NUMMER 09 I 7 DECEMBER
17
Pioneering Spirit bijna klaar voor volgende project
Komende zomer gaat de Pioneering Spirit op pad voor zijn tweede echte klus: de ontmanteling van Shell’s olieplatform Brent Delta. Tot die tijd wordt er nog hard gewerkt aan het volledig gebruiksklaar maken van het grootste werkschip ter wereld. De Offshorekrant krijgt er van kapitein Loek Fernengel (51) een rondleiding.
MIRJAM STREEFKERK
Het grote houten stuurwiel op de brug hangt er slechts voor de sier. Als het schip aanstaande zaterdag vanuit de Alexiahaven in Rotterdam weer naar de testfaciliteit vaart, zo’n vijſtig kilometer uit de kust bij Den Helder, wordt het gevaarte weer opgeborgen. Wat rest is dan een zeer kleine joystick, waarmee de stuurman het schip van 382 meter lang en 124 meter breed tot op de 10 centimeter nauwkeurig kan besturen, mede dankzij een zeer geavanceerd Dynamic Positioning System.
Het is een grijze, natte woensdag in novem- ber en ik sta op de brug van de Pioneering Spirit, het grootste werkschip ter wereld. Loek Fernengel (51), sinds begin dit jaar op het nieuwste pronkstuk van de firma Allseas, zal me vandaag rondleiden. Hij begint te stralen als hij vertelt over aanstaande zaterdag, als hij met zijn vaartuig eindelijk weer het ruime sop mag kiezen. “Dat is waar je het allemaal voor doet”, zegt hij. “Mogen werken met dit schip is mogen werken in de Champions League”.
Aparte classificatie De Pioneering Spirit staat sinds haar komst naar de Rotterdamse haven in 2014 volop in de belangstelling. En niet voor niets. Het is het grootste werkschip ter wereld en uniek in zijn soort: Lloyds Register hanteert er zelfs een aparte classificatie voor. Het schip is gemaakt voor precisiewerk op zee: het kan grote boorplatforms tot 48.000 ton in zijn geheel installeren of weghalen, en is tegelij- kertijd pijpenlegger, de discipline waar Allseas groot mee is geworden.
In augustus rondde het schip zijn eerste opdracht met succes af. Na een testliſt bij de testfaciliteit vijſtig kilometer uit de kust van Den Helder, voer de Pioneering Spirit in een keer door naar Noorse wateren, naar de Yme mobile offshore production unit van Repsol, een platform dat 13.500 ton woog en op drie stalen poten aan de zeebodem stond vastgeklonken.
Groene knop Op de brug bij de ballastcontrolekamer, legt
Fernengel uit hoe dat platform werd geliſt. Hij wijst naar een scherm met daarop de grafische weergave van 84 ballasttanks die over het hele schip verspreid zitten en waar in totaal 700.000 ton water in past. Door de ballasttanks deels te vullen, zakte het schip en kon het zich om het platform heen positioneren. Door de tanks vervolgens weer leeg te laten lopen werden de stempels op de – toen nog – twaalf hijsarmen tegen het platform gedrukt. De poten van het platform werden doorgesneden met snijmachines die al eerder aan de binnenzijde waren aangebracht en toen kon de werkelijke liſt plaatsvinden.
Tussen de tientallen witte knopjes onder de vele schermen in het controlecentrum zit er een groene knop met de tekst ‘fast liſt’ en een blauwe knop met de tekst ‘quick lower’. “Edward Heerema mocht toen het groene knopje indrukken”, vertelt de kapitein. Heerema deed dat onder toeziend oog van tientallen medewerkers en de liſt slaagde. “De ontlading was zeer groot”, zegt Fernengel lachend.
13 knopen Daarna kon het schip in zijn achteruit wegvaren van de resterende palen en vervolgens werd het platform gezeevast. Daarna werd het platform naar een ontman- telingswerf ten noorden van Bergen in Noorwegen gebracht, waar het verder uit elkaar gehaald kon worden. “We hadden vooraf gedacht dat we 8 knopen konden varen met zo’n platform aan boord”, vertelt Fernengel. “Maar ik wilde toch even proberen of we niet harder konden, de zee was namelijk heel kalm. Uiteindelijk konden we een tijdlang 13 knopen varen”. Lachend: “Edward kwam toen zelfs even naar boven om te vragen hoe hard we wel niet gingen”.
Even later, op het helikopterdeck, wijst Fernengel naar de voorzijde. “Die eerste nacht dat we ermee voeren, ben ik tijdens mijn laatste ronde hier even naartoe gegaan om te controleren of het wel echt was. En ja hoor, daar zag ik dat platform tussen de boegen zitten. Dat was een erg imposant beeld. ‘We hebben het toch maar mooi gedaan, dacht ik.’” Later hoorde hij dat ook Edward Heerema ’s nachts nog even uit bed was gekomen om naar het platform te kijken.
Het was voor de Allseas-oprichter dan ook een droom die uitkwam. Al in 1987 zette Heerema zijn eerste ideeën voor het schip op papier, maar pas 25 jaar later werd er in Korea gestart met de bouw van wat toen nog de Pieter Schelte heette, genoemd naar de vader van Edward Heerema. Na enige ophef over
het feit dat Pieter Schelte Heerema lid was geweest van de Waffen SS, werd de naam veranderd in Pioneering Spirit.
Een klein dorp Na het Noorse avontuur keerde de Pioneering Spirit terug naar zijn standplaats in de Prinses Alexiahaven, waar wij vandaag aan boord zijn gegaan. Het werkschip is een klein dorp. Er zijn continu enkele honderden werknemers aan boord die net als Fernengel werken volgens het principe vijf weken op, vijf weken af. Daarnaast zijn er nog tientallen losse contractors en tal van andere bezoekers. Vanaf FutureLand, het bezoekerscentrum op de Maasvlakte, varen de bootjes Knabbel en Babbel de hele dag door van en naar de Pioneering Spirit om bezoekers en werk- nemers te halen en te brengen.
Aan boord is zowel binnen als buiten volop bedrijvigheid: in de afgelopen maanden is er hard gewerkt aan de installatie van de laatste vier draagarmen op de boegen van het schip. Daar wordt nu de laatste hand aan gelegd door vooral elektriciens. Onder een van de armen staat een enorme stapel ballast waar straks een test mee uitgevoerd gaat worden. Bij een andere hijsarm wordt er nog volop gelast.
De extra hijsarmen zijn nodig om komende zomer de tweede echte opdracht uit te kunnen voeren met de Pioneering Spirit. Shell heeſt de hulp van Allseas ingeroepen bij de ontmanteling van de Brent-platformen ten noordoosten van de Shetland-eilanden. De Brent Delta, met een gewicht van 23.500 ton, zal straks als eerste van zijn sokkel worden gelicht.
Naar de sportschool Komend weekend worden de nieuwe hijsarmen bij de testfaciliteit in de Noordzee getest. En net als voor de vorige opdracht wordt er hiervoor in de Allseas-simulator in Delſt flink geoefend. “Voor elke opdracht zijn er weer andere procedures, die tot in de klein- ste details worden uitgeschreven. Voor sommige checks moet ik echt mijn handteke- ning zetten om aan te tonen dat alle stappen in de procedure doorlopen zijn”, vertelt Fernengel, die zelf nauwelijks aan de knoppen zit. “Ik moet er eigenlijk vooral voor zorgen dat iedereen zijn werk goed kan doen”.
Ondanks dat het schip nu in de haven ligt zijn de werkdagen van Fernengel goed gevuld. Hij beantwoordt zijn mail, is veel buiten, heeſt overleg over de verschillende procedures en certificeringen en probeert regelmatig een werkoverleg bij te wonen van bijvoorbeeld de lassers of de technische dienst. Als hij de
fitnessruimte laat zien zegt hij lachend en semi-schuldbewust: “hier zou ik ook eigenlijk wat vaker heen moeten gaan, maar na 12 uur werken komt het er vaak niet meer van”.
Gigantische stinger Aan de achterzijde van het schip ligt op een apart ponton de gigantische stinger opgesla- gen, die als er pijpen gelegd gaan worden tussen de twee boegen van het schip bevestigd kan worden om de pijp in de juiste hoek naar de zeebodem te begeleiden.
De pijplegfaciliteit wordt nog volop getest, laat Fernengel zien. Er is een speciale fabriek waar twee pijpdelen van 12 meter aan elkaar worden gelast, waardoor het legproces een verdieping lager kan worden versneld. Daar worden de 24-meter pijpdelen aan de pijpleiding gelast en via de stinger het schip uitgevoerd.
Naar verwachting van het bedrijf zelf zal het schip dat 2,6 miljard euro kostte zich niet in tien jaar terugverdienen. “Onze dagprijs offshore is misschien wat duurder, maar zowel ontmanteling als pijpenleggen gaat met ons schip veel sneller dan gebruikelijk”, vertelt Jeroen Hagelstein de pr-man van Allseas die de rondleiding ook bijwoont.
Er zijn nog geen pijplegcontracten voor Pioneering Spirit, maar mogelijk gaat het schip dit werk toch snel doen, zegt hij. “We hebben volgend jaar een groot pijplegproject in de Golf van Mexico, misschien gaat de Pioneering Spirit daar wel heen”. En hoewel het prestigieuze South-Streamproject on hold is gezet, is er nog wel een contract met de Russen. Hagelstein: “Als de politiek een alternatief heeſt gevonden, hopen we alsnog aan de slag te kunnen gaan”. Na de verwijde- ring van het Brent Delta platform komende zomer gaat Pioneering Spirit in 2018 en 2019 voor Statoil de drie platforms van het Johan Sverdrup veld in Noorwegen installeren.
Eervol Toen Fernengel een paar maanden geleden werd gebeld door personeelszaken, met de mededeling dat ze hem wilden overplaatsen, was zijn eerste gedachte: jammer. “Ik werkte toen nog op de Solitaire als kapitein en ik had het daar erg naar mijn zin, dus vandaar die gedachte. Maar toen ik hoorde dat ik kapitein zou worden op dit schip, nou, toen maakte mijn hart wel een sprongetje. Ik ben absoluut geen carrièreplanner, dus ik had er vooraf niet over nagedacht, maar dat ik nu op dit schip, dat vol zit met nieuwe technologie en innovativiteit mag werken, vind ik toch wel heel eervol”.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58