jaarlijks een krans bij de herdenking. Dat vind ik elke keer weer indrukwekkend. Ik heb altijd gevoeld dat vrijheid geen vanzelfsprekendheid is. Ik leer dat ook aan mijn kinderen en vind het belangrijk dat ze kennis nemen van de geschiedenis. Zo bezoeken we in vakanties vaak oor- logsgedenkplaatsen. Vergeleken met veel andere plekken in de wereld mogen wij hier in onze handen knijpen. De verhalen van mijn opa hebben dat besef alleen maar sterker gemaakt.’


‘Het einde van mijn jeugd’


‘Ik was veertien toen ik vanaf het platte dak van ons huis in Rotterdam zag hoe de stad gebombardeerd werd. Vliegtuigjes die een gierend geluid maakten, doken naar beneden en lieten bommen vallen. Hele straten stonden in brand, mensen vluchtten, het vuur verspreidde zich in hoog tempo. Ik had geen idee wat oorlog was, maar als ik terugkijk denk ik: mijn jeugd is op die dag geëindigd. In 1944 ben ik bij een razzia opgepakt. Tot het eind van de oorlog heb ik in Soest, bij Dortmund, in een abattoir gewerkt. Hoewel ik goed behandeld ben en geen honger leed, heb ik er moeilijke jaren gehad. En dan denk ik niet in de eerste plaats aan de bombardementen die ik er meemaakte. Dat ik weggehaald was bij mijn ouders, weg van alles wat me vertrouwd was, heeft me het meest verdriet gedaan. Toen ik na de oorlog terugkwam in Nederland, schaamde ik me toen ik begreep hoe erg de honger hier geweest was. Ik had elke dag goed te eten gehad, en mijn vader en moeder hadden naar Dordrecht moeten lopen voor een paar aardappelen. Soms fietst hier een groepje jongens aan mijn raam voorbij. Ze zijn een jaar of zestien, ze komen van school denk ik, en ik hoor ze roepen en lachen. Kunnen zij zich indenken wat ze hebben? Dat vraag ik me soms af. Ik gun ze hun vrijheid. Ik hoop dat ze beseffen hoeveel geluk ze hebben.’


Hanny Nootebos (1949)


‘Vrijheid is meer dan vrij zijn van oorlog’


‘Ik heb het lang nauwelijks met mijn vader over zijn oorlogservaringen gehad. Hij is na de Tweede Wereldoorlog bij de Koninklijke Marine gegaan en meerdere keren uitgezonden geweest. Materieel kwamen wij niets tekort, maar wij zijn door mijn moeder opgevoed omdat hij er nauwelijks was. Een vader-kindcontact heb ik met hem niet gekend.


Mijn vader is sinds een paar jaar ziek en daardoor hebben we weer wat frequenter contact. Als ik bij hem ben, praat hij veel over wat hij allemaal heeft meegemaakt. Hij heeft de periodes dat hij uitgezonden is geweest als de mooiste tijd van zijn leven ervaren, zegt hij. Maar wat hem in de Tweede Wereldoorlog overkwam, is traumatisch voor hem geweest. Ik ben van na de oorlog, ik heb geen bezetting of bombar-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76